top of page

Van “lastige mensen” naar lastige gesprekken

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 25 mrt
  • 3 minuten om te lezen

Beterweters in de zorg: bestaan ze echt? Of loopt het gewoon mis in het contact?


Je kent ze vast. Mensen die overal “ja, maar…” op zeggen. Die niet doen wat je adviseert. Of die precies lijken te weten hoe het wél moet.

In de zorg noemen we ze al snel: beterweters.

Maar klopt dat eigenlijk wel?


Van “lastige mensen” naar lastige gesprekken

In de praktijk zeggen hulpverleners soms: “Deze patiënt of cliënt is moeilijk.”

Maar als je beter kijkt, gaat het meestal niet over de persoon. Het gaat over wat er gebeurt tussen twee mensen.


Niet de patiënt is lastig. De interactie is lastig.


En eerlijk is eerlijk: dat geldt net zo goed voor hulpverleners zelf. Ook zij kunnen – soms ongemerkt – de rol van beterweter aannemen!


Hoe ziet een “beterweter” eruit?

Volgens hulpverleners zijn dit vaak mensen die:

  • veel vragen of eisen stellen

  • blijven herhalen wat niet werkt

  • aandacht vragen op een manier die vermoeiend voelt

  • “ja, maar…” zeggen op elk advies

  • stoppen met behandeling zonder overleg


Dat kan natuurlijk frustrerend zijn. Zeker als je iemand wilt helpen en het lukt niet; als je veel haast hebt -of als de productiemeters van de instelling je behandelminuten controleren. Maar er zit vaak iets anders onder.


Wat er óók speelt (maar minder zichtbaar is)

Wanneer een hulpverlener iemand als “moeilijk” ervaart, gaat het vaak over:

  • machteloosheid (“Ik weet niet meer wat helpt”)

  • frustratie (“Waarom verandert deze persoon niet?”)

  • twijfel (“Doe ik wel het juiste?”)


Met andere woorden: het label “moeilijk” zegt vaak net zoveel over de hulpverlener als over de patiënt.


De andere kant: wanneer de hulpverlener de beterweter is

Draai het eens om. Wat vinden patiënten/ cliënten lastig?


Zij noemen bijvoorbeeld:

  • niet serieus genomen worden

  • het gevoel hebben dat er niet geluisterd wordt

  • te weinig tijd krijgen

  • een dominante houding (“Ik weet wat goed voor u is”)

  • gezien worden als diagnose in plaats van als mens

  • geen duidelijk gezamenlijk doel hebben


Dan ontstaat er precies hetzelfde probleem… maar dan andersom.


De patiënt voelt zich niet gezien. En gaat zich daar ook naar gedragen.


Het bekende “ja, maar…”

“Ja, maar…” klinkt onschuldig, maar het doet iets met een gesprek.

Het zegt eigenlijk: “Nee, ik ben het er niet mee eens.”


Gevolg: het gesprek verandert in een discussie.

Een klein verschil kan veel doen:

  • “Ja, maar…” → sluit af

  • “Ja, en…” → opent mogelijkheden


Bijvoorbeeld: “Ik snap wat je zegt, en voor mij voelt het zo…”

Dat klinkt meteen minder als strijd en meer als samenwerking.


Waarom mensen niet veranderen (ook al lijkt het logisch)

Een veelgemaakte denkfout is: “Als iemand wil veranderen, dan doet hij dat wel.”

Maar zo simpel is het niet.


Mensen veranderen niet omdat:

  • gedrag vaak automatisch is

  • het “oude” gedrag ooit nuttig was

  • het nieuwe spannend of onveilig voelt

  • het moment gewoon nog niet goed is


Dus wat lijkt op onwil, is vaak iets anders: twijfel, angst of gewoon nog niet klaar zijn.


En dan nog dit: mensen stoppen gewoon

Veel mensen stoppen vroeg met een behandeling.

Niet altijd omdat ze “niet gemotiveerd” zijn, maar bijvoorbeeld omdat:

  • het niet duidelijk is wat het doel is

  • ze zich niet gehoord voelen

  • er geen klik is met de hulpverlener

  • ze het gevoel hebben dat het toch niet helpt


Soms is het dus geen “moeilijke patiënt”…maar een behandeling (en bejegening) die niet goed aansluit.


Wat werkt dan wél?

De sleutel is eigenlijk verrassend simpel:


1. Erkenning

“Ik zie dat dit zwaar voor je is.”

Dat hoeft geen lang verhaal te zijn. Maar het maakt wél het verschil.


2. Echt luisteren

Niet alleen horen, maar checken: “Klopt het dat je bedoelt…?”


3. Samenwerken

Niet: “Dit gaan we doen.”

Maar: “Wat wil jij dat er verandert?”


4. De mens zien, niet de diagnose

Iemand is geen “depressie” of “borderliner”.Iemand heeft klachten.


5. Duidelijkheid

Wat gaan we doen? Waarom?

En wanneer evalueren we?


Een simpel beeld

Stel je voor:

Iemand ziet een draak.Jij ziet een watermeloen.

Als jij zegt: “Het is geen draak, stel je niet aan”→ dan raak je de ander kwijt.

Maar als je eerst zegt: “Ik snap dat dit eng is”→ dan kun je samen gaan kijken wat het écht is.


Tot slot

Beterweters bestaan misschien wel.

Maar veel vaker gaat het gewoon mis in het contact.


En het mooie is: dat betekent ook dat het beter kan.


Niet door harder te duwen.

Maar door beter af te stemmen.


Want goede zorg begint niet bij weten.

Maar bij begrijpen



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page