top of page

Het restaurant

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 5 mrt
  • 3 minuten om te lezen

Stel.

Je hebt honger. Geen klein snack-trek honger, maar serieuze honger. Zo’n honger waarbij je zelfs de paprika in de groentela thuis ineens begint te bekijken alsof het een driegangenmenu is.


Dus wat doe je? Je gaat uit eten. Wat vervelend.


Gelukkig hoef je tegenwoordig niet meer zelf na te denken. Een app heeft al voor je bedacht waar je moet eten. Dat restaurant verschijnt namelijk constant in je zoekresultaten.

Het algoritme weet immers wie je bent, wat je wil, en waarschijnlijk ook hoe je koffie drinkt.


Dus: dat zal wel goed zijn.


Eenmaal binnen blijkt het druk. Je wordt even aan de bar gezet. Tien minuutjes wachten, zegt de bediening. Prima. Drukte betekent kwaliteit, denk je optimistisch terwijl je een wijntje bestelt.


Na een minuut of tien mag je eindelijk plaatsnemen aan een tafeltje.


Ah. Eindelijk!


Maar dan komt de bediening.

“Voordat u kunt bestellen,” zegt hij vriendelijk, “hebben we een paar vragen over uw honger.”

Je knikt. Prima. Vast iets simpels.


“Hoe ernstig is uw honger op een schaal van 1 tot 10?”


Hm. Oké.


“En hoe lang heeft u al last van deze honger?”


Last? Nou ja. Sinds een uur of zes?


“En hoe ging u vroeger om met honger?”

Pardon?


“Welke rol speelde honger in uw ouderlijk gezin?”


Je begint langzaam te vermoeden dat dit een wat uitgebreider dinertraject wordt dan verwacht.


Je probeert nog: “Mag ik misschien gewoon—”


Maar de bediening is alweer weg. Met je formulier.

Tien minuten later komt hij terug met een vervolgvragenlijst.


“We willen de frequentie, aard en intensiteit van uw honger nog iets beter in kaart brengen.”


Je maag knort luidkeels.


“Zonder deze lijstjes kunnen we helaas geen eten serveren.”

Begrijpelijk.


Daarna volgen wat korte neuropsychologische testjes om te bepalen wat honger precies met je brein doet. Je moet blokjes onthouden, plaatjes rangschikken en aangeven of je liever een appel, een peer of een existentiële leegte zou eten.


Na een klein uur komt eindelijk het moment waar je op hebt gewacht.


De bediening verschijnt met een bord. Triomfantelijk zet hij het voor je neer.


Op het bord ligt…papperige gestoomde boerenkool en een verantwoorde linzenmousse.


Je kijkt ernaar.


“Maar… ik wilde eigenlijk pizza.”


“Dat stond niet in de vragenlijst,” zegt de bediening vriendelijk. “Maar na analyse denken wij dat dit beter voor u is.”


Je staart naar je bord. Je maag huilt zachtjes.


“Gelukkig,” vervolgt hij opgewekt, “wordt dit diner aan het eind van het jaar deels verrekend met uw eigen risico. En u mag nog acht keer terugkomen!”


Hij glimlacht.


“Hoe tevreden bent u over uw restaurantbezoek vandaag?”


En dan komt de echte vraag.

Niet of het eten goed was.

Niet of je honger gestild is.

Maar:

Of je nog eens terugkomt.


Absurd?


Misschien een beetje.

Maar eigenlijk beschrijft dit verrassend nauwkeurig hoe we in de (geestelijke) gezondheidszorg vaak werken.

We analyseren klachten en problemen uitvoerig en bepalen op basis daarvan wat iemand nodig heeft. Dat kost tijd.. en wachtlijsten ontstaan.


De professional analyseert, de organisatie bepaalt, en de cliënt… krijgt een bord voorgeschoteld.


Ook als het niet is waar hij op hoopte.


Er is meestal nog weinig ruimte voor eigen regie, hoop, gezamenlijke besluitvorming of echte cliëntfeedback.


En dat kan anders.


Binnen Positieve Gezondheid, bijvoorbeeld, verschuift het vertrekpunt. Niet het aanbod van het restaurant staat centraal, maar de vraag van degene die honger heeft.


Wat wil jij bereiken?

Wat helpt jou?

Wat zou voor jou een goede maaltijd zijn?


En misschien is dat uiteindelijk de simpelste innovatie in de zorg:


Dat we weer beginnen met vragen wat iemand eigenlijk wil eten.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page