top of page

Hoera, er zijn weer lammetjes in de wei!

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 8 apr
  • 3 minuten om te lezen

(En nee, niet iedereen wordt daar blij van)


Daar staan ze. Wankel op vier pootjes, alsof ze net een spoedcursus “lopen voor beginners” hebben gevolgd. De lammetjes. Symbool van lente, nieuw leven en -laten we eerlijk zijn -Instagramwaardige schattigheid.


En wij? Wij kruipen ook langzaam uit onze winterholen. Bleke gezichten richting de zon, knipperend alsof we het daglicht niet meer helemaal vertrouwen. We hebben maandenlang geleefd op kunstlicht, stamppot en het idee dat “morgen beter wordt” (maar dan wel morgen-morgen).


En ja hoor, ineens ruikt de lucht weer naar… lente. Of in elk geval naar iets dat probeert lente te zijn, vermengd met hooikoorts maar beter dan die agressieve “Spring Breeze” luchtverfrisser op het toilet.

De dagen worden langer, de bijtjes zoemen, de narcissen knikken goedkeurend.

Kortom: de wereld zegt “kom, leef!”


Maar niet iedereen kan dat volgen.


Lente: voor sommigen een feest, voor anderen een confrontatie

Want terwijl de ene helft van Nederland dartelend door het park rent alsof ze zelf net geboren lammetjes zijn, zit de andere helft te denken:


“Waarom lukt het mij niet om mee te doen?”


Voor mensen met een depressie kan de lente juist pijnlijk zijn. De wereld komt tot leven—maar van binnen blijft het stil. Of zwaar. Of leeg.


En dan komen ze. De goedbedoelde dooddoeners:

“Ga lekker naar buiten!”

“Geniet ervan!”

“Het is zó mooi weer!”


Dat voelt ongeveer alsof je tegen iemand met een gebroken been zegt:


“Heb je al geprobeerd om gewoon te rennen?”


Positieve gezondheidszorg verplicht vrolijk doen

Er zit een hardnekkig misverstand in “positieve gezondheidszorg”.

Alsof je als hulpverlener binnen moet komen huppelen met een glimlach en een mandje vol optimisme.

Goed nieuws: dat hoeft niet. Sterker nog—liever niet.


Je hoeft niet vrolijk te zijn.

Je hoeft niet op te beuren.

Je hoeft geen zonnestraal te spelen in iemands storm.


Wat je wél bent: hoopvol.

En hoop is iets heel anders dan “kop op, het komt goed”.

Hoop zit in mini-overwinningen (ja, zelfs tandenpoetsen telt)

Hoop zit in de kleine dingen. In het feit dat iemand, ondanks alles:

uit bed is gekomen

zijn tanden heeft gepoetst

überhaupt naar het gesprek is verschenen

Dat zijn geen details. Dat zijn prestaties. Serieus.


Dus in plaats van te zeggen: “Wat fijn dat je er bent!” (wat al snel voelt als sociaal wenselijk geneuzel), kun je vragen:

“Hoe is het je gelukt om hier vandaag te komen, ondanks hoe zwaar het is?”

“Wat werkte er voor jou, al was het maar een klein beetje?”

“Hoe kan ik je het beste benaderen op momenten zoals deze?”


Dat zijn geen vragen uit een standaardlijstje. Dat zijn uitnodigingen.

Om iemand weer een beetje regie te laten voelen.


En dan… gewoon beginnen waar iemand is.


Misschien wel de belangrijkste vraag van allemaal:

“Nu je er toch bent -wat zou dit gesprek voor jou de moeite waard maken?”


Geen grootse doelen. Geen bergen verzetten.

Gewoon: één steentje.


Tot slot: een ode aan het kleine.

Dus ja—hoera, er zijn lammetjes in de wei.

Maar laten we niet vergeten dat niet iedereen daar vrolijk van wordt.


Soms is het al een overwinning om überhaupt uit het raam te kijken.


En misschien is dat wel de echte lente: niet de wereld die ineens bloeit, maar iemand die -heel voorzichtig -weer één stapje zet.


Hoop zit niet in het verzetten van bergen. Maar in het verplaatsen van steentjes.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page