top of page

Prikkels: soms medicijn en soms juist vergif voor het brein

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 27 apr
  • 2 minuten om te lezen

“Stop dit lawaai.”

“Waarom kijkt niemand me aan?”


Twee totaal verschillende zinnen.

Maar in de wereld van mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en dementie betekenen ze vaak precies hetzelfde:


Mijn brein kan dit niet meer verwerken.


En daar gaat het mis. We behandelen gedrag… maar missen de prikkel


In de zorg zijn we snel geneigd gedrag te labelen: onrustig,

agressief, teruggetrokken, ‘niet meewerkend’. Maar wat als dit geen gedragsprobleem is?

Wat als dit een prikkelprobleem is?


Het brein filtert normaal gesproken wat belangrijk is en wat niet. Bij NAH en dementie werkt die filter niet meer goed.


Gevolg? Alles komt keihard binnen. Of juist… helemaal niet. Of verstoord. En dus zie je gedrag.


Overprikkeling: alsof de wereld binnenkomt zonder volumeknop

Voor iemand met een beschadigd brein is een gewone huiskamer soms al een aanval:

de televisie praat, iemand roert in een kopje, een stoel schuift,

licht weerkaatst op de vloer.

Voor jou achtergrondruis.

Voor hen: een snelweg vol vrachtwagens door het hoofd.


Geen wonder dat iemand:

boos wordt, weg wil,

“nee” zegt, of volledig vastloopt.

En toch zeggen wij vaak:

“Hij doet zo lastig vandaag.”


Onderprikkeling: langzaam verdwijnen

Maar het tegenovergestelde is minstens zo schrijnend.

Te weinig prikkels betekent: geen echte aandacht, weinig zintuiglijke input, geen betekenisvolle interactie.


En dan gebeurt er iets subtiels, maar ingrijpends: Iemand verdwijnt langzaam uit contact.

Je ziet:, staren, indutten, geen reactie -of juist onrustig zoeken naar… iets.

Soms gaan mensen zelf prikkels maken: tikken, roepen of dwalen.

Niet omdat ze ‘onrustig’ zijn.

Maar omdat ze willen voelen: “Ik ben er nog.”


De kunst zit niet in méér zorg… maar in betere prikkels

Goede zorg zit hier niet in harder werken. Maar in beter afstemmen.

Kleine interventies maken een wereld van verschil: Iemand eerst laten zien wat er gaat gebeuren voordat je beweegt.


Medicatie geven met een koude prikkel (zoals yoghurt of water) om slikken te ondersteunen


Geluid verminderen in plaats van uitleg herhalen


Of juist: iemand activeren met licht, smaak of contact


Het zijn geen grote interventies.

Maar ze vragen wél iets anders: kijken in plaats van invullen


De fout die we allemaal maken

We zoeken vaak naar één oplossing: rust creëren of juist activeren.

Maar het brein van iemand met NAH of dementie is geen aan/uit-knop. Het is een continu schuivende balans.


Iemand kan: om 10:00 overprikkeld zijn -en om 14:00 onderprikkeld, En toch behandelen we vaak alsof het stabiel is.


Dus stel jezelf eens een andere vraag. Niet: “Hoe krijg ik dit gedrag onder controle?” Maar: “Wat gebeurt er in dit brein… qua prikkels?”


Van probleem naar puzzel

Als je anders gaat kijken, verandert alles: Onrust wordt een signaal, Agressie wordt een overlevingsreactie, Terugtrekken wordt een beschermingsmechanisme.


En ineens ontstaat er ruimte voor iets anders: afstemming in plaats van correctie


Tot slot

Mensen met NAH of dementie vragen niet om minder leven.

Ze vragen om een wereld die weer te begrijpen is.


En dat begint niet met medicatie.

Niet met regels. Niet met controle. Maar met één simpele, krachtige vraag:


Is dit te veel… of juist te weinig?



Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page