De zorg heeft meer synthesizers nodig en minder voorgeprogrammeerde keyboards
- René den Haan

- 3 uur geleden
- 2 minuten om te lezen
Als toetsenist heb ik een zwak voor synthesizers.
Niet zomaar een beetje. Sinds kort staat er zelfs een echte Moog in mijn muziekhoek. Zo'n instrument waarbij je uren aan een knop kunt draaien om uiteindelijk een geluid te maken waarvan je partner vraagt: "Is hij kapot?"
Precies dát is de charme.
Een synthesizer geeft niet meteen het goede antwoord. Hij stelt juist de vraag: Wat wil jij eigenlijk horen?
Een voorgeprogrammeerd keyboard doet precies het tegenovergestelde. Druk op knop 23 en je krijgt "Grand Piano". Knop 41? "Panfluit". Knop 86? "Accordeon". Inclusief een begeleidingsbandje dat al heeft besloten dat jij vandaag een Weense wals gaat spelen. Of je dat nu wilt of niet.
En dat lijkt natuurlijkk verdacht veel op de gezondheidszorg.
Probleemgericht werken is vaak als een keyboard.
De diagnose is de knop.
Depressie? Programma 14.
Autisme? Programma 28.
Dementie? Programma 37.
Protocol erbij, richtlijn volgen, interventie starten en vooral niet te veel aan de knoppen draaien. De muziek is al geschreven. De cliënt hoeft hem alleen nog maar uit te voeren.
Efficiënt? Zeker.
Persoonlijk of passend? Niet altijd.
Oplossingsgericht werken lijkt veel meer op een synthesizer.
Je begint niet met het protocol, maar met nieuwsgierigheid.
Wat werkt er al?
Waar wordt deze persoon een beetje lichter van?
Welke talenten zijn er nog?
Welke kleine verandering zou vandaag verschil maken?
En vervolgens ga je samen sleutelen. Een beetje meer hiervan. Iets minder daarvan. Tempo aanpassen. Toon veranderen. Experimenteren. Soms ontstaat er iets wat in geen enkel behandelprotocol staat, maar wel precies past bij die ene unieke mens.
Dat is synthese.
Niet reproduceren wat al bestaat.
Maar samen iets nieuws creëren.
Natuurlijk hebben keyboards ook hun waarde. Als je snel een pianogeluid nodig hebt of een standaardbegeleiding zoekt, zijn ze fantastisch. Net zoals protocollen, richtlijnen en diagnoses onmisbaar zijn. Ze geven houvast.
Maar wee de hulpverlener die denkt dat iedere cliënt hetzelfde liedje wil spelen.
Mensen zijn geen presets.
Gelukkig maar.
De mooiste muziek ontstaat zelden doordat iemand precies doet wat er op knop 42 staat.
Ze ontstaat wanneer iemand durft te luisteren, te experimenteren en soms een noot speelt die nog niet bestond.
We hebben in de zorg daarom soms wat minder behoefte aan hulpverleners die perfect keyboard kunnen spelen.
En meer aan hulpverleners die af en toe aan een paar onbekende knoppen durven draaien.
Want uiteindelijk onthoudt niemand hoeveel protocollen je kende.
Wel hoe jij hem of haar liet klinken.





Opmerkingen