Veiligheid begint niet met controle, maar met contact
- René den Haan

- 29 jul
- 2 minuten om te lezen
"Veiligheid is niet de afwezigheid van gevaar, maar de aanwezigheid van verbinding."
Het is een prachtige uitspraak van 'Omdenken'. En misschien wel de belangrijkste les die ik de afgelopen jaren heb geleerd in de ggz en ouderenzorg.
Want wat gebeurt er als iemand acuut psychisch ontregeld raakt? Als de wanhoop het overneemt. Als iemand overspoeld wordt door angst, trauma, psychose of suïcidale gedachten?
De reflex van veel hulpverleners is begrijpelijk. We willen de situatie onder controle krijgen. Risico's uitsluiten. Veiligheid organiseren. Protocollen volgen. Afspraken vastleggen. Nog een formulier. Nog een risico-inschatting.
Dat voelt veilig.
Voor de hulpverlener.
Maar voor de cliënt vaak helemaal niet.
Sterker nog: iemand die de regie over zijn eigen leven volledig kwijt is, ervaart nóg minder ruimte wanneer wij ook de laatste restjes autonomie overnemen.
Controle roept dan vaak meer verzet, angst of wanhoop op. Een kat in het nauw maakt immers rare sprongen.
Juist in een crisis is de grootste valkuil dat we harder gaan werken, terwijl we eigenlijk moeten vertragen.
Niet direct oplossingen aandragen.
Niet alvast invullen wat iemand bedoelt.
Niet overtuigen.
Maar nieuwsgierig blijven.
En tot 10 tellen.
Op je handen blijven zitten.
"Vertel eens... wat maakt dat het nu zo ondraaglijk is?"
"Wat heb je op dit moment het meest nodig?"
"Wat zou jou helpen om de komende tien minuten door te komen?"
Dat zijn geen zwakke vragen.
Dat zijn moedige vragen.
Want echte verbinding vraagt dat je de onzekerheid durft te verdragen. Dat je niet meteen weet hoe het afloopt. Dat je naast iemand gaat staan, terwijl diegene zelf het overzicht kwijt is.
En nee, daarmee neem je het risico niet weg.
Maar je zorgt er wel voor dat iemand het risico niet meer alleen hoeft te dragen.
Vanuit die verbinding kun je pas echt samenwerken aan veiligheid. Niet voor iemand, maar met iemand. Samen onderzoeken wat helpt. Samen afspraken maken. Samen zoeken naar het eerstvolgende kleine stapje.
Dat vraagt iets ongemakkelijks van ons als hulpverlener.
Namelijk accepteren dat wij niet verantwoordelijk zijn voor de uitkomst.
Wij hebben een inspanningsverplichting.
Geen resultaatverplichting.
We kunnen een ander niet redden. We kunnen de verantwoordelijkheid voor iemands leven niet overnemen.
We kunnen hooguit zo deskundig én zo menselijk mogelijk aanwezig zijn.
Misschien is dát wel de meest veilige vorm van veiligheid.
Niet een gesloten deur.
Niet een dichtgetimmerd protocol.
Maar een open houding.
Een stoel die je erbij schuift.
En de boodschap die soms meer waard is dan duizend interventies:
"Ik blijf even bij je. We zoeken het samen uit."




Opmerkingen