Positieve gezondheid en verzuim
- René den Haan

- 29 mrt
- 3 minuten om te lezen
Laten we eerlijk zijn: het woord verzuim klinkt alsof je ’s ochtends wakker wordt, naar buiten kijkt en denkt:
“Weet je wat? Vandaag ga ik eens lekker strategisch niet bijdragen aan de maatschappij.”
Alsof er ergens een geheime club is van mensen die elkaar appen: “Zullen we vandaag collectief ‘verzuimen’? Gezellig!”
De realiteit is iets minder spannend. De meeste mensen willen namelijk gewoon werken. Omdat ze hun leven draaiende willen houden. Omdat ze ergens goed in zijn. Omdat ze, heel ouderwets, betekenis willen ervaren.
En ja -soms omdat de hypotheek ook niet bepaald oplossingsgericht is.
De romantiek van een snothoofd
Er zijn van die momenten waarop zelfs de meest toegewijde werknemer denkt: misschien vandaag even niet.
Koorts. Een hoest die klinkt alsof je een oude dieselmotor probeert te starten. Een hoofd vol snot met een eigen ecosysteem.
Dat zijn meestal geen subtiele hints van je lichaam. Dat is je lijf dat met een megafoon roept:
“GA. LIGGEN.”
En toch… gaan we.
Of we gaan nét te vroeg weer terug.
Met spijt. En een hernieuwd voornemen: “Volgende keer ga ik echt beter naar mijn grenzen luisteren.”
(Spoiler: volgende keer denken we precies hetzelfde.)
Maar wat als het niet je lichaam is?
Hier wordt het interessant.
Want verzuim is lang niet altijd een kwestie van een opstandige immuunrespons.
Soms is het de optelsom van kleine dingen:
werk dat niet meer past
een sfeer die energie lekt
een leidinggevende die denkt dat motiveren hetzelfde is als controleren
of gewoon… het gevoel dat je een radertje bent in plaats van een mens
Dan is “ziek zijn” ineens geen lichamelijk probleem meer, maar een systeemfout.
En toch kijken we vaak eerst naar de persoon:
Wat is er met jou aan de hand?
Terwijl de betere vraag soms is:
Wat is er hier aan de hand?
De werkplek als bijdragende of instandhoudende factor (au)
Soms is werk niet de oplossing, maar onderdeel van het probleem.
Even thuis zitten, een kop koffie drinken met collega’s “om betrokken te blijven”, en daarna weer vrolijk terug de situatie in die je klachten mede veroorzaakt…
Dat is een beetje alsof je probeert te herstellen van een voedselvergiftiging door af en toe een hapje van hetzelfde gerecht te blijven nemen.
Niet ideaal.
Leiderschap: van baas naar gastheer
De klassieke leidinggevende:
beslist
stuurt
controleert
en vertrouwt vooral op het magische effect van Excel
Maar als het gaat om werkplezier en verzuim? -Werkt dat ongeveer net zo goed als een paraplu in een orkaan.
Positieve gezondheid vraagt iets anders. Geen “baas”, maar een soort gastheer:
iemand die faciliteert
verbinding maakt
en snapt dat mensen geen machines zijn met een resetknop
Af en toe bijsturen? Zeker.
Maar vooral: ruimte geven.
Wat helpt dan wel? (zonder zweverig te worden)
Het is eigenlijk verrassend simpel.
Niet makkelijk, wel simpel:
Zie mensen als mens
Niet als FTE met een lichte updatebehoefte.
Ken iemands motivatie
Waarom doet iemand wat hij doet? (En “voor het salaris” is vaak maar het halve verhaal.)
Wees mens als leidinggevende
Professionele afstand is soms gewoon een chic woord voor: ik durf niet dichtbij te komen.
Zeg vaker ‘samen’
Klinkt klein. Is groot.
Stop met overcontrole
Geen prikklokmentaliteit. Vertrouwen werkt meestal beter dan toezicht.
Laat mensen doen waar ze goed in zijn
Flow is geen luxe. Het is brandstof.
Maak de visie concreet
Niet een poster aan de muur, maar een antwoord op:
“Wat draag ik hier eigenlijk aan bij?”
Voer het ‘blijfgesprek’
In plaats van alleen exitgesprekken:
“Wat heb jij nodig om hier te blijven?”
Tot slot
Misschien moeten we stoppen met het woord verzuim.
Omdat het suggereert dat iemand iets fout doet.
Terwijl het vaak een signaal is dat er iets niet klopt.
In iemand.
Of tussen mensen.
Of in het systeem.
Positieve gezondheid draait uiteindelijk niet om het vermijden van ziekte, maar om het creëren van omstandigheden waarin mensen willen en kúnnen floreren.
En als dat lukt…
Dan wordt “verzuim” ineens een stuk minder populair.
Gek hè.





Opmerkingen