Van dagbesteding naar dagbeleving
- René den Haan

- 17 jun
- 3 minuten om te lezen
"Vandaag gaan we allemaal vogelhuisjes schilderen."
Waarom?
"Nou... omdat het dinsdag is."
Soms vraag ik me af of we in de zorg ongemerkt een soort tweede basisschool hebben gebouwd. Om 10.00 uur koffiedrinken. Om 10.30 uur bewegen op muziek. Om 11.00 uur creatief bezig zijn. En om 11.45 uur bespreken wat we zojuist hebben gedaan.
Prima activiteiten. Niets mis mee.
Dan komt vanzelf de vraag bovendrijven: wie wordt hier eigenlijk blij van?
Veel cliënten die beschermd wonen, opgenomen zijn of thuis wonen met ondersteuning bezoeken een dagbesteding.
Soms voor structuur en regelmaat. Soms om mantelzorgers te ontlasten. Soms om onder de mensen te zijn. Soms om weer ergens bij te horen. Om iets te betekenen. Om een bijdrage te leveren. Om zich nuttig te voelen.
Allemaal waardevolle redenen.
Toch zit er een wereld van verschil tussen een agenda vullen en een dag betekenis geven.
Mensen hebben behoefte aan een leven, niet aan een bezette agenda.
Vanuit de gedachte van Positieve Gezondheid draait het uiteindelijk om de vraag wat voor iemand een goede dag is. Waar iemand energie van krijgt. Waar iemand plezier aan beleeft. Wat maakt dat iemand 's avonds kan zeggen: vandaag was een fijne dag.
Een korte vraag, waar je als professional soms langer over moet nadenken dan over een compleet zorgplan.
Want de ene cliënt bloeit op van sociale contacten. De ander krijgt al stress van een volle activiteitenruimte.
De ene wil graag helpen in een buurttuin. De ander wil weer sleutelen aan fietsen, koken, vissen, kaarten of muziek maken. Sommigen willen vooral van betekenis zijn voor anderen. Anderen zijn al blij als ze ergens welkom zijn zonder dat er iets van hen verwacht wordt.
Het klinkt bijna verdacht eenvoudig: aansluiten bij de mens in plaats van bij het aanbod.
Niet: "Dit hebben wij georganiseerd."
Maar: "Wat heeft u nodig om een goede dag te hebben?"
Dat betekent maatwerk.
Geen one size fits all.
Want als iedereen hetzelfde nodig had, zouden we ook allemaal vrijwillig naar dezelfde verjaardag gaan. Zelfs binnen één familie lukt dat meestal niet.
Daarom hoort daginvulling niet los te staan van zorg en behandeling. Het moet er juist een verlengstuk van zijn.
Wat wil iemand bereiken?
Meer zelfstandigheid?
Meer sociale contacten?
Meer zelfvertrouwen?
Minder eenzaamheid?
Meer beweging?
Meer plezier?
Als dát het doel is, dan wordt de volgende vraag interessant: wie kan bijdragen aan dat doel?
Dat vraagt om nauwe samenwerking tussen zorgprofessionals, behandelaren, welzijnswerkers, mantelzorgers, vrijwilligers en organisaties in de wijk.
Vraaggestuurd werken in plaats van aanbodgestuurd.
Kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen.
En soms ook gewoon praktisch zijn. Want het is prachtig dat ergens vijf kilometer verderop precies die activiteit bestaat waar iemand enthousiast van wordt. Maar als niemand er kan komen, blijft het vooral een mooi idee in een folder.
Dan slaat de systeemlogica soms hard toe.
Een oudere bezoekt jarenlang met plezier een activiteit in de wijk. Hij kent de mensen, voelt zich thuis en kijkt er iedere week naar uit. Vervolgens verhuist hij naar een verpleeghuis.
En ineens kan het niet meer.
Niet omdat het niet goed voor hem is.
Niet omdat hij het niet meer wil.
Maar omdat het zorgzwaartepakket, de financiering of de organisatiegrenzen iets anders voorschrijven.
Gisteren was het nog belangrijk voor zijn welzijn. Vandaag past het niet meer in het systeem.
Dat blijft een bijzondere redenering.
Terwijl juist die zinvolle activiteiten vaak voorkomen dat problemen groter worden. Ze geven structuur, sociale contacten, eigenwaarde en plezier. Ze voorkomen niet alleen problemen, maar helpen ook om mensen langer stabiel te houden wanneer het leven ingewikkelder wordt.
Minder brandjes blussen.
Meer kwaliteit van leven.
En als de zorgvraag toeneemt? Dan schaal je ondersteuning op, niet de betekenisvolle activiteiten af.
Sterker nog: juist dan zijn die vaak nog belangrijker.
Misschien zit het probleem al in het woord dagbesteding.
Alsof het belangrijkste doel is om de uren tussen ontbijt en avondeten gevuld te krijgen.
Waar het werkelijk om gaat, is dagbeleving.
Zingeving.
Meedoen.
Erbij horen.
En dat vraagt soms ook om het loslaten van schotten tussen organisaties, financieringsstromen en locaties.
Misschien zelfs om iets wat in de zorg verrassend vernieuwend klinkt: continuïteit.
Een vertrouwd gezicht.
Een regiebehandelaar die betrokken blijft.
Niet afhankelijk van een gebouw, postcode of indicatie.
Want mensen verhuizen misschien van thuis naar beschermd wonen of naar een verpleeghuis.
Hun behoefte aan betekenis verhuist gewoon mee.
Nu alleen nog de moed om de zorg daar ook omheen te organiseren.





Opmerkingen