De total bodyscan: een APK voor je lichaam... of voor je angst?
- René den Haan

- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen
"Dokter, kunt u niet gewoon een scan maken van mijn hele lichaam?"
In de ggz hoor ik die vraag regelmatig. Niet omdat mensen zich aanstellen. Integendeel. Ze hebben vaak échte klachten. Een hart dat op hol slaat. Tintelingen. Duizeligheid. Een druk op de borst. Vermoeidheid. Een vreemd gevoel in het hoofd. En als niemand kan verklaren waar dat vandaan komt, groeit de angst vanzelf.
Logisch ook. Ons brein houdt niet van vraagtekens.
De gedachte is verleidelijk: stop me even in een MRI, CT of PET-scan van top tot teen. Dan weten we eindelijk wat er aan de hand is.
Maar hier wordt het interessant.
Want stel dat die scan helemaal schoon is. Ben je dan gerustgesteld?
Bij sommige mensen wel.
Bij veel anderen niet.
"Misschien hebben ze iets gemist."
"Moet er niet nog een scan komen?"
"Misschien was het apparaat niet goed."
"Of zit het toch in mijn hart?"
Angst laat zich namelijk zelden wegscannen.
Sterker nog: een total bodyscan levert verrassend vaak iets op.
Een klein vlekje. Een cyste. Een onschuldig knobbeltje. Een afwijking waarvan niemand wist dat hij bestond... en die waarschijnlijk ook nooit klachten had gegeven.
Daar is een term voor: incidentaloom. Een toevallige vondst die vooral veel vervolgonderzoek oplevert.
En daar wringt het.
Voor iedere aandoening die daadwerkelijk vroeg wordt ontdekt, zijn er veel mensen die maandenlang in onzekerheid belanden, extra scans krijgen, puncties ondergaan of zelfs geopereerd worden voor iets dat uiteindelijk volkomen onschuldig blijkt te zijn.
Radiologen waarschuwen hier al jaren voor. De Nederlandse Vereniging voor Radiologie en ook het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseren daarom juist géén ongerichte total bodyscans bij gezonde mensen.
Niet omdat artsen iets willen missen, maar omdat wetenschap laat zien dat de nadelen vaak groter zijn dan de voordelen.
Dat klinkt bijna paradoxaal.
Soms is méér onderzoek namelijk... slechtere zorg.
Een scan is fantastisch wanneer er een goede medische vraag is. Bij klachten, een verhoogd risico of een duidelijke verdenking kan beeldvorming levens redden.
Maar een scan zonder goede indicatie is een beetje alsof je met een metaaldetector over het strand loopt.
Je vindt altijd wel iets.
De vraag is alleen of het goud is... of een roestige kroonkurk.
Als psycholoog zie ik nog iets anders. Sommige cliënten zijn niet zozeer bang vóór een ziekte, maar vooral bang vóór hun eigen lichaam. Ze voelen van alles, maar kunnen die signalen niet plaatsen.
Elke hartslag wordt verdacht. Elke spiertrilling krijgt een rampzalige betekenis.
Dan is niet het lichaam het grootste raadsel.
Maar de angst.
Angst geeft een stressrespons in het lichaam. Je bloeddruk gaat omhoog, ademen gaat oppervlakkiger, het hart bonst meer, je gaat er van trillen, krijgt hoofdpijn, je kunt wazig gaan zien, je darmen zijn van slag, steken in je lichaam, concentratieproblemen en een haperend brein.
En vervolgens groeit te behoefte om nog meer over je klachten op te zoeken en erover te piekeren.
Bijsluiters van medicatie worden uitgeplozen als de zaterdagkrant.
'Wat nou als.. ??!!!'
Angst stapelt zich dus steeds meer op en er ontstaat een paniekaanval. Emoties en sensaties overspoelen je gedachten.
Een alles verlammende angst.
En die vraagt iets anders dan nóg een scan.
Namelijk uitleg. Samen onderzoeken. Leren begrijpen wat stress, spanning en emoties allemaal in een lichaam kunnen doen. Niet om klachten weg te wuiven als "psychisch", maar juist om het lichaam beter te leren lezen.
Want de meest ingewikkelde scan die we hebben, zit niet in een radiologieafdeling.
Die zit 'tussen onze oren'.
En daarvoor bestaat gelukkig geen MRI. Nog niet.





Opmerkingen