Ja, maar ... tips voor de klaagtypische samenwerking
- René den Haan

- 2 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Hoe je samen uit het moeras stapt
Er zit iemand tegenover je. Armen over elkaar. Zucht.
“Ja maar… dit werkt toch allemaal niet.”
Welkom. Je bent niet beland bij een klaagtypische samenwerking.
En dat is goed nieuws. Want zodra je het woord relatie serieus neemt, verandert alles. Dan is het niet meer: “hij klaagt altijd”, maar:
“wij zitten nu samen in een patroon dat we ook samen kunnen doorbreken.”
Dat betekent iets ongemakkelijks - maar ook iets krachtigs:
jij doet ertoe in hoe dit gesprek verloopt.
Stop met fixen, start met volgen
In de oplossingsgerichte benadering schuif je het label klager aan de kant. Niet om lief te zijn. Maar omdat het niet helpt.
Wat je wél doet: je sluit aan. Precies daar waar de ander zit.
Niet om te blijven hangen - maar om beweging mogelijk te maken.
En dat begint met iets wat vaak onderschat wordt:
Erkenning die raak is
Geen opgeplakte empathie. Geen “ja ja, vervelend hoor”.
Maar: “Dat lijkt me echt lastig.”
“Ik kan me voorstellen dat je daar flink van baalt.”
Klinkt simpel. Is het niet. Want als je dit goed doet, zie je vaak iets verschuiven: spanning zakt, schouders ontspannen een beetje. Pas dán ontstaat ruimte voor iets anders.
Van probleem naar richting
De grootste valkuil? Blijven graven in wat er misgaat.
De kunst? Subtiel kantelen naar waar het gesprek wél over mag gaan. Bijvoorbeeld: “Gegeven deze situatie… wat zou ons gesprek nu zinvol voor je maken?”
Let op wat hier gebeurt:
Je ontkent het probleem niet. Maar je zet het ook niet meer centraal. Je opent een deur.
De nuttigheidsvraag (je geheime wapen)
Als iemand vastzit in klachten, helpt deze bijna altijd: “En nu dit allemaal zo lastig is… hoe zou dit gesprek je een beetje kunnen helpen?”
Klein woordje. Beetje.
Geen grote doorbraak nodig. Geen perfecte oplossing.
Gewoon: een millimeter vooruit.
En vaak is dat precies genoeg om beweging te starten.
Doelen zonder druk
Soms moet je het gewoon hardop maken: “Gegeven deze situatie… wat zou je nu willen?” “Wat wil je bereiken?”
Niet als checklist. Maar als kompas. Want zonder richting blijf je rondjes draaien in hetzelfde verhaal.
Zie wat er al lukt (zelfs als het klein is)
Mensen die ‘klagen’, doen ondertussen vaak van alles wat wél werkt. Alleen… niemand benoemt het. Jij dus wel:
“Gegeven alles wat er speelt… hoe is het je toch gelukt om [X] voor elkaar te krijgen?”
Dit zijn geen complimenten met een strik eromheen. Dit zijn ontdekkingen van veerkracht.
En dat verandert hoe iemand naar zichzelf kijkt.
De verschilvraag: kleine verschuiving, groot effect. “Stel dat X hier anders mee om zou gaan… wat zou dat voor jou veranderen?”
Ineens ontstaat er ruimte voor een andere werkelijkheid.
Niet omdat die er al is - maar omdat je hem denkbaar maakt.
Als de ander niet verandert (en dat gebeurt vaak)
Dan komt de vraag die schuurt:
“Stel dat de ander niet verandert… wat kun jij dan doen om hiermee om te gaan?”
Niet populair. Wel eerlijk.
En verrassend vaak bevrijdend.
Paradoxaal prikken
Soms zit iemand zo vast, dat je het moet omdraaien: “Wat zou je kunnen doen om het nog erger te maken?”
Klinkt absurd. Werkt vaak briljant.
Want ineens wordt zichtbaar wat iemand dus blijkbaar al níet doet.
En dan de vergeten vraag
“Wat moet er nog onderzocht, gezegd of gedaan worden om ook naar de andere kant te kunnen kijken?”
De kant van wat iemand wél wil.
De kant die vaak ondergesneeuwd raakt door alles wat niet lukt.
Tot slot: jij bént de interventie
De grootste misvatting? Denken dat je technieken nodig hebt.
Nee. Jij bent de interventie.
In hoe je luistert.
In wat je benadrukt.
In welke vragen je stelt — en wanneer.
Dus de volgende keer dat je denkt: “Pff, weer zo’n klager…”
Herformuleer. “We zitten in een klaagtypische relatie.”
En dus: “Ik kan hier iets in bewegen.” En dat is precies waar het interessant wordt.





Opmerkingen