Twee werelden, één mens
- René den Haan

- 19 apr
- 3 minuten om te lezen
En ergens daartussen raken we het spoor bijster..
Al zolang ik werk als (gz-)psycholoog in zowel de ouderenzorg als de ouderenpsychiatrie, kijk ik met lichte verbazing - en soms een flinke frons - naar het verschil tussen die twee werelden.
Niet omdat de mensen anders zijn of omdat de problematiek wezenlijk verschilt. Maar omdat de systemen dat wél doen.
En hoe.
De illusie van grip
In de ouderenpsychiatrie lijkt alles ogenschijnlijk keurig georganiseerd.
Multidisciplinair overleg? Check.
Diagnose? Check.
Behandelplan? Check.
We verzamelen klachten, zetten vinkjes, plakken er een label op en noemen het ‘inzicht’. Want: meetbaarheid geeft houvast.
En houvast geeft… financiering.
Maar laten we eerlijk zijn.. de gemiddelde oudere cliënt is geen optelsom van symptomen.
Het is een levensverhaal van decennia. Met verlies, aanpassing, trauma, liefde, veerkracht, lichamelijke kwetsbaarheid, sociale verschuivingen -en ja, ook psychiatrische ontregeling.
Comorbiditeit? Eerder regel dan uitzondering.
Polyfarmacie? Bijna standaard.
Diagnostiek? Soms meer giswerk dan wetenschap.
En dus gebeurt er iets interessants.
Onder al die lagen van protocollen en classificaties, komen we steeds weer uit bij dezelfde vraag:
Wat maakt het leven, ondanks alles, nog de moeite waard?
De prijs van controle
Ondertussen is er een ander spel gaande. Een spel van rollen, functies en kosten. De regiebehandelaar - ooit vaak de psychiater - werd “te duur”.
Dus verschuift die rol. Goedkoper, efficiënter, schaalbaarder. Op papier.
In de praktijk Regiebehandelaren met caseloads waar je u tegen zegt. Overzicht dat langzaam verdwijnt. Psychiaters die verworden tot 'voorschrijfmachines'.
En daar bovenop: een berg administratie die groeit als onkruid.
Niet omdat het helpt.
Maar omdat het controle suggereert.
Het resultaat is wrang:
We organiseren zorg steeds slimmer…en raken ondertussen verder verwijderd van waar het echt om draait.
De mens.
En dan het verpleeghuis
Stap een verpleeghuis binnen en het voelt alsof je een andere planeet betreedt.
Hier geen dominante diagnose-taal. Geen nadruk op ‘beter worden’.
Hier draait het om leven.
Of beter gezegd: het laatste stuk daarvan.
De focus verschuift van behandelen naar begeleiden.
Van individu naar samen.
Van klacht naar dagbeleving.
De hulpvraag? Die komt vaak niet eens van de cliënt zelf, maar van de omgeving.
Van verzorgenden die zoeken naar hoe ze iemand beter kunnen begrijpen.
Hoe een dag lichter kan voelen.
Hoe onrust misschien iets minder hoeft te schuren.
De hiërarchie is er vlakker.
De structuur losser.
De controle… aanzienlijk minder.
En juist daar ontstaat ruimte.
Ruimte om te kijken.
Om te voelen.
Om te zoeken naar wat werkt - vandaag.
Want morgen kan alles anders zijn.
Twee systemen, één ongemakkelijke waarheid
Wat wringt, is dit: In de GGZ doen we alsof we alles kunnen ordenen.
In het verpleeghuis weten we dat dat niet kan.
In de GGZ sturen we op verbetering.
In het verpleeghuis accepteren we vergankelijkheid.
In de GGZ verantwoorden we ons tot achter de komma.
In het verpleeghuis vertrouwen we vaker op professioneel vakmanschap.
En toch…
gaat het in beide gevallen over precies dezelfde mens.
Dezelfde kwetsbaarheid.
Dezelfde behoefte aan betekenis.
Dezelfde zoektocht naar een beetje grip, een beetje rust, een beetje kwaliteit van leven.
Misschien is dit de echte vraag
Wat als we iets minder zouden proberen te beheersen… en iets meer zouden durven verdragen?
Wat als we de wijsheid van het verpleeghuis - het werken met wat er ís - serieuzer nemen in de GGZ?
En andersom: wat als we de kennis en expertise uit de psychiatrie beter integreren in de ouderenzorg, zonder die te verstikken met regels?
Misschien ligt de oplossing niet in nóg een protocol. Of nóg een functieomschrijving.
Maar in het erkennen van iets ongemakkelijks:
Dat mensen zich niet laten vangen in systemen.
En dat goede zorg begint waar die systemen een beetje losgelaten worden.
Want uiteindelijk…
is het verschil tussen die twee werelden misschien helemaal niet zo groot.
Alleen de manier waarop we doen alsof we het begrijpen.





Opmerkingen