Absurde beleidsplannen, deel 3. GGZ als abonnementsdienst
- René den Haan

- 15 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
Stel je voor. Je hebt een chronische psychiatrische kwetsbaarheid.
Niet iets wat na acht sessies mindfulness, een complimentenkaart en een positieve podcast ineens verdwijnt. Nee. Als een ziekte waar je geen grip op hebt. Als een kwetsbaarheid in je leven die soms jarenlang stabiel is. En soms ineens ontspoort. Als een ziekte waar je geen grip op hebt.
Door verlies.
Een scheiding.
Eenzaamheid.
Financiële problemen.
Een overlijden.
Een lichamelijke ziekte.
Of simpelweg doordat het leven besluit tegelijkertijd op alle knoppen te drukken.
Vroeger had de psychiatrie daar een antwoord op.
Niet perfect.
Maar wel een netwerk. Een gemeenschap. Een plek waar mensen gekend werden. Waar iemand niet alleen een dossiernummer was. Waar bijzonder gedrag soms niet meteen gecorrigeerd hoefde te worden, maar eerst begrepen werd.
Voor sommigen was het een behandelplek. Voor anderen een veilige haven. Voor enkelen zelfs een thuis.
Toen kwam een briljant idee. De markt gaat het oplossen!
Want wat doe je als een menselijk probleem ingewikkeld is?
Dan maak je er een markt van.
Dat werkte immers ook fantastisch bij energie, wonen en kinderopvang.
Dus waarom niet bij 'de psychiatrie'?
Vanaf dat moment werden patiënten cliënten. Cliënten werden klanten. Behandelingen werden producten. En zorginstellingen concurrenten. En behandelaars productiemachines.
Het was een visionair plan. De enige kleine complicatie was ... dat psychische kwetsbaarheid zich weigerde aan te passen aan de Excel-sheet.
Welkom in de wijk!
Vervolgens kwam de ambulantisering. Een prachtig woord en mooi uitgangspunt:
Mensen zo veel mogelijk laten deelnemen aan de samenleving. Weg van de ziekmakende omgeving van de ggz, -zo werd gedacht.
Wie kan daar nu op tegen zijn?
Niemand.
Totdat een ideaal wordt verward met een bezuiniging.
Toen werden bedden afgebouwd. Afdelingen werden gesloten. Beschermde plekken en groepen verdwenen. En mensen die vroeger een stevig vangnet hadden, kregen een folder, een crisisnummer en een optimistische boodschap over zelfredzaamheid.
Veel succes in de wijk! (En veel succes huisartsen! )
De diagnose-industrie
En toen werd het nog mooier. Want om zorg te kunnen inkopen moet je zorg kunnen tellen. En om zorg te kunnen tellen moet je mensen reduceren tot categorieën.
Dus kwam de diagnose wederom - en hopeloos ouderwets -centraal te staan.
Niet de levensgeschiedenis.
Niet het trauma.
Niet de context.
Niet de eenzaamheid.
Niet de interactie tussen kwetsbaarheid, omgeving, verlies, armoede, ouder worden, lichamelijke achteruitgang en sociale uitsluiting.
Nee.
De diagnose.
En niet een beschrijvende diagnose, maar een reductie door een DSM en zorgprestatiemodel -code.
Want een mens is ingewikkeld.
Een code past beter in een spreadsheet.
De draaideurcliënt bestaat niet
Tenminste. Administratief niet. In de praktijk natuurlijk wel.
Iedere behandelaar kent ze. Mensen die jarenlang periodes van stabiliteit kennen. En periodes waarin het misgaat. Niet omdat de behandeling mislukt is.
Maar omdat kwetsbaarheid niet verdwijnt.
Net zoals iemand met diabetes niet "genezen" is omdat zijn bloedsuiker een tijdje stabiel blijft.
Maar in de systeemwereld heet dat een nieuwe intake.
Een nieuw traject. Een nieuwe aanvraag. Nieuwe formulieren. Nieuwe machtigingen.
Nieuwe wachtlijsten. En vaak zelfs een nieuwe afdeling, poli en behandelaar.
Omdat niets herstel zo goed ondersteunt als telkens opnieuw je levensverhaal vertellen aan een onbekende.
Het productieplafond
Misschien wel de mooiste uitvinding van allemaal.
Het productieplafond.
Een concept dat vermoedelijk bedacht is door iemand die dacht dat psychische ontregeling zich aan contractafspraken houdt.
Stel je voor.
Het is november. Je raakt ernstig ontregeld. Maar helaas, jouw verzekeraar heeft het budgetplafond bereikt. Kun je misschien wachten tot januari?
Dat klinkt absurd. Maar in geen enkele andere sector zouden we dit accepteren.
"Uw huis staat in brand, maar het brandweerbudget voor uw postcode is helaas op."
"Uw blindedarm is gesprongen, maar de operatieproductie voor deze maand zit vol."
Toch vinden we dit in de GGZ inmiddels bijna normaal. Terwijl je maandelijks netjes je zorgpremie hebt opgehoest.
Het behandelresultaat
Nog zo'n prachtig begrip. Behandelresultaat.
Bij een gebroken arm begrijpelijk. Bij een blindedarm logisch.
Maar wat is precies het behandelresultaat van iemand die al twintig jaar worstelt met ernstige psychiatrische kwetsbaarheid?
Dat hij nooit meer ontregelt? Dat hij nooit meer een crisis krijgt? Dat hij geen verlies meer ervaart? Dat hij niet ouder wordt? Dat hij geen eenzaamheid meer kent?
Het werkelijke succes zit vaak ergens anders.
Dat iemand ondanks alles blijft deelnemen.
Blijft wonen. Blijft functioneren. Blijft leven.
Maar dat past uiteraard minder goed in een dashboard.
De verzekeraar ontdekt een natuurwet
En dan verschijnt er regelmatig een rapport. De GGZ blijkt moeilijk beheersbaar.
Moeilijk voorspelbaar dus moeilijk verzekerbaar.
Wat een verrassing! Dat is ongeveer hetzelfde als ontdekken dat het weer lastig te controleren is. Of dat mensen zich niet gedragen volgens een Excel-model.
De (specialistische) GGZ behandelt juist dat deel van de menselijke ervaring dat zich niet laat voorspellen.
Dat is geen fout in het systeem. Dat ís het systeem.
En dat is wel de grootste absurditeit.
We blijven zoeken naar wat er mis is met de patiënt.
Welke diagnose. Welke classificatie. Welke stoornis. Welke interventie. Welke behandeling. Terwijl steeds vaker de vraag opkomt of we niet naar een ander systeemprobleem kijken.
Een samenleving waarin mensen steeds vaker alleen staan. Waar sociale verbanden verdwijnen. Waar kwetsbaarheid wordt geprofessionaliseerd. Waar gemeenschappen afbrokkelen. Waar rendement belangrijker lijkt dan verbondenheid. Waar eenzaamheid epidemische vormen aanneemt. En vervolgens zijn we verbaasd dat de GGZ overloopt.
De kern van de zaak
Achter alle beleidsstukken schuilt een lastige waarheid.
De specialistische GGZ gaat niet over diagnoses.
Ze gaat over mensen.
Over levensverhalen.
Over kwetsbaarheid.
Over herstel.
Over terugval.
Over opnieuw opstaan.
Over soms levenslang balanceren.
Dat laat zich niet vangen in productieplafonds, diagnosecodes, jaarcontracten of afgebakende trajecten.
De grootste absurditeit van allemaal? Dat we een systeem hebben gebouwd waarin de mens voortdurend moet bewijzen dat hij ingewikkeld genoeg is voor zorg.
Terwijl de werkelijkheid iedere dag laat zien dat zorg juist ingewikkeld is omdat mensen dat zijn.
En misschien is de vraag daarom niet langer: "Hoe maken we de GGZ beter verzekerbaar?"
Maar: "Waarom zijn we blijven geloven dat ernstige psychiatrische kwetsbaarheid zich überhaupt als een verzekeringsproduct laat organiseren?"
Want als de werkelijkheid voortdurend botst met het model, is het misschien tijd om niet langer de werkelijkheid te repareren. Maar het model!





Opmerkingen