top of page
  • Foto van schrijverRené den Haan

Een persoonlijk verhaal over oplossingsgericht werken met ouderen


Ik was een jaar of 14 en zat op de MAVO, waar ik samen met een vriendje een werkstuk moest maken over dementie. We gingen daarvoor naar een verpleeghuis in de buurt, in Hoorn. Achter gesloten deuren zagen we allerlei ouderen die zich anders gedroegen dan onze eigen opa's en oma's. Ik leerde meer over het ziektebeeld en over veroudering. Ook later, toen ik doorstroomde naar de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening en nog later klinische (neuro)psychologie, raakte ik gefascineerd door de werking van het brein. Ik las een leerde veel over veroudering en over de grote verschillen tussen mensen die ouder worden. Het ene brein is de andere niet. De ene oudere is de andere niet en de groep ouderen is heel divers.


Neuropsychologisch onderzoek

Op de universiteit kwam het niet veel verder dan leren over afname van neuropsychologisch onderzoek en over de pathologie van het brein. Wat kan er allemaal mis gaan en hoe werken onze hersenen? Afgestudeerd en wel merkte ik al snel dat deze kennis beperkt is als je de oudere cliënt wil helpen. In mijn eerste werkweek als neuropsycholoog in het verpleeghuis werd ik door de verpleeghuisarts (nu specialist ouderengeneeskunde genoemd) gevraagd om een oudere dame met vermeende stemmingsproblematiek op een psychogeriatrische afdeling te behandelen. En ik had eigenlijk geen idee hoe ik dat moest toen. Ik wist alles over hoe je stemmingsproblemen kon vaststellen, maar niet hoe je dat kon behandelen. Ik besloot dapper het contact maar aan te gaan en deze mevrouw kon dat gelukkig erg waarderen. Geen idee wat ik destijds deed en of het hielp, maar op dat moment knapte ze in elk geval wel op van mijn gezelschap.


Je ziet door de bomen het bos niet meer

Ik besloot hierna een cursus Oplossingsgerichte therapie met ouderen te doen in de hoop wat handvatten op te doen om oudere cliënten te kunnen behandelen. Na de cursus schreef ik helpende oplossingsgerichte vragen op een spiekbriefje die ik zo nu en dan op mijn cliënten kon stellen. Maar wat te doen bij vastlopers? Dat vroeg natuurlijk om (veel) meer. Later in de opleiding tot gezondheidszorg (GZ)-psycholoog leerde ik over andere behandelvormen, zoals cognitieve gedragstherapie. Ik merkte dat er voor de meeste behandelingen diagnostische classificaties nodig zijn, maar dat het stellen van een classificatie bij ouderen heel lastig is. Vaak spelen er vele problemen door elkaar, zoals lichamelijke problemen, cognitieve problemen, psychische problemen, problemen in de interacties, verlieservaringen, noem maar op. Je ziet door de bomen het bos niet meer. En dan is er nog de vraag: wat wil de oudere cliënt eigenlijk zelf? Er wordt helaas maar nog steeds vaak besloten voor de cliënt en gesproken over de cliënt. Wij weten wat goed voor u is. Daarnaast leerde ik tijdens het volgen van de route naar cognitief gedragstherapeut VGCT dat het toepassen van probleemgerichte protocollen ‘volgens het boekje’ bij ouderen erg lastig is. En tenslotte was er nog de vraag die mij bezig hield: als de klachten afnemen, gaat het dan ook echt beter met je cliënt?


Geef de bloemen water

Ik leerde Fredrike Bannink, klinische psycholoog en auteur, kennen in het kader van leertherapie. Ik werd al snel geïnspireerd en gefascineerd de kracht van oplossingsgericht werken. En ik merkte dat deze methodiek goed aansluit bij het werken met ouderen. Vooral als er meerdere problemen spelen op meerdere domeinen in het leven is het zinvol om diagnoseoverstijgend te werken. Dat wil zeggen dat je vooral de aandacht richt op de hulpvraag en het doel van de cliënt zelf, in plaats van op de klacht, de beperking of de onmogelijkheden van een situatie. Je mag (hopelijk) even meekijken in het leven van je cliënt. Je ben belangstellend en stelt nieuwgierige vragen naar wat iemand beweegt en denkt mee over wat er mogelijk (weer) zou kunnen helpen in deze situatie. Behandelen is mijn inziens echt maatwerk waarbij je de regie zoveel mogelijk teruggeeft aan de cliënt, En dat begint al met de eerste vraag: waar hoopt u op ten gevolge van een aantal gesprekken of een geslaagde behandeling? En welk verschil maakt dat voor u? Je focust samen met je cliënt op sterke kanten, coping, zaken die werken en op positieve uitzonderingen ten opzichte van het probleem. En dat maakt deze aanpak positief, want alles wat je aandacht geeft groeit. Vanuit de gedragsleer weten we inmiddels dat bekrachtiging goed werkt. Geef je liever de bloemen (gewenste zaken en mogelijkheden) of het onkruid (klachten en onmogelijkheden) water?


De feedback van je cliënt is jouw kompas

Mijn belangrijkste kompas voor de effectiviteit van gesprekken is de feedback van mijn cliënten (en hun naasten). Zitten we op het goede spoor? Ik vraag daarom herhaaldelijk of een aanpak aansluit en of we spreken over waar de cliënt graag over wil spreken en wat nuttig of helpend was in een gesprek. Maar ook of het op een gegeven moment goed genoeg is om zelf - zonder hulp- weer verder te kunnen. Ook dat laat ik bij de cliënt. Op deze manier sluit je als behandelaar volledig aan en werk je samen. Je faciliteert het veranderingsproces van de cliënt door oplossingsgericht ‘lopers’ te gebruiken. Dat zijn vragen over sterke kanten, over het doel van de cliënt, over positieve uitzonderingen en over vooruitgang. Je vult niet in voor de ander, je bent nieuwgierig en je loopt niet harder dan je cliënt loopt. De regie ligt hierdoor zoveel mogelijk bij de cliënt en dat wordt over het algemeen als zeer prettig ervaren.


Boeken en trainingen

Over oplossingsgericht werken hebben we inmiddels het één en ander opgeschreven. Ook geef ik trainingen over oplossingsgericht werken en positieve gezondheidzorg. Tegenwoordig doen we dan ook buiten, op een alpacaboerderij. Het idee is dat je buiten beter leert, alerter blijft door in beweging te zijn. De aanwezigheid van dieren brengt bovendien een blijvende herinnering met zich mee. Dat werkt veel beter dan twee dagen stilzitten op een stoel in een TL-verplichte ruimte.


Van hart tot hart

Mijn doel is om de oplossingsgerichte methodiek (bij ouderen) te verfijnen, om andere behandelaars te inspireren maar vooral om cliënten die hulp zoeken zo goed mogelijk te helpen. Ik kan me namelijk opwinden over het feit dat er nogal eens gezegd wordt dat ouderen niet goed te behandelen zijn. Uitspraken als mijn cliënt is therapie resistent, dit is een probleemgeval en daar bereik je niets mee of mijn client is kwetsbaar, een zorgwekkende zorgmijder, werken averechts en dit zorgt bij voorbaat al voor demoralisatie. Het is beter om bekijken wat er wel werkt, eerder heeft gewerkt, wat de oudere in kwestie zelf wil bereiken. Ga uit van mogelijkheden. Stem verwachtingen samen af met de cliënt, de verwijzer en het systeem. Stop met zaken die niet werken en doe wat anders. Wat dan ook, zolang het helpt. En het is de cliënt die bepaalt of en wat er werkt, en wat goede of slechte vragen zijn. Niet het protocol of degene die het langste of meeste heeft geleerd. Maar ga zeker ook door met zaken die wél werken. Die hoef je namelijk niet te repareren. Verandering werkt het beste op een bedje van behoud,

Behandelen is contact maken vanuit je hart, iemand zien als mens -in plaats als iemand met een ziekte, beperking of interessante casus, Ik ga ervan uit dat alle cliënten gemotiveerd zijn, maar niet perse voor het doel van de behandelaar, instelling of verwijzer. Dus vraag ernaar wat belangrijk is voor je cliënt! Wat hem of haar bezighoudt, of in leven houdt. Waar iemand in het met gesprek met jou op hoopt. Een gesprek van mens tot mens. Van hart tot hart. Oplossingsgericht werken is mijn inziens veel meer dan het toepassen van een methodiek. Het is een visie op zorg, op behandeling, op de maatschappij op het mensbeeld.


René den Haan


42 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page