Hoop als sleutel bij suïcidale gedachten
- René den Haan

- 25 mrt
- 3 minuten om te lezen
Bij het behandelen en voorkomen van suïcidale gedachten is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wanhoop, maar juist ook naar hoop. Juist naar hoop.
Hoop betekent: geloven dat het beter kan worden én dat je daar zelf invloed op hebt.
In de zorg is het daarom belangrijk om samen met cliënten (en hun naasten) te werken aan een toekomst die weer de moeite waard voelt. Zingeving is dus een belangrijk element in het (her)krijgen van hoop.
Waarom hoop zo belangrijk is
Hoop is iets krachtigs. Het helpt mensen om door te gaan, zelfs als het heel zwaar is. Het is dat kleine stemmetje dat zegt: “Probeer het nog één keer.”
Hoop geeft ook betekenis aan het leven. Als je ergens naar uitkijkt of een doel hebt, voelt het leven minder leeg. Soms is er maar een heel klein beetje hoop nodig. Een soort lichtpuntje. Dat kan al genoeg zijn om vol te houden.
Hoe bouw je hoop op?
Hoop ontstaat niet in één keer. Het groeit stap voor stap.
Belangrijk daarbij:
Doelen hebben (iets om naartoe te werken)
Geloven dat het kan lukken
Manieren vinden om daar te komen
Dat hoeven geen grote doelen te zijn. Kleine stapjes zijn al genoeg.
Hoop gaat niet over bergen verzetten, maar over één steentje tegelijk verleggen.
Wat helpt om hoop terug te vinden?
Deze vragen kunnen helpen om weer een beetje hoop te voelen:
Wat hielp je vroeger, al was het maar een beetje?
Hoe lukt het je om toch door te gaan?
Wat maakt dat het niet nóg erger is?
Wat maakt dat je er nog steeds bent?
Wat zien anderen dat jij goed doet? (ook al zie je het zelf niet meer)
Stel dat het over een jaar beter gaat: wat heeft je dan geholpen?
Van probleem naar toekomst
In de behandeling ligt de focus niet alleen op wat er misgaat, maar juist op:
wat iemand wel kan
wat eerder werkte
wat iemand wil bereiken
Veel mensen die denken aan zelfmoord kunnen vooral de omstandigheden niet meer (ver)dragen, maar willen onderliggend wel verder leven. het feit dat ze bij je komen en het contact met je aangaan, betekent dat er iets goed gaat. Ook al is het maar heel fragiel en kwetsbaar.
De stappen in een gesprek zijn de volgende:
Erkennen dat het moeilijk is: een gevoelsreflectie, benadrukken van sterke kanten en coping
Bespreken wat iemand eigenlijk anders wil (als dat op een één of andere manier zou lukken)
Samen kijken: hoe zou het eruitzien als het beter gaat? (focus hierbij op gedrag: wat doe je dan anders dan nu?)
De kracht van een positieve focus
In plaats van alleen problemen te analyseren, kijken hulpverleners naar:
sterke kanten, het steunsysteem
kleine successen en positieve uitzonderingen op het probleem
momenten waarop het iets beter ging
Cliënten worden aangemoedigd om:
te ontdekken wat werkt
daar meer van te doen
Opvallend is dat verbetering vaak begint zodra de aandacht verschuift naar wat wél mogelijk is.
Vier belangrijke vragen in gesprekken
Bij oplossingsgericht werken staan vaak deze vier vragen centraal:
Waar hoop je op?
Wat zou er anders zijn als dat lukt?
Wat gaat er nu al (een beetje) goed?
Wat is een kleine volgende stap?
Deze vragen helpen om vooruit te kijken en weer beweging te krijgen.
Kleine stappen maken verschil
Een belangrijke gedachte: je hoeft het niet in één keer op te lossen.
Een volgende stap kan heel klein zijn, zoals:
iemand bellen
even naar buiten gaan
een moment van rust nemen
Dat lijkt misschien weinig, maar het is zeker wel vooruitgang.
Het belang van aandacht voor wat beter gaat
In vervolggesprekken is een belangrijke vraag:
“Wat gaat er beter?”
Zelfs als het maar een klein beetje is.
Door daarop in te zoomen:
groeit vertrouwen
zie je dat verandering mogelijk is
ontdek je wat werkt
Samenwerken als gelijkwaardige partners
Cliënten zijn geen ‘passieve ontvangers’ van hulp.
Ze denken actief mee en geven feedback:
Wat helpt?
Wat niet?
Wat kan anders?
Zo wordt therapie een gezamenlijke zoektocht. Vraag daar dus naar!
Hoop werkt aanstekelijk
Veel cliënten geven aan dat het vertrouwen van de hulpverlener hen helpt om vol te houden. Soms begint hoop bij iemand anders die zegt:“Ik geloof dat het beter kan voor jou.”
Tot slot
Bij suïcidale gedachten is het belangrijk om:
niet alleen wanhoop te verminderen
maar vooral hoop op te bouwen
Dat doe je door:
te kijken naar wat wél kan
kleine stappen te zetten
samen te werken
en steeds te blijven zoeken naar lichtpuntjes
Want zelfs een klein beetje hoop kan genoeg zijn om door te gaan.





Opmerkingen