Open deuren, gesloten hoofden?
- René den Haan

- 30 mrt
- 3 minuten om te lezen
Over vrijheid, veiligheid en positieve gezondheid
Er zijn van die zinnen die zo vaak worden uitgesproken in de zorg dat ze bijna op een tegeltje passen.
“Het doel is altijd: autonomie teruggeven zodra het kan.”
Klinkt prachtig. Ruikt een beetje naar frisse buitenlucht, eigen regie en een kop koffie in de ochtendzon.
Totdat diezelfde cliënt richting de voordeur loopt… en iemand fluistert: “Ja maar… is dat wel veilig?”
Welkom in het zorgdilemma dat we allemaal kennen - en waar we stiekem best goed in zijn geworden: vrijheid belijden, maar voorzichtig opsluiten.
De deur is open. Toch?
Sinds 2020 hebben we in Nederland de Wet Zorg en Dwang (WZD).
De boodschap is helder:
geen onvrijwillige zorg, tenzij het écht niet anders kan.
Dus ook: geen standaard gesloten deuren.
Oftewel: de deur moet open.
In theorie.
In de praktijk?
Codepanelen, leefcirkels, camera’s, en deuren die zo slim verstopt zijn dat zelfs Google Maps ze niet kan vinden.
We hebben de deur opengezet… maar het systeem eromheen dichtgetimmerd.
Positieve gezondheid: leuk idee, spannend in de uitvoering
Vanuit positieve gezondheid draait het om veerkracht, eigen regie en betekenisvol leven.
Of simpeler gezegd: niet alleen kijken of iemand veilig is, maar ook of iemand lééft.
En daar wringt het. Want:
Vrijheid betekent risico
Veiligheid betekent beperking
En wij willen graag allebei, het liefst zonder gedoe
Maar zo werkt het niet.
Positieve gezondheid stelt eigenlijk een ongemakkelijke vraag:
“Voor wie maken we het veilig?”
Voor de cliënt?
Of voor onszelf?
De koffie-case (of: hoe kleine vrijheid groot verschil maakt)
Er was een mevrouw. Boos, onrustig, verdrietig.
Alles geprobeerd. Niets hielp.
Tot iemand vroeg: “Wat deed u vroeger eigenlijk ’s ochtends?”
Antwoord: buiten koffie drinken.
Probleem: deur op slot.
Oplossing: deur open.
Resultaat: rust.
Geen extra personeel. Geen ingewikkelde interventies. Geen multidisciplinair overleg van drie uur.
Gewoon… een open deur.
Soms is positieve gezondheid niet ingewikkeld.
Soms zit het letterlijk in het slot.
“Maar stel dat er iets misgaat…”
Ah ja. Dé zin die elke open deur weer zachtjes dicht duwt.
Want wie is er verantwoordelijk als het misgaat?
Spoiler: niet jij alleen.
Maar zo voelt het wel.
Zorgverleners dragen vaak een onzichtbare rugzak: verantwoordelijkheid, angst en een vleugje “stel dat…”.
En dus kiezen we -heel menselijk - voor controle.
Dichte deur = minder risico
Open deur = meer spanning
Maar ook: Dichte deur = minder leven
Open deur = meer mens
De echte bottleneck: niet de deur, maar de mindset
Uit onderzoek en toezicht blijkt het keer op keer:
het probleem zit niet in de wet.
Niet in de techniek.
Niet eens per se in het personeelstekort.
Het zit in visie.
Of preciezer: het ontbreken daarvan. Want als een organisatie écht kiest voor vrijheid durven medewerkers meer
worden dilemma’s samen gedragen en ontstaat er ruimte voor maatwerk
En als die visie er niet is?
Dan wint voorzichtigheid.
En blijft de deur dicht. Voor de zekerheid.
Nachtdiensten en andere realiteiten
Overdag zijn we best moedig.
Dan is er overleg, koffie en collegiale steun.
Maar ’s nachts…
minder personeel, minder ogen, meer twijfel.
En dus: klik. Deur dicht.
Begrijpelijk? Ja.
In lijn met positieve gezondheid? Niet echt.
Vrijheid blijkt namelijk geen 9-tot-5 concept.
Open deuren vragen iets anders van ons
Niet méér regels.
Niet nóg een protocol.
Niet een extra vinkje in het ECD.
Maar iets veel ingewikkelders:
Vertrouwen. Lef. En het verdragen van onzekerheid
Positieve gezondheid is geen methode.
Het is een keuze.
Elke dag opnieuw.
Dus… wat kost vrijheid?
Een beetje controle.
Een beetje zekerheid.
En soms een goede nachtrust.
Maar wat levert het op?
Minder onrust. Meer eigen regie
Meer waardigheid
En heel soms… gewoon een kop koffie in de zon.
Tot slot
We kunnen blijven praten over open deuren. Beleid schrijven. Visies formuleren. Webinars volgen.
Maar de echte vraag is veel simpeler:
Durven we hem ook écht open te laten?





Opmerkingen