8 manieren waarop de politiek positieve gezondheid per ongeluk om zeep helpt
- René den Haan

- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Ergens in Den Haag is Positieve Gezondheid een prachtig idee.
Het staat namelijk in beleidsstukken, in visiedocumenten en – als het echt spannend wordt – zelfs in coalitieakkoorden.
Maar in de praktijk? Daar ligt het ergens tussen een Excel-sheet en een stopwatch zachtjes te piepen.
Voor wie het gemist heeft: Positieve Gezondheid betekent dat we niet alleen kijken naar ziekte, maar naar hoe iemand zijn leven beleeft. Dus: kan iemand nog genieten van de dag, zich verbonden voelen, een beetje regie houden?
Klinkt logisch. Totdat het systeem zich ermee gaat bemoeien.
Hier zijn 8 beproefde manieren waarop we dit prachtige idee vakkundig laten mislukken...
1. Betaal vooral per handeling (want praten levert niks op)
Stel: een zorgmedewerker neemt de tijd om te vragen wat iemand écht belangrijk vindt.
Resultaat:
Betere zorg
Minder gedoe
Meer tevreden mensen
Maar… geen declaratiecode.
Dus wat doen we?
We betalen liever voor steunkousen aantrekken dan voor een goed gesprek.
Moraal: Als je betaalt voor handjes, krijg je handjes. Geen aandacht.
2. Verdeel alles over 17 potjes (en noem het “overzichtelijk”)
Ouderenzorg wordt betaald uit verschillende systemen. Zorg, welzijn, ondersteuning -allemaal hun eigen loket, regels en formulieren.
Gevolg:
Iedereen doet z’n best
Niemand voelt zich verantwoordelijk voor het geheel
De burger denkt: “Waarom moet ik mijn verhaal drie keer vertellen?”
De professional denkt: “Waarom mág ik dit niet gewoon regelen?”
Samenwerking is dus 'leuk', maar niet als je eerst door drie loketten moet kruipen.
3. Geef professionals vooral géén tijd
Positieve Gezondheid vraagt een ander gesprek.
Niet: “Heeft u pijn?”
Maar: “Wat maakt uw dag de moeite waard?”
Mooi. Kost alleen wel… tijd.
Dus wat doen we?
We plannen het in 7 minuten en hopen op een wonder.
En zo ontstaat een nieuw zorgconcept: diepgaand haastwerk.
4. Investeer in preventie (maar alleen als iemand anders betaalt)
Iedereen is vóór preventie. Echt waar.
Tot de rekening komt.
-Gemeente: “Dat is zorg.”
-Zorgverzekeraar: “Dat is welzijn.”
-Zorgkantoor: “Dat is… interessant.”
Resultaat: we wachten netjes tot iemand valt, eenzaam wordt of achteruitgaat. Dan kunnen we tenminste declareren.
5. Meet alles… behalve wat ertoe doet
We zijn dol op meten in de zorg.
Aantal minuten zorg
Aantal formulieren
Aantal vinkjes
Maar:
Heeft iemand een fijne dag gehad? Lastig. Dus dat meten we dat minder.
Zelfs toezichthouders zoals de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moeten het vaak doen met wat op papier staat.
En zo worden we wereldkampioen registreren, maar geen kampioen welzijn.
6. Wantrouw professionals (subtiel, maar consequent)
We zeggen: “De professional staat centraal.”
Maar we bedoelen: “...zolang die zich aan 42 regels houdt en alles kan verantwoorden.”
Gevolg:
-Minder ruimte voor maatwerk
Meer tijd achter de computer
-Vertrouwen is prachtig. Controle is blijkbaar aantrekkelijker.
7. Laat organisaties lekker concurreren (want dat is efficiënt)
Concurrentie zou de zorg beter maken.
In werkelijkheid:
-Organisaties beschermen hun eigen stukje.
-Samenwerken wordt ingewikkeld
Doorverwijzen voelt soms als verlies
En de cliënt? Die zit ertussen.
Positieve Gezondheid vraagt samenwerking. Het systeem beloont… het tegenovergestelde.
8. Praat vooral veel over visie (dat is veilig)
Visiedocumenten zijn fantastisch.
Inspirerend
Ambitieus
Vol woorden als “mensgericht” en “samen”
Maar zonder systeemverandering blijft het bij papier.
Positieve Gezondheid is geen poster. Het is een keuze. En keuzes doen soms pijn.
En nu even zonder grap
Hier komt de ongemakkelijke waarheid:
Je kunt niet tegelijk:
maximale marktwerking hebben
én verwachten dat brede gezondheid vanzelf ontstaat
(Dat is alsof je een fastfoodrestaurant runt en verbaasd bent dat niemand rustig tafelt)
Wat zou wél helpen?
(Geen zorgen, ik houd het simpel)
-Betaal voor kwaliteit van leven, niet alleen voor handelingen
-Maak één pot geld rond de cliënt
-Geef professionals tijd en vertrouwen
-Beloon samenwerking in plaats van concurrentie
-Investeer in preventie (ook als de winst later komt)
Tot slot
Voor de burger is het eigenlijk heel simpel:
“Zie mij als mens, niet als optelsom van zorgmomenten.”
Voor de politiek is het iets ingewikkelder:
“Durf het systeem zo in te richten dat dat ook kan.”
En ja - dat betekent soms minder sturen op productie… en meer op betekenis.
Spannend?
Absoluut.
Maar hé -anders blijven we heel efficiënt zorgen… zonder dat iemand zich echt beter voelt.





Opmerkingen