top of page

Depressie zit niet in je hoofd (of nu ja.. ook weer wel)

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 19 apr
  • 3 minuten om te lezen

Stel je voor: je komt bij de huisarts. “Dokter, ik voel me somber.” De dokter knikt ernstig, stelt wat vragen en zegt: “Aha. U heeft depressie.”


En voilà — een gevoel is een ziekte geworden.

Welkom in de wonderlijke wereld van de psychiatrie.


De heilige graal: het biologische substraat

In de somatische geneeskunde zijn we verwend.


Je hebt pijn op de borst → we vinden een verstopt bloedvat.


Je hebt koorts → we vinden een bacterie.


Lekker concreet. Iets stuk, wij maken het (min of meer) weer heel.


Maar in de psychiatrie?

Daar zoeken we al jaren naar dé knop, dé afwijking, dé hersenscan die zegt: hier zit de depressie. Tot nu, na 50+ jaar onderzoek, toe: niks eenduidigs kunnen vinden.


Toch blijft de hoop levend. Ooit vinden we het biologische substraat. Of neuropsychologische afwijkingen als oorzaak. Ooit kunnen we precies aanwijzen waar het misgaat. Ooit…

Klinkt een beetje als wachten op Godot, maar dan met een MRI-scanner.

Of… zoeken we misschien op de verkeerde plek? Er is namelijk nog een andere manier om naar psychiatrie te kijken.


Een ongemakkelijk hersenspinsel

Wat als depressie, ADHD en andere labels niet simpelweg gevonden worden… maar ook deels gemaakt? Niet verzonnen - mensen lijden echt.


Maar de manier waarop we dat lijden benoemen, ordenen en behandelen? Dat is mensenwerk.

We hebben ooit besloten: “Dit cluster van gedrag en gevoel noemen we depressie.”

En vanaf dat moment verandert er iets.


Het label dat terugpraat

De filosoof Ian Hacking zou zeggen: dit zijn geen gewone categorieën. Dit zijn interactieve soorten.


Met andere woorden: Het label doet iets met de persoon - en de persoon doet iets terug met het label. En ook de omgeving doet mee.


Een kind dat druk is, is gewoon druk. Een kind met het label ADHD… is ineens een ander soort kind. Leerkrachten en leerlingen gaan er rekening mee houden.


De omgeving reageert anders.

Het kind gaat zichzelf anders zien.

En voor je het weet verandert het gedrag mee met het label. Een soort psychologische pingpong:


Wij benoemen →

Jij gaat je ernaar gedragen →

Wij zeggen: zie je wel →

En het label wordt steviger

Geen complot.

Gewoon hoe mensen werken.


Maar wacht… het brein dan?

Rustig. Het is niet óf-óf.

Er gebeurt van alles in het brein.

Hormonen, neurotransmitters, netwerken - ze spelen allemaal een rol.


Maar hier wordt het interessant:

die biologie is niet losstaand van betekenis, context en ervaring.

Therapie kan je gedachten veranderen… en daarmee ook je hersenen. Hersenen groeien (en krimpen) door stimulatie, ervaringen, input.

Geen magie, maar een voortdurende wisselwerking.

Een soort feedbacklus tussen lichaam en verhaal.


De grootste denkfout (die we allemaal maken)

We zeggen vaak: “Hij is somber door zijn depressie.” Maar dat is alsof je zegt: “Het regent door het slechte weer.”


Depressie is de naam die we geven aan somberheid, futloosheid, piekeren, enzovoort.

Het verklaart het niet - het beschrijft het.


We plakken duseen label op gedrag… en gaan dat label vervolgens gebruiken als verklaring voor datzelfde gedrag.

Een nette cirkelredenering, verpakt als wetenschap.


En dan nog iets ongemakkelijks.

Wanneer noemen we iets eigenlijk een ziekte? Niet alleen als er iets biologisch misgaat. Maar vooral als we het onwenselijk vinden.


Rood haar is genetisch → geen ziekte

Homofilie - was vroeger een ziekte (!)

Somberheid → soms wel een ziekte


Waarom?

Omdat we als samenleving hebben besloten: dit moet anders. Dit moet behandeld. Dit hoort niet zo. Afhankelijk van de tijdsgeest én onze culturele opvattingen van wat ziek en gezond is. Maar wat is normaal?


Met andere woorden: psychiatrie zegt niet alleen iets over het individu… maar ook over onze normen.


De echte vraag (die we liever vermijden)

Waarom hebben we 'ineens' zoveel meer depressie (of adhd)?

Zijn we zieker? Of zijn we minder tolerant geworden voor verdriet, stilstand en twijfel?


In een wereld waar je: gelukkig moet zijn productief moet zijn, jezelf moet optimaliseren …wordt somberheid al snel een probleem.

Niet alleen voor jou - maar voor de maatschappij.


Verstehen: daar zit de kracht

En hier komt misschien wel het belangrijkste punt. We kunnen blijven zoeken naar: genen, hersenscans, biomarkers.

Allemaal waardevol.


Maar als we vergeten te begrijpen wat iemands lijden betekent - in zijn leven, zijn context, zijn verhaal - dan missen we de kern.


Niet alles wat telt, is meetbaar.

En niet alles wat meetbaar is, telt.


Tot slot

De psychiatrie zit niet fout.

De biologie zit niet fout.

Het constructivisme zit niet fout.

Het probleem ontstaat pas als één van die perspectieven pretendeert het hele verhaal te zijn.


Dus misschien is dit de beste conclusie:


Psychisch lijden is geen kapot onderdeel dat je even vervangt.

En ook geen puur verzinsel.


Het is een dynamisch samenspel van brein, betekenis en maatschappij. En precies daar - in dat rommelige middengebied -

zit ons echte werk.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page