De houdbaarheidsdatum van de jeugd
- René den Haan

- 19 jun
- 3 minuten om te lezen
Ergens onderweg heeft onze samenleving een merkwaardige afspraak gemaakt.
Ouder worden mag. Maar alleen als je er niets van merkt.
Je mag zeventig zijn, mits je eruitziet als vijftig.
Je mag tachtig zijn, mits je marathons loopt.
Je mag negentig zijn, mits je nog zelfstandig op een ladder klimt om de dakgoot schoon te maken.
Veroudering is blijkbaar prima, zolang het zich een beetje gedraagt.
De industrieën die leven van onze onzekerheid draaien er uitstekend op. Potjes, pilletjes, crèmes, behandelingen en apparaten beloven ons allemaal hetzelfde:
dat de tijd een vergissing is die nog gerepareerd kan worden.
Alsof rimpels een technische storing zijn.
Alsof grijs haar een karakterfout is.
Alsof de natuur een terugroepactie nodig heeft.
Toch gebeurt er iets interessants wanneer je ouder wordt. Het lichaam begint namelijk een taal te spreken die je jarenlang hebt genegeerd.
De knieën dienen klachten in.
De rug schrijft boze brieven.
De ogen besluiten dat kleine lettertjes voortaan uitsluitend voor twintigjarigen bestemd zijn.
En ergens tussen de eerste leesbril en de derde poging om overeind te komen uit een lage stoel, dringt een ongemakkelijke waarheid zich op:
Je bent geen machine.
Je bent sterfelijk.
Dat klinkt somber, maar misschien is het juist bevrijdend.
Want zolang we denken dat we onbeperkt tijd hebben, stellen we het echte leven uit.
Nog even harder werken.
Nog even meer verdienen.
Nog even wachten met genieten.
Nog even wachten met vergeven.
Nog even wachten met werkelijk leven.
Totdat het lichaam vriendelijk doch dringend meldt dat "nog even" misschien niet eindeloos beschikbaar is. Misschien is ouder worden daarom minder een achteruitgang dan een verschuiving van aandacht.
Jongeren kijken vaak vooruit.
Ouderen kijken steeds vaker naar binnen.
Dat is niet hetzelfde.
De buitenwereld vraagt om snelheid.
De binnenwereld vraagt om diepgang.
En die twee zijn niet altijd goede vrienden.
Opvallend genoeg worden we in het Westen steeds ouder, terwijl we tegelijkertijd steeds banger lijken te worden voor ouderdom. We hebben meer vrijheid, meer medische mogelijkheden, meer kennis en meer jaren dan generaties voor ons.
Maar wat moeten we eigenlijk met al die extra tijd?
Dat is misschien wel de belangrijkste vraag.
Niet hoe oud je wordt.
Maar waarvoor.
De tweede helft van het leven is niet bedoeld om dezelfde wedstrijd nog harder te spelen. Misschien is ze bedoeld om te ontdekken dat je al die tijd op het verkeerde scorebord keek.
Zelfs vergeetachtigheid krijgt dan een andere kleur.
Natuurlijk, het is soms hoogst irritant wanneer je naar boven loopt en halverwege vergeten bent waarom. Of wanneer je een bril zoekt die al tien minuten op je hoofd staat.
Maar er zit ook iets aandoenlijks in.
Alsof het leven langzaam wat ruimte maakt.
Alsof het hoofd een klein stapje achteruit doet zodat het hart wat meer naar voren kan komen.
Want de mensheid heeft nooit een tekort gehad aan mensen die alles weten.
Waar we vaker gebrek aan hebben zijn mensen die werkelijk voelen.
Die kunnen luisteren.
Die mild zijn.
Die wijsheid boven gelijk krijgen verkiezen.
Misschien ligt daar wel een verborgen kwaliteit van ouder worden.
Niet scherper denken. wel zachter kijken.
En dan is er dementie. Een van de meest aangrijpende ervaringen die een mens en zijn omgeving kunnen treffen. Ik heb het helaas van dichtbij mee moeten maken.
Een proces dat verdriet, machteloosheid en afscheid met zich meebrengt.
En toch blijft ook daar een raadsel bestaan.
Want soms zie je bij mensen die steeds meer herinneringen verliezen dat er tegelijkertijd iets anders zichtbaar wordt.
Een kwetsbaarheid. Een puurheid. Een directheid van gevoel die jarenlang verborgen lag achter analyses, overtuigingen en verstandelijke controle.
Alsof het leven nog één keer probeert de balans op te maken.
Niet van wat iemand heeft bereikt, wel van wie iemand is geworden.
Misschien is dat uiteindelijk de uitnodiging van ouder worden.
Niet om jong te blijven of de tijd te verslaan.
Niet om koste wat kost vast te houden, maar om langzaam te leren loslaten.
Ideeën.
Rollen.
Status.
Zekerheden.
En uiteindelijk zelfs ons lichaam.
Zoals bomen in de herfst hun bladeren verliezen zonder zich daar schuldig over te voelen. Zonder crisis. Geen protest. Geen antirimpelcrème.
Gewoon de wijsheid om mee te bewegen met de seizoenen.
Zie het als de meest onderschatte vorm van schoonheid die bestaat.
Niet zoals een uiterlijke schoonheid van iemand die jong blijft, maar de schoonheid van iemand die oud durft te worden.





Opmerkingen