SOEP van dhr. Jansen
- René den Haan

- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen
Het veldlogboek van meneer Jansen, Voormalig stadsbioloog.
Tegenwoordig observator van de zorgsoort Verzorgicus Positivus.
Maandag
Sinds kort gebeuren hier vreemde dingen in het verpleeghuis.
Als voormalig stadsbioloog herken ik gedragsveranderingen onmiddellijk.
Vroeger observeerde ik merels in stadsparken.
Nu observeer ik verzorgers in gangen met linoleum.
Het verschil is kleiner dan men denkt.
Sinds de invoering van iets dat men hier positieve gezondheidszorg noemt, vertonen de verzorgers nieuw gedrag. Ze stellen vragen die voorheen niet voorkwamen in hun natuurlijke vocabulaire.
Vroeger: “Goedemorgen meneer Jansen, heeft u al gepoept?”
Nu: “Wat vindt u eigenlijk belangrijk op een dag, meneer Jansen?”
Dat is een vraag die een mens in een verpleeghuis niet direct verwacht.
Ik keek haar aan alsof ze me vroeg of ik morgen de marathon wilde lopen.
“Belangrijk?” zei ik. “Koffie.
En dat mijn buurman stopt met ademhalen alsof hij een trekzak test.”
Ze schreef het op.
Dit is interessant.
In de biologie noemen we dat nieuw registrerend gedrag.
Dinsdag
Vandaag hoorde ik iets fascinerends bij de verpleegpost.
Ze gebruiken hier blijkbaar een systeem dat SOEP heet.
Ik spitste mijn oren. SOEP.
Als bioloog weet ik dat wanneer mensen woorden gebruiken die ook in de keuken voorkomen, er meestal iets belangrijks aan de hand is.
Ik vroeg een verzorgster wat het betekende.
Ze legde uit:
S – Subjectief: wat de cliënt zelf zegt
O – Objectief: wat wij zien
E – Evaluatie: wat we ervan denken
P – Plan: wat we gaan doen
Ik knikte ernstig. “Dus eigenlijk een soort recept,” zei ik.
Ze lachte.
Ik heb meteen besloten het systeem zelf ook te gebruiken. Voor wetenschappelijke doeleinden uiteraard!
Woensdag
SOEP-observatie van meneer Jansen
S – Subjectief“Meneer Jansen geeft aan dat de koffie vandaag verdacht goed smaakt en dat het leven aanzienlijk draaglijker is wanneer verzorgers vragen stellen waar geen stopwatch bij hoort.”
O – Objectief“Meneer Jansen zit bij het raam duiven te tellen en lijkt daarbij opvallend tevreden. Er wordt gelachen met een verzorgster. Er is sprake van vrijwillige sociale interactie.”
Dit is in verpleeghuizen een zeldzaam verschijnsel.
Donderdag
Ik vervolg mijn rapportage.
E – Evaluatie
Mijn professionele conclusie als voormalig stadsbioloog:
Er lijkt sprake van een positieve ecosysteemverandering.
Kenmerken:
verzorgers luisteren langer
bewoners praten meer
er wordt vaker gelachen
en iemand heeft ontdekt dat koffie warm serveren een therapeutisch effect heeft
De soort Verzorgicus Positivus lijkt zich succesvol aan te passen aan de nieuwe omgeving. Dit komt zelden voor in zorgsystemen.
Vrijdag
De laatste stap van de rapportage.
P – Plan
Aanbevelingen van meneer Jansen:
Blijf vragen stellen die niet over ontlasting gaan.
Zorg dat koffie warm blijft.
Geef verzorgers af en toe ook een compliment (dit verhoogt de overlevingskans van de soort).
Overweeg dagelijkse duiventellingen als therapeutische interventie.
Zaterdag
Ik heb mijn SOEP-rapportage voorgelezen aan een verzorgster.
Ze zei lachend: “Meneer Jansen, volgens mij begrijpt u het systeem perfect.”
Dat klopt.
Alleen één ding blijft me bezighouden. Want als bioloog weet ik dat systemen vaak vernoemd worden naar wat ze lijken. En eerlijk gezegd…
Wanneer ik hier al die rapportages hoor over SOEP verwacht ik ergens toch nog steeds een kom dampende tomatensoep.
Tot nu toe heb ik alleen formulieren gekregen.
Mijn Plan voor volgende week is daarom duidelijk:
Eisen dat bij elke SOEP-rapportage ook echte soep wordt geserveerd!
Dat zou pas echt positieve gezondheidszorg zijn...





Opmerkingen