Behandeldoelen in de ggz: vinkjes, verlanglijstjes en verdwaalde mensen.
- René den Haan

- 16 apr
- 4 minuten om te lezen
Ergens, diep in een beleidsdocument, leeft het idee dat een mens te vangen is in een SMART geformuleerd behandeldoel.
Specifiek. Meetbaar. Acceptabel. Realistisch. Tijdsgebonden.
Alsof iemand op dinsdagochtend besluit: "Vanaf volgende week ben ik 37% minder angstig, slaap ik 2,3 uur beter en ervaar ik een significante toename in levenslust, mits voor 31 december gerealiseerd."
Welkom in de wondere wereld van behandeldoelen!
De illusie van de ‘zuivere klacht’
In de ggz houden we van duidelijkheid én controle.
Van afgebakende problemen met een kop en een staart.
Maar de praktijk? Die lijkt meer op een bord spaghetti dan op een rechte lijn.
Somberheid, slecht slapen, angst, piekeren - het is echt geen keurig rijtje losse klachten. Het is een kluwen.
Alles hangt met alles samen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over werk, relaties, verlies, geldzorgen en dat knagende gevoel dat het leven ergens onderweg zijn kleur is kwijtgeraakt.
De ‘zuivere klacht’ bestaat eigenlijk niet.
Maar het ‘zuivere behandeldoel’… dat schrijven we toch gewoon op?
“U heeft EMDR nodig”
Het begint vaak al bij de verwijzing.
"U heeft schematherapie nodig."
"U moet EMDR."
Klaar. Diagnose gesteld. Oplossing gekozen. Strik erom.
Alleen… de cliënt heeft daar zelf nog niks over gezegd.
En daar zit je dan. Met een mens tegenover je die zich misschien vooral moe voelt. Of bang. Of leeg. Maar die vooral denkt: “Blijkbaar moet ik iets.”
Hoop en verwachting worden cadeau gedaan - maar zonder gebruiksaanwijzing.
En als het dan niet werkt zoals beloofd? Dan ontstaat wrijving. Teleurstelling. Soms zelfs schaamte.
Niet omdat de cliënt ‘niet wil’.
Maar omdat het verhaal nooit zo simpel was als de methode suggereerde.
Negatief geformuleerd geluk
“Ik wil niet meer angstig zijn.”
Een prachtig doel… voor een leegte. Want als de angst verdwijnt -wat komt er dan voor in de plaats?
Rust? Vrijheid? Durf? Zingeving?
Of gewoon… niks?
In de visie van positieve gezondheid draait het niet om wat er weg moet, maar om wat er mag groeien.
Niet: weg van klachten
Maar: toe naar leven.
Dat vraagt een andere vraag: Wat wil je wél?
En die vraag is vaak een stuk lastiger. Want daar zit verlangen. Kwetsbaarheid. Keuzes.
En ja - dat past niet lekker in een Excel-sheet of in een voorgebakken behandelplan.
De snelheid van herstel (spoiler: die is traag)
Er is nog zo’n ongemakkelijke waarheid:
Hoe slechter het met iemand gaat, hoe langzamer je moet werken.
Maar systemen houden van tempo. Productie. Doorstroom. Resultaat.
Dus duwen we soms. Heel subtiel.
Nog een interventie. Nog een doel. Nog een stap.
Tot de cliënt denkt: “Ik moet sneller beter worden.”
En precies daar raak je iemand kwijt.
Je kunt nooit sneller dan je cliënt.
Dat is geen mening. Dat is natuurkunde.
De mens die niet af te vinken is
In de praktijk gaat behandeling vaak helemaal niet over doelen.
Het gaat over:
er even zijn;
woorden geven aan wat schuurt;
samen zoeken naar wat ertoe doet
En soms… gebeurt er wekenlang ogenschijnlijk niks. Behalve dit: iemand voelt zich iets minder alleen. Even samen dus.
Probeer dát maar eens te vangen in een behandelplan.
Opgedrongen verandering werkt niet
Als een partner zegt: “Hij moet echt in therapie.”
Of een verwijzer: “Dit is nodig.”
Dan weet je één ding bijna zeker:
de beweging komt niet van binnenuit.
En zonder intrinsieke motivatie wordt behandeling al snel een toneelstuk.
De cliënt speelt mee. De behandelaar ook.
Iedereen doet zijn best.
Maar er verandert weinig.
Sterker nog - het kan een nare ervaring worden! Weer een bevestiging van: “Zie je wel, zelfs dit helpt niet.”
Eerst erkenning, dan richting
Voordat iemand kan nadenken over een doel, is er vaak iets anders nodig:
Erkenning.
Dat het zwaar is.
Dat het ingewikkeld is.
Dat het logisch is dat je vastloopt.
En nee.. niet door nog meer diagnostiek te doen ('want hij gaat niet vooruit!'). Daar is een mooi woord voor: verlegenheidsdiagnostiek.
Eerst de nodige erkenning dus. Pas daarna ontstaat ruimte voor een andere vraag:
Waar wil je naartoe, ondanks alles wat er speelt?
En ja - tegen die tijd zijn we vaak al een paar sessies verder.
(Tot verdriet van de productieplanning).
Wanneer is het goed genoeg?
Misschien wel de lastigste vraag van allemaal.
Wanneer is een behandeling ‘geslaagd’?
Als de klacht weg is?
Als het doel is behaald?
Of ...als iemand weer een beetje zin voelt om ’s ochtends op te staan?
Zingeving, veerkracht, kwaliteit van leven - het zijn prachtige woorden. Maar slecht meetbaar.
Gelukkig maar.
Want het leven zelf is ook niet meetbaar.
Tot slot: minder doelen, meer richting
Misschien moeten we stoppen met doen alsof behandeldoelen het kompas zijn.
En ze weer zien voor wat ze zijn:
een hulpmiddel. Geen heilig doel.
Wat als we iets meer zouden werken vanuit:
-richting in plaats van resultaat
betekenis in plaats van meetbaarheid
-verbinding in plaats van protocol
Dan verandert de vraag van:
"Hebben we het doel gehaald?"
naar:
“Leeft iemand weer een beetje meer?”
En dat is misschien wel het enige doel dat ertoe doet.





Opmerkingen