top of page

De psycholoog in het verpleeghuis: Sherlock Holmes met een zorghart (en soms een whiteboard)

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 6 apr
  • 3 minuten om te lezen

Er zijn van die beroepen waarvan iedereen denkt te weten wat je doet. De psycholoog is er zo één. “Oh, jij praat de hele dag met mensen?”

Ja. En een kok “roert een beetje in pannen” en een piloot “zit wat aan knopjes”. Precies.


Welkom in het verpleeghuis, waar de psycholoog geen stoel en een doos tissues als belangrijkste instrument heeft, maar een complete gereedschapskist. Inclusief vergrootglas, kompas, whiteboard en af en toe een stevige dosis relativeringsvermogen.


Petje op, petje af

De psycholoog (ook wel gedragsdeskundige genoemd) in de ouderenzorg heeft meer petten dan een gemiddelde festivalganger:


Detective – Wat speelt hier écht? Is het “onbegrepen gedrag” of gewoon iemand die terecht boos is omdat hij voor de derde keer vandaag appelmoes krijgt?


Onderzoeker – Diagnostiek: wat is er aan de hand met cognitie, stemming, gedrag? Dementie? Depressie? Of een combinatie van alles én een slechte nacht?


Onderwijzer – Uitleg geven aan teams en familie. Want “hij doet het expres” is zelden het juiste antwoord.


Vertrouwenspersoon – Voor bewoners die hun wereld zien krimpen. En voor familie die hun moeder langzaam zien verdwijnen.


Coach – Voor zorgteams die soms denken: “Help, wat nu weer?”


Verbinder – Tussen disciplines, familie en bewoner. Want goede zorg is teamsport, geen soloshow.

Onbegrepen gedrag (of: gedrag dat wij nog niet begrijpen)


In het verpleeghuis is “onbegrepen gedrag” een beetje de olifant in de kamer. Of beter gezegd: de olifant die om 03:00 uur luid trompettert op de gang.


De psycholoog kijkt dan niet alleen naar wat iemand doet, maar vooral naar waarom. Gedrag is namelijk zelden zomaar gedrag. Het is communicatie, maar dan zonder ondertiteling.


Dus in plaats van:

“Hij is lastig”

Wordt het:

“Wat probeert hij ons te vertellen?”


Spoiler: het antwoord is zelden “ik wil graag moeilijk doen vandaag”.


Minder pillen, meer puzzelen

Een van de spannendste missies: het terugdringen van psychofarmaca en beperkende maatregelen ('dwang en drang').


Want ja, een pilletje kan rust geven. Maar soms ook sufheid, valrisico en een persoonlijkheid die ergens tussen “uit” en “stand-by” blijft hangen.


De psycholoog komt dan met het revolutionaire idee: “Zullen we eerst eens kijken naar de omgeving, de benadering en het dagritme?”


Dat klinkt minder sexy dan een pil, maar werkt verrassend vaak beter. En zonder bijsluiter van drie A4’tjes.


Doen bij depressie” (ja, echt: doen!)

Depressie in het verpleeghuis is geen zeldzame gast. En het goede nieuws? We hoeven niet machteloos toe te kijken.


De aanpak is heerlijk nuchter:

Meer bewegen (ja, ook als je er geen zin in hebt)


  • Meer contact (zelfs met die ene buurvrouw die altijd hetzelfde verhaal vertelt)

  • Betekenisvolle activiteiten (want bingo is niet voor iedereen het hoogtepunt van de dag)

  • En pas daarna: therapie, begeleiding, en eventueel meer.


Oftewel: minder denken over het leven, meer doen in het leven.


Mediatieve behandeling: de psycholoog die zichzelf overbodig maakt

Een van de mooiste trucs uit de gereedschapskist: mediatieve behandeling.


De psycholoog behandelt niet alleen zelf, maar leert vooral het team hoe zij anders kunnen omgaan met gedrag.


Want de verzorgende die iemand dagelijks ziet, heeft meer impact dan de psycholoog die af en toe binnenwandelt met een notitieblok.


Dus:

De psycholoog analyseert


Het team past aan

De bewoner profiteert


En ergens, diep van binnen, wordt de psycholoog daar een beetje trots én een beetje overbodig van. (Het doel van elk goed vak, eigenlijk.)


Multidisciplinair overleg: waar theorie en praktijk elkaar ontmoeten (en soms botsen)

In het MDO brengt de psycholoog iets bijzonders in: de mens achter de diagnose.


Niet alleen:

“Mevrouw heeft dementie”

Maar:

“Mevrouw heeft altijd alles zelf bepaald, en nu moet ze ineens wachten tot iemand haar komt helpen.”


En ja, dat botst soms. Met protocollen. Met roosters. Met de realiteit. Maar precies daar zit de waarde.


Tot slot: de psycholoog als hoopfluisteraar

Misschien is dit wel de belangrijkste rol.


De psycholoog in het verpleeghuis is degene die blijft zoeken naar:


wat nog wél kan

waar nog beweging zit

waar nog betekenis te vinden is


Zelfs als iemand zegt: “Ik wil niet meer.”

Dan begint het werk pas echt.

Niet door dat gevoel weg te poetsen, maar door voorzichtig te vragen:


“Wat zou het nog een beetje draaglijk maken?”


En soms zit het antwoord in iets kleins: een wandeling, een herinnering, een andere benadering, een moment van echt contact.


Kortom:

De psycholoog in het verpleeghuis is geen luxe.

Het is geen “praatpaal”.

Het is een detective, docent, coach en bruggenbouwer in één.


Of, zoals een verzorgende ooit zei: “Jij zorgt dat wij het weer snappen.”


En dat is in de zorg soms al een klein wonder.



Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page