Vrijheid of veiligheid? Jij beslist
- René den Haan

- 26 apr
- 3 minuten om te lezen
Maar op basis waarvan eigenlijk?
Je staat aan het bed. Of in de huiskamer. Of bij de voordeur die nét iets te vaak open gaat.
Een cliënt wil naar buiten. Alleen. Jij voelt de twijfel al opkomen.
Laat ik haar gaan? Of bescherm ik haar tegen wat er mis kán gaan?
Welkom in de dagelijkse realiteit van de zorg. Waar protocollen eindigen… en jouw geweten begint.
Het ongemakkelijke midden
Ethische dilemma’s ontstaan niet omdat je je werk niet goed doet.
Ze ontstaan júist omdat je het goed wilt doen.
Want wat is goede zorg? Is dat veiligheid, koste wat het kost?
Of kwaliteit van leven, zelfs als daar risico’s bij horen?
De waarheid is minder comfortabel: goede zorg zit zelden aan één kant.
Goede bedoelingen kunnen schuren
Veel zorgprofessionals handelen vanuit bescherming. Logisch.
Maar bescherming kan ongemerkt omslaan in beperking.
De deur op slot.
De bewegingssensor aan.
“Even” iemand tegenhouden.
Allemaal goed bedoeld. Maar heb je jezelf wel eens deze vraag gesteld:
Voor wie doe ik dit eigenlijk? Voor de cliënt… of voor mijn eigen geruststelling?
Mensenrechten: geen ver-van-je-bed-show
In de zorg raken we dagelijks aan iets fundamenteels: waardigheid en autonomie. Dat betekent:
Niet zomaar iemand aanraken
Niet vernederen of betuttelen
En vooral: mensen laten leven op hún manier
Ook als iemand kwetsbaar is.
Ook als iemand deels wilsbekwaam is.
Dat schuurt. Want autonomie betekent óók: ruimte geven om fouten te maken.
“Maar ze is toch wilsonbekwaam?”
Pas op met die gedachte.
Iemand is altijd wilsbekwaam, tenzij een arts voor een specifieke beslissing anders vaststelt. Een zzp indicatie 5 zegt bijvoorbeeld niet dat de cliënt wilsonbekwaam is.
Dus niet: “Hij heeft dementie, dus hij kan het niet meer beslissen.”
Maar: “Kan hij dit specifieke besluit overzien?”
Dat vraagt gesprek. Met de cliënt. Met familie. Met elkaar.
Niet invullen. Maar onderzoeken.
Veiligheid is een illusie (ja, echt)
We streven massaal naar 100% veiligheid. Maar die bestaat niet.
Wat wél bestaat? Een leven dat steeds kleiner wordt.
Geen wandeling meer.
Niet meer zelf smeren.
Niet meer zelf kiezen.
Is dat dan nog leven… of alleen nog bestaan?
Het echte werk: afwegen
Ethisch handelen is geen onderbuikgevoel. Het is een vaardigheid.
Stel jezelf (en elkaar) deze vragen:
-Wat is hier écht aan de hand?
-Wiens belangen spelen er?
-Welke waarden botsen hier? (veiligheid, vrijheid, waardigheid)
-Wat zijn de gevolgen van mijn keuze?
En misschien wel de belangrijkste: kan ik deze keuze uitleggen?
Niet alleen aan je collega. Maar ook aan de cliënt. Of zijn familie.
De driehoek die het spannend maakt
In de praktijk sta je zelden alleen.
Je zit in een driehoek:
Cliënt – Familie – Professional
En geloof me: die willen lang niet altijd hetzelfde.
Familie wil vaak veiligheid.
Jij wilt verantwoorde zorg.
De cliënt wil… gewoon zijn leven leiden.
Dus wat doe je? Meebuigen? Tegenin gaan? Of het gesprek aangaan — echt aangaan?
Een simpele casus, een complexe keuze
Een mevrouw wil elke dag wandelen. Ze kan verdwalen.
Verbieden? Of laten gaan?
De oplossing zit vaak niet in ja of nee, maar in creativiteit: een gps-tracker, afspraken, samen kijken wat wél kan.
Niet beperken waar het niet hoeft.
Niet loslaten waar het niet kan.
De vraag die je niet kunt ontwijken
De volgende keer dat je twijfelt, stel jezelf deze vraag:
Durf ik risico toe te staan… als dat iemands leven rijker maakt?
En misschien nog belangrijker:
Durf ik vrijheid te beperken… en dat écht goed te verantwoorden?
Praat. Altijd.
Ethische keuzes maak je niet alleen. Of in stilte. Bespreek ze.
Schuur met elkaar. Twijfel hardop.
Want daar - precies daar - ontstaat betere zorg.
Want uiteindelijk is de vraag niet: doe ik het goed? Maar:
Doe ik recht aan deze mens, in dit moment?






Opmerkingen