De brugwachter
- René den Haan

- 3 mrt
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 4 mrt
Ik loop inmiddels al een tijdje mee als psycholoog in de ouderenzorg.
Lang genoeg om te weten dat ouderen niet ineens massaal ingewikkelder zijn geworden.
De cliënt van nu is in de kern nog steeds dezelfde als 25 jaar geleden: een mens met een verhaal, een paar zorgen, een beetje humor, en soms een bril die ze altijd kwijt zijn maar die gewoon op hun hoofd staat.
Wat wél complexer is geworden?
Alles eromheen.
En laat ik eerlijk zijn: die complexiteit zit niet in het hoofd van de cliënt. Die zit in het hoofd van de hulpverlener. Of preciezer: in het systeem waar de hulpverlener in moet functioneren.
Vroeger was alles beter?
Vroeger had ik een papieren dossier.
Ik zag iemand, maakte een paar kernachtige aantekeningen (“mevrouw somber, mist haar kat, interventie: luisteren + kop thee”), sloot de map en ging verder.
Nu open ik ’s ochtends geen dossier meer.
Ik open een productie-systeem.
Er is een elektronisch dossier met een zorgplan, behandelplan, risicotaxatie, signaleringsplan, evaluatieplan, en waarschijnlijk ergens ook een plan om al die plannen te plannen. Inclusief verplichte vragenlijsten, afvinklijstjes en controle momenten. Voor de cliënt overigens grotendeels onleesbaar, maar wel heel verantwoord.
We zouden ontzorgd worden, zei de overheid.
Meer tijd voor het primaire proces: tijd mét en vóór de cliënt.
In werkelijkheid betekent het dat je na een paar uur typen het gevoel krijgt dat je langzaam vergroeid met je bureaustoel. Mocht ik ooit vastgroeien, dan hoop ik dat daar tenminste een formulier voor bestaat.
De brugwachter
Soms moet ik denken aan het verhaal van de brugwachter. Hier komt ie (in rijm):
Er was eens een brug, gewoon over ’t kanaal,
één hendel omhoog, en de klus was banaal.
Maar regels zijn regels — dus dubbele bezetting,
een planner erbij… om werk te verdelen.
Eerst een formulier, dan een paraaf,
dan een commissie die de uitkomst bewaakt.
Veiligheidsplan, vier lagen controle,
en pas na de audit… misschien dat we ’m open mogen.
De boekhouder rekent, de manager coacht,
IT wordt ingezet — precies zoals ooit beloofd.
HR doet intake voor brugwachter-stoelen,
maar niemand mag draaien — de regels bedoelen…
En dan, als klap op de vuurpijl:
AI verschijnt ten tonele. Een robot op de post. Einde mensenhistorie.
Hij draaide de brug op commando van het systeem,
tot de stroom uitviel… en toen gebeurde er geen…
Je raadt het al.
Eerst een formulier, dan een paraaf,
dan een commissie die de storing bewaakt.
Noodprotocol, vijf lagen controle,
en pas na de herstart… misschien dat we ’m open mogen.
Het schip ligt te wachten, de kapitein brult: “Schiet op!”
Maar in het verslag heet dat: “Procesresultaat: nul fout.”
De papieren tijger
We zijn kampioen geworden in het temmen van papieren tijgers.
Of beter gezegd: in het fokken ervan.
Regeldruk en controlebehoefte zijn toegenomen. Alles moet vastgelegd, verantwoord en gecontroleerd. Alsof de werkelijkheid pas bestaat als hij correct is aangevinkt.
En toch.
Als ik bij een cliënt zit — echt zit, zonder scherm ertussen — gebeurt er iets wonderlijks. Dan verdwijnen de vinkjes. Dan is er gewoon een mens tegenover me. Iemand die vertelt over vroeger, over verlies, over angst, over hoop.
En dan blijkt dat het primaire proces nog steeds springlevend is.
Misschien zit de echte ontzorging niet in minder systemen, maar in het lef om af en toe even níét naar het systeem te kijken.
Gewoon gaan doen.
Misschien moeten we de brug soms weer met één hendel openen.
Misschien moeten we weer durven vertrouwen op vakmanschap.
En wie weet — heel misschien — komt er ooit een nieuw formulier.
Met maar één vraag:
“Heeft u vandaag écht contact gemaakt?”
En dan hoop ik stiekem dat het antwoord gewoon met pen geschreven mag worden.





Opmerkingen