Passende zorg: voor wie eigenlijk?
- René den Haan

- 28 jun
- 2 minuten om te lezen
' We gaan passende zorg leveren.'
Het klinkt heerlijk. Wie kan daar nu op tegen zijn?
Net als 'gezond eten', 'voldoende bewegen' en 'aardig zijn voor je schoonmoeder'. Niemand zal zeggen: "Nee hoor, doe mij maar onpassende zorg."
Toch krijg ik steeds vaker jeuk van de term. Want wat bedoelen we eigenlijk met passende zorg?
Volgens de officiële definitie is het zorg die werkt, samen met de cliënt of patiënt wordt gekozen, dicht bij huis wordt georganiseerd en meer kijkt naar gezondheid dan naar ziekte.
Prachtig. Daar kan ik als psycholoog weinig tegenin brengen. Sterker nog: het lijkt verdacht veel op Positieve Gezondheid.
Maar ... daar begint ook de verwarring.
Want Positieve Gezondheid begint met één simpele vraag:
"Wat vindt ú belangrijk?"
Passende zorg begint opvallend vaak met een andere vraag:
"Wat vinden wij passend?"
En dat is een wezenlijk verschil.
Want wie bepaalt eigenlijk wat passend is?
De arts? De behandelaar? De richtlijn? De verzekeraar? De bestuurder? Of toch de cliënt?
Steeds vaker hoor ik: "Deze behandeling is niet passend."
Soms klopt dat ook. Een IC-opname bij iemand die in de laatste levensfase vooral rust wil, kan meer schade dan winst opleveren. Niet alles wat technisch mogelijk is, is ook menselijk wenselijk.
Maar soms voelt "niet passend" verdacht veel als: "Dat vergoeden we niet meer."
Of: "Dat past niet binnen ons zorgaanbod."
Of zelfs: "Daar hebben we eigenlijk geen mensen of geld voor."
En daar begint het ongemak.
Want passende zorg mag nooit een nette verpakking worden van een bezuiniging.
Dat is namelijk alsof je een halve boterham serveert en zegt dat het een "passend ontbijt" is.
Positieve Gezondheid draait juist om maatwerk.
Niet het protocol staat centraal, maar de mens. Niet de diagnose, maar het leven.
Niet de vraag: "Welke behandeling hoort hierbij?"
Maar: "Wat helpt deze persoon om een betekenisvol leven te leiden?"
Dat kan betekenen dat iemand juist minder zorg wil.
Maar óók dat iemand méér ondersteuning nodig heeft dan het standaardpakket biedt.
Dat laat zich nu eenmaal niet in een protocol vangen.
Misschien zit daar wel de oplossing?
Stop liever met praten over passende zorg alsof het een eigenschap van een behandeling is.
Praat liever over passend maken van zorg.
Dat is een werkwoord. Een proces. Een gezamenlijke zoektocht. Geen sticker die een instantie vooraf op een behandeling plakt.
Want zorg is pas echt passend als degene om wie het gaat zegt:
"Ja... dit past bij míjn leven."
En dat is wel de grootste ommezwaai die de zorg nog moet maken.
Niet vragen welke zorg passend is.
Maar voor wie.





Opmerkingen