top of page

Positieve gezondheidszorg en middelgebruik:

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 16 uur geleden
  • 4 minuten om te lezen

Oftewel… moet Jan écht stoppen met roken op zijn 85e?


Er bestaat een hardnekkig misverstand over positieve gezondheid. Zodra iemand het woord “gezondheid” hoort, verschijnt er in het hoofd van veel hulpverleners automatisch een PowerPoint-dia met bulletpoints als:


  • Stoppen met roken

  • Minder alcohol

  • Geen drugs

  • Slaapmiddelen afbouwen


Maar dat is dus niet wat positieve gezondheidszorg betekent.

Het gaat niet over “jij moet gezonder leven omdat wij dat vinden”.

Het gaat wel over: Wat maakt jouw leven de moeite waard?

En daar wordt het interessant.


Ontmoet Jan

Jan is 85.

Een man van zijn woord.

Trotse vader en opa van zijn kleinkind.


Jan rookt ook shag.

Jan rookt al zolang shag bestaat.


Hij woont tegenwoordig beschut met extra zorg.

Maar.. het beleid van de instelling is “rookvrij”. Dat klinkt fantastisch op papier.

Minder fantastisch voor Jan.


Want moeten we hem op zijn 85e ineens vertellen: “Jan, nu moet je stoppen. Voor je gezondheid.”


Alsof Jan dat niet al 60 jaar hoort.

Zijn huisarts heeft het gezegd. Zijn longarts heeft het gezegd. De pakjes shag zeggen het. Zelfs het pakje met de waarschuwing ‘vermindert de vruchtbaarheid’ zegt het (waar Jan vooral om moest lachen: 'in plaats van voorbehoedsmiddel kan ik nu extra shag kopen!').


Met zijn COPD weet hij heus wel dat roken niet gezond is. Dat is geen geheim. Dat is geen verborgen kennis. Dat is geen verrassingseffect.


Dus waarom rookt hij nog?


Omdat mensen niet veranderen door informatie. Mensen veranderen door motivatie.

Motivatie is alleen niet hetzelfde als veranderingsbereidheid, maar daarover later meer.  

 

De klassieke zorgreflex

Wat gebeurt er meestal als iemand niet doet wat “goed voor hem is”?


Dan zeggen we als ‘professionals’:


Hij is niet gemotiveerd

Hij is niet therapietrouw

Hij is uitbehandeld

Soms valt zelfs de term ‘zorgwekkende zorgmijder’ (daar krijg ik persoonlijk de kriebels van, want daar zakt de moed toch wel in je schoenen van)

Dat laatste klinkt alsof iemand ’s nachts met een cape om door de stad sluipt om zorg te ontwijken.


Maar wat als het probleem niet motivatie is…maar samenwerking?


Een kleine muziekles

Stel je voor:

Een kind móét van zijn ouders viool spelen. Maar hij vindt het vreselijk. Hij oefent mokkend. Hij wordt er matig in.


Een ander kind droomt ervan om beroemd violist te worden. Die oefent vrijwillig. Met glimmende ogen.

Raad eens wie er beter wordt?


Opgelegde doelen werken zelden. Sterker nog: ze roepen ‘weerstand’ op.

En weerstand is vaak gewoon een andere naam voor: “Dit is niet mijn doel.”

Of 'jij wilt iets anders dan dat ik wil.'

Dus de term 'weerstand' kan misschien beter worden uitgelegd als een gebrek aan samenwerking.

 

Terug naar Jan

Jan wilde eigenlijk helemaal niet naar een psycholoog. Maar zijn arts had het geadviseerd. En Jan is een man van zijn woord.

Dus daar zit hij dan. Met tegenzin.


In plaats van te beginnen met: “Jan, we gaan vandaag een stopplan maken.”

Kun je ook beginnen met:

“Bedankt dat u gekomen bent. Hoe is het voor u om hier te zitten?”


En dan misschien:

“Wat maakt dat u toch bent gekomen, al had u er geen zin in?”


En mijn persoonlijke favoriet:

“Nu u hier toch bent… wat kunnen we bespreken of doen zodat u mij straks niet meer hoeft te zien?”


Dat laatste werkt verrassend goed!

 

Wie is Jan eigenlijk?

Niet:

De roker

De COPD-patiënt

De verpleeghuisbewoner

Die nare man die zijn eigen plan trekt


Maar:

Een eigengereide man die god kan aangeven wat hij wil

Trots op zijn zoon

Nog trotser op zijn kleinzoon van 7

Iemand die graag naar de speeltuin gaat


Jan krijgt glimmende ogen als hij over zijn kleinzoon praat. Opa zijn. Dat is zijn identiteit. En ergens in dat gesprek zegt hij ineens:


“Ik zou eigenlijk nog wel wat langer een goede opa willen zijn.”


En dan komt het moment waarop je als zorgverlener héél rustig achterover mag leunen.

Want nu komt het doel niet van jou als zorgverlener.

Het komt van Jan.

 

Van “moeten stoppen” naar “misschien minder hijgen”

Jan merkt zelf dat hij minder energie heeft in de speeltuin. Dat hij sneller moet zitten. Dat die hoestbuien niet handig zijn bij het voorlezen.


En ineens wordt stoppen met roken geen opgelegd gezondheidsdoel.

Maar een middel.

Een middel om…opa te blijven.

Dat is een totaal ander gesprek.

 

De kern van positieve gezondheid

Je kunt iemand niet veranderen. Maar je kunt wél een omgeving creëren waarin verandering mogelijk wordt.


Geen strijd. Geen overtuigingsdrang. Geen PowerPoint over longblaasjes of chronische parodontitis door het roken.


Maar:

Erkenning

Aansluiten

Nieuwsgierigheid

Geduld


En vooral: vertrouwen dat iemand al gemotiveerd is — alleen misschien voor iets anders dan jij dacht.

 

En stopt Jan?

Misschien. Misschien niet. Misschien eerst minderen. Misschien volgende maand.

En misschien appt hij je over een paar weken:


“Zullen we toch eens kijken hoe ik het kan aanpakken?”


En dan zeg je: “Natuurlijk Jan. Ik help je graag.”

Niet omdat het moet. Maar omdat hij er klaar voor is.

 

Moraal van het verhaal

Positieve gezondheidszorg betekent niet: “Je moet gezonder leven.”

Het betekent wel: “Wat maakt jouw leven waardevol- en hoe kunnen we dat ondersteunen?”

Zelfs als daar soms een shagje minder voor nodig is. En eerlijk?


Op 85-jarige leeftijd mag je best nog een beetje eigenwijs zijn.

Dat is misschien wel het gezondste van allemaal.



 

 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page