Waarom doe je dat nou?!
- René den Haan

- 10 aug
- 5 minuten om te lezen
Over de onmogelijke waaromvraag, Panta Rhei en de kunst om vooruit te kijken
“Maar waarom doe ik dit eigenlijk?”
Als psycholoog krijg ik die vraag regelmatig. Soms letterlijk. Soms verpakt in een indrukwekkende hoeveelheid zelfanalyse, levensgeschiedenis en drie ordners met gebeurtenissen uit het verleden.
Het is een verdomd moeilijke vraag. Want waarom doe je wat je doet? Waarom word je boos? Waarom trek je je terug? Waarom blijf je piekeren? Waarom kies je steeds dezelfde soort partner? Waarom durf je iets niet? Waarom saboteer je jezelf? Waarom reageer je zoals je reageert?
En vooral: waarom doe je dat nou?!
Die laatste kennen we allemaal.
“Waarom doe je dat nou?”
Een vraag die we opvallend vaak stellen aan onze partner, kinderen of collega’s.
Maar meestal is het helemaal geen vraag. Het is een verkapte beschuldiging met een vraagteken erachter.
“Waarom doe je dat nou?!”
Vertaling: Ik vind dat je dit niet moet doen en ik wil graag dat jij dat onmiddellijk begrijpt.
De mythe van de ene oorzaak
We zijn dol op oorzaken.
Als we weten waarom iets gebeurt, denken we dat we het kunnen begrijpen. En als we het begrijpen, denken we dat we het kunnen oplossen.
Dus gaan we graven.
Nog een gesprek. Nog een analyse. Nog een vragenlijst. Nog een therapeutisch uur. Nog een herinnering uit de jeugd.
“Het zou kunnen komen doordat je vader vroeger…”
En voor je het weet zitten we met een vergrootglas in 1987 te zoeken naar het moment waarop het allemaal misging.
Maar gedrag heeft zelden één oorzaak. Wie je vandaag bent, is een ingewikkelde optelsom van aanleg, ervaringen, relaties, omstandigheden, successen, mislukkingen, toevalligheden, verwachtingen, cultuur, overtuigingen en alles wat je onderweg hebt meegemaakt.
Daar komt nog iets bij:
hoe je vandaag in je vel zit.
Slecht geslapen? Stress? Verdriet? Honger? Hormonen? Zorgen? Een rotdag?
Hetzelfde mens kan op maandag heel anders reageren dan op zaterdag.
We zijn geen computerprogramma met één foutmelding. We zijn levende mensen. Alles is een kettingreactie en dus onmeetbaar en onvoorspelbaar.
Wat je vandaag doet, is een reactie op wat eraan voorafging.
En dat was weer een reactie op iets daarvoor.
Een soort menselijke dominoketen. Een actie veroorzaakt een reactie, die weer een nieuwe actie veroorzaakt, beïnvloed door je karakter, je ervaringen en de omstandigheden van het moment. En ondertussen verandert de wereld gewoon door.
Panta rhei.
Alles stroomt.
De oude Grieken hadden daar al geen ingewikkelde app voor nodig. Alles is voortdurend in beweging.
Groei wordt bloei.
Bloei wordt verval.
Verval maakt ruimte voor vernieuwing.
Relaties veranderen. Mensen veranderen. Jij verandert.
En zelfs als je heel hard roept:
“Ik wil helemaal niet veranderen!”
gaat het leven gewoon door.
Best irritant eigenlijk.
Het verleden heeft geen toekomst .
Daar zit misschien wel de grootste denkfout.
We kunnen eindeloos terugkijken.
Waarom gebeurde dit?
Waarom heb ik dat gedaan?
Waarom heeft mijn moeder dit gedaan?
Waarom ben ik zo geworden?
Waarom heeft hij mij dat aangedaan?
Sommige van die vragen zijn belangrijk. Natuurlijk.
Het verleden verdient erkenning.
Soms is het noodzakelijk om te begrijpen wat iemand heeft meegemaakt. Zeker wanneer iemand jarenlang heeft moeten overleven in omstandigheden die hij niet zelf heeft gekozen.
Maar er zit een grens aan begrijpen. Want het verleden kan worden onderzocht, maar niet veranderd.
Het verleden heeft geen toekomst.
Je kunt het alleen achteraf bekijken. Het leven zelf kun je maar één kant op leven:
vooruit.
En daar wordt het interessant.
De betere vraag is: “Wat nu?”. 'Hoe' in plaats van 'waarom'.
Doe dan!
Misschien moeten we wat zuiniger worden met waaromvragen, zeker omdat we soms blijven graven terwijl we allang op een plek zijn aangekomen waar we iets anders nodig hebben.
Niet:
“Waarom ben ik zo?”
maar:
“Wat wil ik anders?”
Niet:
“Waarom reageer ik altijd zo?”
maar:
“Hoe zou ik de volgende keer willen reageren?”
Niet:
“Waarom is mijn leven zo gelopen?”
maar:
“Wat wil ik met het stuk dat nog voor me ligt?”
Dat is een wezenlijk verschil.
De eerste vraag kijkt achterom.
De tweede geeft richting.
Jij bent niet je diagnose
En misschien geldt dat ook voor psychische klachten.
Je hebt klachten die we depressie noemen.
Je hebt klachten die we angst.l noemen.
Je hebt klachten die we trauma noemen.
Je hebt klachten die we dementie noemen.
Maar je bent dat niet.
Een mens is altijd meer dan zijn klacht, diagnose of gedrag.
Er is altijd onzekerheid.
Gelukkig maar.
Want als alles volledig vast zou liggen, hoefden we ook geen psychologen meer op te leiden.
Dan konden we gewoon de gebruiksaanwijzing uitprinten.
Maar zo werkt het leven niet.
Je weet nooit precies wat morgen brengt.
Het is een beetje als het weer.
Je kunt de voorspelling bekijken.
Je kunt een paraplu meenemen.
Je kunt een jas aantrekken.
Maar of het om 15.37 uur daadwerkelijk gaat regenen?
Succes ermee!
Je kunt je voorbereiden op de toekomst, maar je kunt haar niet controleren.
Ontwerp je eigen volgende hoofdstuk.
En daar zit misschien wel de belangrijkste boodschap.
Je hebt niet overal invloed op.
Niet op wat je hebt meegemaakt.
Niet op wat anderen hebben gedaan.
Niet op het verstrijken van de tijd.
Niet op verandering.
Niet op alles wat morgen gebeurt.
Maar je hebt wél invloed op hoe je vandaag verdergaat.
Welke stap je zet.
Wie je om hulp vraagt.
Wat je anders gaat proberen.
Waar je je aandacht aan geeft.
Welke mensen je om je heen wilt.
En misschien zelfs op het verhaal dat je jezelf over je verleden blijft vertellen.
Want je levensverhaal staat niet gelijk aan het laatste hoofdstuk dat je hebt geschreven.
Tijd is geen voorraadkast
We doen soms alsof we onbeperkt tijd hebben.
Alsof we morgen wel beginnen.
Morgen ga ik bellen.
Morgen ga ik leven.
Morgen ga ik minder werken.
Morgen ga ik eindelijk die ene reis maken.
Morgen ga ik meer tijd maken voor mijn kinderen.
Morgen. Een wonderlijk woord.
Het kost niets en het stelt alles uit.
Maar tijd is geen voorraadkast waar je later nog even wat uren uit kunt pakken.
De klok onderhandelt niet.
Panta rhei.
Alles stroomt.
Ook jouw tijd.
Dus misschien is het verstandig om niet al je energie te besteden aan het achterhalen waarom je precies geworden bent wie je bent.
Kijk af en toe dus ook eens naar de vraag: Wie wil ik worden?
En misschien is dat wel de echte vrijheid.
Moeilijke tijden gaan voorbij.
Gelukkig.
Maar mooie tijden ook.
Dat is misschien wel precies waarom mooie momenten zo kostbaar zijn.
Een kind dat ineens je hand pakt.
Een goed gesprek.
Een wandeling.
Een lach die nergens over ging.
Een kop koffie in de zon.
Een liedje dat je terugbrengt naar vroeger.
Een gewone dinsdag die achteraf helemaal niet zo gewoon bleek.
Ook dat stroomt voorbij.
Je verandert ondertussen zelf.
Elke dag een beetje.
Door wat je meemaakt.
Door wat je leert.
Door wat je loslaat.
Door de keuzes die je maakt.
Dus ja, blijf vooral af en toe nieuwsgierig naar het waarom.
Maar blijf er niet wonen.
Het verleden kun je begrijpen.
Het heden kun je beleven.
De toekomst kun je beïnvloeden.
En als je dan toch een vraag wilt stellen:
niet:
“Waarom doe je dat nou?”
maar:
“Wat zou je nu graag anders willen?”
Dat is geen vraag naar schuld.
Dat is een uitnodiging tot beweging.
En beweging…
daar ging het leven tenslotte al die tijd over.
Panta rhei.
Alles stroomt.
Dus zwem een beetje mee.




Opmerkingen