Wat een taxichauffeur mij leerde over therapie
- René den Haan

- 1 mrt
- 3 minuten om te lezen
Laatst moest ik haasten naar het station. Laatste trein. 23:50.
Ik had net heerlijk zitten tafelen — volle buik, rozig hoofd, sociale batterij op 3% — en ineens drong het tot me door: die trein wacht niet op jouw toetje.
Dus: taxi.
De rit
Een jonge taxichauffeur in een auto waar mijn hele maandinkomen waarschijnlijk in het dashboardkastje lag, stopt voor mijn neus.
“Waar wil je heen?”
“Kunt u mij naar het station brengen? De trein van 23:50… ga ik dat redden?”
Hij knikt zelfverzekerd. Dat soort knikjes dat zegt: ik heb dit vaker gedaan, vertrouw mij maar.
We rijden. Zacht muziekje op de achtergrond. De meter begint te lopen. Ik begin een gesprek, want stilte voelt altijd een beetje alsof je samen in een lift staat die nét iets te lang doet over de derde verdieping.
“Best druk in de stad, hè? Maak je lange dagen?”
Hij knikt.
“Maar is goed hoor. Er zijn ook dagen dat het te stil is.”
“Is het leuk werk?”
“Ja, wel oké.”
De meter loopt stilzwijgend door.
Dan stel ik de vraag waarvan ik vermoed dat hij hem al 3.456 keer eerder kreeg:
“Je neemt vast veel verschillende mensen mee. Heb je ook wel eens diepgaande gesprekken?”
Hij lacht.
“Jazeker. Maar als ik behoefte had aan gesprekken, was ik wel psycholoog geworden.”
Touché.
Aderlating
We komen aan. Ik reken af. Mijn portemonnee voelt ineens als uienleer: dun, doorzichtig en licht vochtig van emotie. Maar ik zit in de trein. Missie geslaagd.
En terwijl ik daar zit, denk ik:
Eigenlijk lijken taxichauffeurs en behandelaars verrassend veel op elkaar.
De taxichauffeur als oplossingsgerichte therapeut
Wat doet een taxichauffeur?
Hij vraagt niet:
“Waar kom je vandaan?”
of
“Wat ging er mis in je vorige rit?”
Nee. Hij vraagt:
“Waar wil je heen?”
Dat is oplossingsgericht werken in optima forma!
En als je zegt: “Ja… geen idee eigenlijk,” dan vraagt hij:
“Moet het dichtbij zijn?”
“Welke kant op ongeveer?”
Hij helpt je je bestemming concreter te maken.
Maar wat hij níet doet?
Eindeloos rondjes rijden in de stad in de hoop dat je ooit spontaan roept:
“DIT IS HET! HIER MOET IK ZIJN!”
Dat zou een dure grap worden. En bovendien: dan staan er straks geen taxi’s meer klaar voor andere mensen.
“Mijn psych”
Laatst sprak ik een nieuwe cliënt die al twintig jaar bij dezelfde psychotherapeut liep. Psychotherapeut met pensioen, cliënt radeloos.
Hij had het steeds over “mijn psych”. Daar krijg ik altijd een licht ongemakkelijk gevoel bij. Alsof je een abonnement hebt op een persoon.
Ik vroeg:
“Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd in al die jaren?”
Zijn antwoord: “Dat hij er voor me was.”
En begrijp me niet verkeerd — dat is ontzettend waardevol. Er-zijn is essentieel. Veiligheid is essentieel. Verbinding is essentieel.
Maar…
Is het ook de bedoeling dat je twintig jaar in dezelfde taxi blijft zitten omdat de chauffeur zo goed kan luisteren?
De kunst van uitstappen
Oplossingsgericht werken — en positieve gezondheidszorg — gaat over regie teruggeven. Over beweging. Over richting.
De belangrijkste vraag is misschien niet: “Waar heb je last van?” (vermijdingsdoel)
Maar:
“Waar wil je naartoe?” (toenaderingsdoel)
En misschien nog belangrijker:
“Wat moeten we doen en bespreken zodat je mij straks niet meer nodig hebt?”
Een goede taxirit eindigt.
Je stapt uit.
Je bent waar je moet zijn.
De chauffeur rijdt verder.
Dat is geen afwijzing.
Dat is succes.
En soms een stukje zelfbehoud.
Slotgedachte
Misschien moeten we als behandelaars wat vaker denken als taxichauffeurs:
Vraag naar de bestemming.
Help die concreet maken.
Rijd doelgericht.
Check onderweg of je nog op koers ligt.
En wees blij als iemand uitstapt.
En als je behoefte hebt aan 'diepgaande' gesprekken? ...
Dan kun je altijd nog psycholoog worden!





Opmerkingen