Loodgieter van de ziel
- René den Haan

- 11 mei
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 mei
Waarom een behandelplan geen IKEA-handleiding voor geluk is
We leven in een tijd waarin alles maakbaar lijkt. Je lichaam? Optimaliseren. Je carrière? Coachen Je darmflora? Fermenteren. Je mentale gezondheid? Acht sessies CGT en een mindfulness-app.
Alsof de menselijke psyche een koffiezetapparaat is waar alleen even een resetknopje ingedrukt moet worden.
En tja, de ggz heeft daar zelf enthousiast aan meegewerkt. Met behandelprotocollen, effectmetingen, keurmerken, ROM-lijstjes en websites waarop herstel bijna klinkt als een abonnement met geld-terug-garantie.
“U bent verdrietig? Klik hier voor module 3.”
De pijnlijke waarheid
Psychotherapie werkt. Maar niet zo spectaculair als we graag geloven.
En dat klinkt bijna als vloeken in een samenleving die dol is op succesverhalen, TED-talks en Instagram-therapeuten die in drie slides je jeugdtrauma oplossen tussen twee advertenties voor proteïnepoeder.
De cijfers zijn eigenlijk behoorlijk nuchter: ongeveer een derde van de mensen knapt op dóór therapie, een derde knapt op tijdens therapie, maar waarschijnlijk ook zonder, en een derde knapt nauwelijks op.
Dat is geen cynisme.
Dat heet realiteit.
En juist die realiteit vinden we ontzettend moeilijk te verdragen.
De therapeut als loodgieter van de ziel
We zijn gaan geloven dat psychologen alles kunnen oplossen. Alsof iedere therapeut diep vanbinnen een soort mentale ANWB-monteur is:
“Ah ja mevrouw, duidelijk een vastgelopen jeugdtrauma in combinatie met perfectionisme. Dat draaien we even aan.”
Maar mensen zijn geen lekkende vaatwassers. Sommige pijn laat zich niet repareren. Sommige angsten verdwijnen niet volledig.
Sommige beschadigingen blijven gevoelig, hoe goed de begeleiding ook is.
Dat betekent niet dat therapie zinloos is. Integendeel. Therapie kan enorm helpen: meer inzicht, minder lijden, betere relaties, meer regie, meer acceptatie,
soms zelfs een complete ommekeer.
Maar therapie is echt geen spirituele APK waarbij je na zes sessies glanzend en klachtenvrij de praktijk uitrijdt.
De markt wil wonderen
En daar begint het probleem.
Want de moderne ggz leeft steeds meer in een wereld van spreadsheets, productieafspraken en zorgverzekeraars die het liefst herstel meten alsof het om een wasstraat gaat.
“Cliënt na 12 weken nog somber?
Graag even efficiënter behandelen.”
De marktlogica heeft langzaam de behandelkamer binnengeslopen. Alsof psychisch lijden een productiefout is die met voldoende interventies opgelost moet kunnen worden.
Maar echte psychische problemen zijn vaak verweven met: jeugd, verlies, trauma, karakter, eenzaamheid, armoede,
relaties, erfelijkheid, zingeving,
Of simpelweg: het moeilijke feit dat mens-zijn soms gewoon ingewikkeld is. Daar bestaat geen gouden protocol voor.
De maakbaarheidsmachine
We hebben een cultuur gebouwd waarin kwetsbaarheid bijna verdacht is geworden.
Niet gelukkig? Werk aan jezelf.
Burn-out? Ademhalingsoefeningen.
Paniek? Podcast luisteren.
Existentiële leegte? Koud douchen en een ijsbad.
Alsof de menselijke conditie een persoonlijk falen is geworden.
Vroeger gingen mensen naar de pastoor met hun existentiële angst. Nu naar de psycholoog.
Alleen verwacht men tegenwoordig wél meetbare uitkomsten binnen het eigen risico.
Het grote misverstand
Misschien is het grootste misverstand niet dat therapie níét werkt. Het grootste misverstand is dat we denken dat therapie mensen volledig “af” kan maken. Dat leven uiteindelijk beheersbaar zou zijn. Maakbaar.
Optimaliseerbaar.
Maar soms is psychotherapie niet het verwijderen van alle pijn.
Soms is het leren leven mét pijn zonder eraan kapot te gaan.
Dat is minder sexy dan “transformeer je leven in 8 weken”, maar wel een stuk eerlijker.
Een eerlijker verhaal
Misschien moeten we als samenleving wat eerlijker worden.
Dat psychologen geen tovenaars zijn. Dat cliënten geen mislukking zijn als herstel langzaam gaat.
Dat niet alle verdriet een stoornis is. Dat sommige problemen chronisch blijven. Dat groei vaak grillig verloopt. En dat kwetsbaarheid geen defect is, maar onderdeel van het mens-zijn.
Want misschien hoeft de ggz niet groter te dromen. Misschien moet de ggz vooral weer menselijk durven zijn.
Met minder verkooppraat.
Minder maakbaarheid.
Minder behandel-fetisjisme.
En dus iets meer bescheidenheid.
Dat zou weleens verrassend therapeutisch kunnen zijn.





Opmerkingen