Follow-up. Positieve gezondheid in team ouderenpsychiatrie: revolutionair… of gewoon goed werk?
- René den Haan

- 28 mrt
- 3 minuten om te lezen
Er zijn van die momenten waarop je denkt: nu gaat alles anders worden.
Nieuwe visie, nieuwe termen, nieuwe flip-overs, nieuwe post-its .Dit keer: positieve gezondheid in de ouderenpsychiatrie.
Het team was er na hun teambuildingsdag klaar voor!
Frisse energie.
Goede moed.
Zelfs een lichte neiging om hun eigen gedrag eens kritisch tegen het licht te houden met de Yucelmethode (altijd spannend).
En toen kwam daar:
dhr. Pietersen.
Voormalig analist. Gepensioneerd. Vrijwilliger in het stadsmuseum. Een man die het verschil kent tussen een trend en een spreadsheet.
Kortom: iemand die dingen opmerkt.
Oja..en door zijn huisarts verwezen naar de polikliniek sggz ouderen voor een intakegesprek.
De vraag: Wat merkt dhr. Pietersen inmiddels van deze revolutionaire omslag naar positieve gezondheid?
Het antwoord: Eigenlijk…
niets.
Laat dat even bezinken. Niets.
Geen tromgeroffel of plotselinge verlichting. Geen behandelaars die ineens op sandalen door de gang lopen terwijl ze “ik zie jou écht” fluisteren.
Nee. Wat dhr. Pietersen wél merkte, was dit:
Hij werd warm ontvangen.
Geen kille wachtkamer waar je je afvraagt of je per ongeluk bij de belastingdienst bent binnengelopen, maar gewoon: mensen die blij leken dat hij er was.
Oké.. de koffie was niet heel best en bekertjes ontbraken.
De intake? Met z’n tweeën. En meteen de ouderenpsychiater erbij - aangezien er bij ouderen vaak ook lichamelijke en medicamenteuze zaken spelen.
Ze hadden zich voorbereid. (Altijd een geruststellende gedachte: behandelaars die niet improviseren alsof het een open mic night is.)
Ze stelden de goede vragen. Niet alleen: “hoe is uw stemming?” maar vooral: “wie bent u eigenlijk?” Ze zagen geen diagnose met een mens eraan vast.
Ze zagen een mens.
Met een leven. En ja, ook met klachten.
En toen gebeurde er iets opvallends:
Ze gingen echt meedenken.
Niet het soort meedenken waarbij iemand knikt en ondertussen mentaal de lunch bestelt, maar het soort waarbij iemand zegt:
“Wacht even, ik haal er een collega bij.”, of
“Ik bel even uw huisarts.”
“Laten we kijken hoe u weer een beetje ‘de oude’ kunt worden.”
Alsof samenwerking geen beleidsstuk was, maar gewoon… logisch gedrag.
En nee, het waren geen geitenwollen-sokken-types.
Geen vaag gedoe. Gewoon vlotte, ervaren professionals. Relaxed. Maar scherp.
Mensen die duidelijk al een tijdje samenwerkten zonder elkaar gek te maken (wat in de zorg op zichzelf al een prestatie van olympisch niveau is)..
Niemand die op een denkbeeldige troon zat. Iedereen deed gewoon wat nodig was.
Gastvrij. Betrokken. Efficiënt.
En na de behandeling?
Geen dramatisch afscheid alsof ze elkaar nooit meer zouden zien.
Maar dit:
“Het is een goed idee om het straks weer zelf te doen. Maar als het terugkomt: u bent welkom. Gewoon weer hier.”
Een soort 'terugkeergarantie'.
Alsof goede zorg niet eindigt bij de uitgang.
Dus ja.
Wat merkte dhr. Pietersen van de invoering van positieve gezondheid?
Niets.
Want -en dit is misschien het ongemakkelijke deel -
ze deden het al.
En daar zit de echte boodschap.
Soms doen we alsof we iets totaal nieuws introduceren. Alsof we de zorg opnieuw hebben uitgevonden met een frisse term en een mooi model. Terwijl er teams zijn die al jaren werken vanuit precies die gedachte:
kijken naar de mens, niet alleen de klacht.
Samenwerken zonder gedoe
doen wat nodig is, wanneer het nodig is en vooral: normaal doen, -maar dan professioneel goed.
Positieve gezondheid is dan geen verandering. Het is een bevestiging. Blijven doen wat werkt.
En dhr. Pietersen?
Die ging naar huis met een toch wel een gerust gevoel.
En één kleine kanttekening.
Die ggz- koffie…en ook nog de ontbrekende bekertjes in de wachtkamer.
Dat kan echt beter!





Opmerkingen