De belofte
- René den Haan

- 22 mrt
- 2 minuten om te lezen
Waar gaat het heen?
We waren ooit—
zeggen de verhalen—
jagers van schaduw en licht,
verzamelaars van wat de aarde
ons nog gunde.
De kou kroop onder onze huid,
honger sprak luider dan woorden,
en leven was geen recht,
maar een toevallige overeenkomst
met de dag.
Toen stond er iemand op—
een stem, een schild, een belofte.
Muren rezen uit angst,
orde uit noodzaak.
“Geef mij een deel,” zei hij,
“en ik bescherm wat van jullie is.”
En wij gaven.
Niet omdat we wilden,
maar omdat overleven
zelden onderhandelt.
De velden groeiden,
de horizon schoof op,
wegen sneden het land open
als aderen vol vooruitgang.
Maar met elke steen
die werd gelegd,
werd iets anders begraven—
iets zachts, iets echts,
iets dat niet in bezit te vangen was.
Meer land.
Meer macht.
Meer middelen om te blijven bestaan -
of misschien
om niet meer te hoeven bestaan
zoals eerst.
En ergens, ongemerkt,
verschoof de balans.
Van samen
naar verdelen.
Van dragen
naar dragen moeten.
Nu leven we in een wereld
De moderne wereld
die zichzelf begrijpt in systemen:
codes, regels, schermen
die beslissen zonder te kijken.
We noemen het vooruitgang,
maar verdwalen in het doolhof
dat we zelf hebben gebouwd.
Er zijn geen muren meer van steen alleen,
maar van beleid,
van cijfers,
van grenzen die je niet ziet
maar wel voelt
in wat je niet meer kunt.
En buiten—
altijd weer buiten—
staan mensen te wachten
op een kans,
op warmte,
op een stukje van wat wij
overvloed noemen
maar zelf nauwelijks nog ervaren.
Vertel me -
zijn we vrij?
Of hebben we simpelweg
betere kettingen gesmeed?
Gepolijst,
gedigitaliseerd,
onzichtbaar gemaakt
zodat ze niet meer snijden,
maar langzaam knellen.
De mannen in pakken
spreken zachte woorden
Wollige taal
over groei en balans,
terwijl onder hun zinnen
een andere taal stroomt -
die van winst,
van verschuiven,
van nemen zonder dat het lijkt
alsof er iets verdwijnt.
En jij -
jij staat ’s ochtends op,
zet koffie in een huis
dat kouder voelt dan nodig is,
rekent, herschikt,
ademt tussen bedragen door.
Je werkt,
want werken is wat je doet
als je wilt blijven staan.
Je gelooft in vrijheid—
natuurlijk doe je dat—
maar dat ze duur is geworden.
Te duur, soms.
Een schone wereld klinkt prachtig
tot de rekening komt.
Een betere toekomst voelt rechtvaardig
Daar heb ij voor gestemd
Maar deze stem
lijkt vooralhaalbaar
voor wie al genoeg heeft.
En jij?
Jij rijdt nog steeds
omdat stilstand geen optie is,
maar vooruitgaan
steeds meer kost
dan het oplevert.
Dus stel je de vraag
die nergens echt gesteld wordt:
Waar gaat het heen?
Niet het geld alleen -
maar de zin,
de balans,
de belofte
waarmee het ooit begon.
Want ergens,
onder lagen van beleid
en bezit,
onder cijfers die groeien
terwijl mensen krimpen—
ligt nog steeds
die eerste afspraak:
De belofte
dat we samen zouden leven.
Niet om te winnen,
maar om te bestaan.
En misschien-
misschien is de ernst niet
dat we het kwijt zijn,
maar dat we het
bijna normaal zijn gaan vinden.





Opmerkingen