Hoop, in het klein
- René den Haan

- 22 mrt
- 1 minuten om te lezen
Hoop is geen groot gebaar—
geen vlag op een berg
of een stem die alles overstemt.
Het is stiller dan dat.
Een fluistering bijna,
ergens tussen vermoeidheid en wilskracht:
geef niet op.
Waar anderen hun handen laten zakken,
de strijd uit hun schouders laten glijden,
blijft zij -
onopvallend,
maar koppig -
staan.
Hoop heeft de vorm van verlangen,
niet naar wat weg moet,
maar naar wat kan ontstaan.
Ze denkt vooruit
zonder het heden te ontkennen,
een vorm van zacht piekeren
dat niet knaagt,
maar richting geeft.
Niet: hier wil ik weg,
maar: daar wil ik heen.
En soms is ze niet meer
dan een speldenprik licht
in een kamer zonder ramen -
een klein, aarzelend punt
dat weigert te verdwijnen.
Geen zon,
geen zekerheid,
maar genoeg
om je ogen aan te passen
en weer iets te zien.
Hoop is een plek
waar je even kunt zitten,
je rug tegen iets stevigs,
al is het maar voor even.
Een anker
dat niet voorkomt
dat de zee beweegt,
maar wel
dat jij verdwijnt.
Ze zegt niet:
“Het komt goed.”
Ze zegt:
“Blijf nog even.”
En soms -
is dat het verschil
tussen breken
en buigen.
Hoop leeft niet van wonderen,
maar van herinneringen
die nog warm zijn.
Van dat ene moment
waarop het wél lukte,
waarop je sterker bleek
dan je dacht te zijn.
Ze pakt dat vast,
draait het voorzichtig om
in het licht van nu,
en fluistert:
zie je wel.
Dus kijk omhoog -
niet omdat alles helder is,
maar omdat daar
ruimte zit.
Adem.
En zeg,
al is het maar zacht,
al geloof je het nog niet helemaal:
ik ga door.





Opmerkingen