top of page

De oudere zoekt een huis. De overheid zoekt een excuus.

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 22 jun
  • 3 minuten om te lezen

Nederland heeft een woningtekort van ongeveer 300.000 woningen. Dat klinkt ernstig. En dat is het ook. Maar misschien nog ernstiger is dat we jarenlang hebben gedaan alsof ouderen vanzelf oplossen.


Dat begon met een briljant idee: schaf de verzorgingshuizen af.


Want ouderen wilden helemaal niet gezellig samen wonen met leeftijdsgenoten, activiteiten doen, een warme maaltijd krijgen en hulp dichtbij hebben. Nee, ouderen wilden vooral zelfstandig blijven wonen. Liefst tot hun 97e. Met een trap van dertien treden, een cv-ketel uit 1998 en een badkamer waarin je alleen veilig kunt douchen als je ooit bij Cirque du Soleil hebt gewerkt.


De verzorgingshuizen verdwenen. De ouderen bleven.

En nu kijken we verbaasd naar de gevolgen.


"Waarom stromen ouderen niet door?"

Dat is een goede vraag. Vergelijkbaar met vragen als: waarom verlaten pinguïns Antarctica niet massaal voor de Costa del Sol?

Omdat mensen gehecht raken aan hun leefomgeving.


Stel je voor. Je bent 82. Je hebt veertig jaar in hetzelfde huis gewoond. Je kent iedere tegel in de tuin. Je hebt een appelboom geplant die inmiddels meer geschiedenis heeft dan sommige politieke partijen. Je buurman weet wanneer je jarig bent en de merel weet precies waar de broodkruimels liggen.


Dan komt er iemand van een woningcorporatie langs.

"Goed nieuws! We hebben een appartement op twaalf hoog."


"Twaalf hoog?"

"Ja."

"Met een tuin?"

"Nee."

"Met een balkon?"

"Van 1,8 vierkante meter."

"En de lift?"

"Die doet het meestal."

Meestal.


(Dat woord alleen al zou ouderen moeten kwalificeren voor een extra zorgindicatie.

Want iedereen kent die flat waar een briefje hangt: Lift buiten gebruik wegens storing.

Voor jonge mensen is dat vervelend. Voor een 89-jarige met twee kunstknieën betekent het dat hij tijdelijk op de derde verdieping woont van de Noordwand van de Mount Everest.)


Ondertussen roept de overheid dat ouderen best wat creatiever mogen wonen.

Samenwonen bijvoorbeeld.


Een prachtig idee! Twee alleenstaande ouderen in één woning. Minder eenzaamheid, lagere woonlasten, meer sociale steun. Zelfs de wetenschap is enthousiast. Alleen de belastingregels niet.


Want zodra twee ouderen besluiten dat samen eten gezelliger is dan alleen voor de televisie zitten, verschijnt ergens een ambtenaar uit een rookwolk.


"Gefeliciteerd. U bent nu toeslagen kwijt."

"Maar we zijn alleen samen gaan wonen."

"Precies."

"Om kosten te besparen."

"Dat gaat helaas niet door."


Hetzelfde geldt voor het splitsen van woningen. Veel ouderen wonen in huizen die eigenlijk te groot zijn geworden. Beneden zou een dochter kunnen wonen. Boven een student. In het achterhuis een mantelzorger.


Iedereen blij.

Behalve het bestemmingsplan.

Dat is een document dat speciaal lijkt te zijn ontworpen om oplossingen te voorkomen. Nederland heeft namelijk een bijzonder talent ontwikkeld: we erkennen problemen pas nadat we eerst alle oplossingen onmogelijk hebben gemaakt.


We weten dat het aantal alleenwonende ouderen de komende decennia explosief groeit. We weten dat eenzaamheid toeneemt. We weten dat mensen langer thuis moeten wonen. We weten dat mantelzorgers schaarser worden.


En toch blijft het woonbeleid vaak gebaseerd op de veronderstelling dat iedereen een kerngezin vormt uit 1964.

Vader.

Moeder.

Twee kinderen.

Een hond.

En ... een belastingformulier dat nog op papier wordt ingevuld.


De werkelijkheid ziet er anders uit.

Steeds meer ouderen wonen alleen. Van de negentigplussers woont bijna driekwart alleen. Dat betekent miljoenen voordeuren waar iedere avond slechts één persoon achter zit.


Dat is niet alleen een woonvraagstuk.

Dat is ook een zorgvraagstuk.

Een welzijnsvraagstuk.

Een eenzaamheidsvraagstuk.

En uiteindelijk een kostenvraagstuk.


Want hoe langer we ouderen afzonderlijk laten wonen in huizen die niet geschikt zijn, hoe groter de kans dat ze uiteindelijk een beroep moeten doen op professionele zorg.


Laten we ophouden met denken in stenen en beginnen met denken in gemeenschappen. Hofjes. Kangoeroewoningen. Gedeelde woonvormen. Mantelzorgwoningen. Gesplitste woningen. Kleinschalige woonerven.


Niet omdat ouderen terug willen naar vroeger, maar omdat mensen op hoge leeftijd vooral behoefte hebben aan iets wat verrassend modern klinkt: andere mensen.


De ironie is dat Nederland duizenden woningen tekortkomt, terwijl er tegelijkertijd honderdduizenden vierkante meters aan ongebruikte mogelijkheden achter voordeuren schuilgaan.


Kamers die leegstaan.

Verdiepingen die niet gebruikt worden.

Tuinen waar een mantelzorgwoning zou kunnen staan.


Maar voordat iemand een schroef in de muur draait, moeten eerst vergunningen worden aangevraagd, bestemmingsplannen worden aangepast, uitzonderingen worden beoordeeld en formulieren worden ingevuld die waarschijnlijk langer meegaan dan de gemiddelde aanvrager.


Misschien is het tijd voor een radicale gedachte.

Niet nóg meer regels. Maar iets minder.

Niet nóg meer rapporten. Maar iets meer vertrouwen.


Want ouderen zijn geen logistiek probleem dat efficiënt moet worden weggewerkt.

Het zijn mensen die een leven hebben opgebouwd.


Mensen die vaak helemaal niet zitten te wachten op een appartement met een defecte lift en uitzicht op een parkeerplaats.


Ze willen wat ze altijd al wilden. Een plek waar ze zich thuis voelen.

Alleen zou het prettig zijn als de overheid daar niet steeds tussen gaat wonen.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page