Absurde beleidsplannen, deel 2: Een tekort aan orthopedagogen-generalist? Dan zorgen we toch dat niemand ze kan opleiden?
- René den Haan

- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Na het grote succes van het vorige beleidsidee – "er zijn te weinig GZ-psychologen, dus laten we er minder opleiden" – presenteert Den Haag met gepaste trots een nieuw hoofdstuk uit de serie Hoe lossen we personeelstekorten vooral niet op?
Deze keer in de hoofdrol:
de orthopedagoog-generalist.
Een professional die werkt in de jeugdzorg, gehandicaptenzorg, ouderenzorg, GGZ, het onderwijs en eigenlijk overal waar mensen met complexe gedrags- en ontwikkelingsvragen ondersteuning nodig hebben.
Een beroep waar tekorten zijn.
Een beroep waar de vraag groeit.
Een beroep waarvan onderzoeken aantonen dat er meer nodig zijn.
Een beroep dat bijdraagt aan het verkorten van wachtlijsten.
Een beroep dat past bij alle grote beleidsambities van deze tijd.
Dus wat doet de overheid?
Juist.
De opleiding wordt niet bekostigd.
De pyromaan en de brandweer
Het blijft fascinerend.
Nederland lijkt soms bestuurd te worden volgens een eenvoudig principe:
"Als iets schaars is, maken we het moeilijker verkrijgbaar."
Stel dat deze logica ook in andere sectoren zou gelden.
"We hebben een tekort aan woningen. Daarom stoppen we met het opleiden van metselaars."
"Er zijn te weinig leraren. Daarom schaffen we de lerarenopleiding af."
"De energietransitie loopt vast. Daarom stoppen we met het opleiden van installateurs."
Iedereen zou direct zien hoe absurd dat klinkt. Behalve ...wanneer het over zorgprofessionals gaat.
Dan heet het beleid.
De wonderlijke zoektocht naar professionals die niet bestaan
De overheid heeft zelf onderzoek laten doen. De overheid weet dat er tekorten zijn. De overheid weet dat werkgevers om meer orthopedagogen-generalist vragen. De overheid weet dat de vraag de komende jaren verder stijgt.
En vervolgens concludeert dezelfde overheid:
"Dat klinkt als een probleem voor werkgevers."
Het is een indrukwekkende vorm van bestuurlijke acrobatiek.
Vergelijkbaar met een meteoroloog die waarschuwt voor een orkaan en vervolgens besluit zijn eigen dakverzekering op te zeggen.
Marktfalen? Nee joh, succes ermee!
Het mooiste argument is misschien nog wel dat instellingen de opleiding zelf kunnen betalen.
Dat klinkt logisch. Tot je beseft dat het precies daarom misgaat.
Want zorginstellingen draaien al jaren op het financiële equivalent van ducttape, elastiekjes en goede bedoelingen.
Veel organisaties willen opleiden.
Ze zien de noodzaak.
Ze zien de tekorten.
Ze zien de wachtlijsten.
Maar zonder structurele bekostiging wordt opleiden een luxeproduct.
Een soort Tesla onder de personeelsontwikkeling.
Leuk idee. Niet voor iedereen haalbaar.
Het wonder van de beleidsparadox
De afgelopen jaren verschenen er prachtige beleidsstukken.
Het Integraal Zorgakkoord.
De Hervormingsagenda Jeugd.
De Toekomstagenda Gehandicaptenzorg.
Allemaal documenten die ongeveer hetzelfde zeggen:
"De zorg moet slimmer, preventiever, mensgerichter en meer in de leefomgeving georganiseerd worden."
En raad eens welke professional daar perfect bij aansluit? Precies.
De orthopedagoog-generalist.
De specialist die juist kijkt naar de context. Naar gezinnen. Naar systemen. Naar scholen. Naar netwerken. Naar kwaliteit van leven.
Dus natuurlijk besluiten we vervolgens de opleiding niet te financieren. Dat is alsof je een marathon organiseert en halverwege de deelnemers hun schoenen afpakt.
De magische geldboom van zorginstellingen
Blijkbaar leeft ergens het idee dat zorginstellingen beschikken over een geheime geldboom.
Een boom die jaarlijks nieuwe opleidingsbudgetten produceert.
Waarschijnlijk staat die naast de boom waar extra personeel groeit. En vlak achter het bos waar alle lege vacatures spontaan worden ingevuld.
In de echte wereld is het iets minder sprookjesachtig. Daar moeten organisaties keuzes maken tussen directe zorg, personeelsbehoud, innovatie, huisvesting en opleiden.
Juist daarom bestaat publieke bekostiging. Omdat het maatschappelijk noodzakelijk is.
De verdwijntruc
Misschien zit hier een groter plan achter.
Misschien is dit een nieuwe methode om tekorten op te lossen?
Als er minder orthopedagogen-generalist worden opgeleid, zijn er straks minder orthopedagogen-generalist.
Als er minder orthopedagogen-generalist zijn, kunnen er ook minder vacatures voor openstaan.
En als er minder vacatures zijn, lijkt het tekort kleiner.
Briljant!
Vergelijkbaar met het verwijderen van de batterij uit een rookmelder om van het irritante piepje af te zijn.
Het probleem blijft bestaan.
Je hoort het alleen niet meer.
De rekening komt altijd
Het vervelende van dit soort besluiten is dat de gevolgen niet morgen zichtbaar zijn.
Ze sluipen langzaam naar binnen.
Een opleiding die niet wordt bekostigd.
Minder opleidingsplaatsen.
Minder instroom.
Meer vacatures.
Langere wachtlijsten.
Meer druk op bestaande professionals.
Meer uitval.
Nog grotere tekorten.
En vervolgens over vijf jaar een rapport waarin staat dat er onverwacht een tekort aan orthopedagogen-generalist is ontstaan. Waarna een nieuwe commissie wordt ingesteld om te onderzoeken hoe dit heeft kunnen gebeuren.
Waarschijnlijk tegen aanzienlijke kosten.
Een revolutionair idee
Er bestaat gelukkig ook een alternatief. Een gedurfde gedachte. Misschien zelfs controversieel.
Wat als we professionals opleiden voordat het tekort onhoudbaar wordt? Wat als we investeren in beroepen waarvan we weten dat we ze nodig hebben? Wat als we de opleiding tot orthopedagoog-generalist dezelfde structurele ondersteuning geven als vergelijkbare BIG-beroepen?
Wat als we beleid baseren op maatschappelijke behoefte in plaats van begrotingstechnische verdwijntrucs?
De kern van de zaak
Achter alle satire zit een serieuze werkelijkheid. Kinderen met complexe problemen. Volwassenen met een beperking.
Ouderen met gedragsveranderingen.
Gezinnen die vastlopen. Professionals die ondersteuning nodig hebben.
Voor al die groepen zijn orthopedagogen-generalist van onschatbare waarde. Iedereen lijkt dat te begrijpen.
Werkgevers.
Wetenschappers.
Professionals.
Onderzoekers.
Behalve degenen die beslissen over de bekostiging.
En daarmee dreigt opnieuw een typisch Nederlands beleidswonder:
We erkennen het tekort.
We beschrijven het tekort.
We onderzoeken het tekort.
We waarschuwen voor het tekort.
En vervolgens financieren we niet de oplossing.
Soms is beleid zo absurd dat je denkt dat het satire is.
Totdat je beseft dat het echt gebeurt.





Opmerkingen