De belangrijkste uitkomst van een ggz-behandeling? Dat iemand even mens voor me was.
- René den Haan

- 2 uur geleden
- 2 minuten om te lezen
"En... heeft de behandeling geholpen?"
Die vraag stellen we graag aan elkaar. Het liefst beantwoorden we hem met een grafiek. Een vragenlijst. Een dalende score op angst, somberheid of dwang.
Want cijfers voelen veilig.
Maar vraag het eens aan de cliënt. Die zegt vaak iets heel anders.
"Mijn behandelaar zag me. Hij luisterde zonder steeds op de klok te kijken. Ik voelde me gehoord. Geaccepteerd. Er was eindelijk iemand die niet meteen iets van me wilde maken. En o ja... ik kreeg ook nog wat handige tips waardoor ik uiteindelijk weer zelf verder kon."
Grappig eigenlijk.
Het belangrijkste ingrediënt van een behandeling blijkt regelmatig degene te zijn die nergens netjes in een Excel-bestand past: de mens.
Toch zijn we in de GGZ nog steeds dol op diagnoses. Eerst een etiket. Daarna een protocol. Vervolgens een effectmeting om te kijken of het protocol voldoende effect had op het etiket.
Het is alsof je een restaurant beoordeelt door uitsluitend de temperatuur van de soep te meten.
Was het warm?
Mooi.
Of het ook lekker was, vriendelijk werd geserveerd en je je welkom voelde... dat bewaren we voor later.
Misschien.
Begrijp me niet verkeerd. Richting bepalen is zinvol. Is iemand angstig, somber of verward? Natuurlijk wil je dat weten. Ook de ernst doet ertoe. Iemand die zichzelf verwaarloost of levensmoe is, heeft meer aandacht nodig en soms medicatie.
Maar de conclusie is opvallend eenvoudig.
Niet méér formulieren.
Wel méér steun.
Meer nabijheid.
Meer aandacht.
Meer hulp aan huis.
Meer activiteiten.
Meer mensen die zeggen: "Je hoeft het vandaag even niet alleen te doen."
We noemen mensen en ggz ingewikkeld, terwijl hun leven dat vaak al is. Schulden. Eenzaamheid. Mantelzorg. Rouw. Werk dat wegvalt. Een relatie die strandt. Slechte nachten. Zorgen om morgen. Dat past nu eenmaal niet in één diagnosecode.
En soms noemen we een cliënt "complex", terwijl eigenlijk iets anders aan de hand is.
Hij doet niet wat het protocol had voorspeld. Of hij werkt niet mee.
Dat vinden behandelaars (en verzekeraars) ingewikkelder dan de cliënt zelf.
Misschien moeten we de uitkomst van zorg eens meten zoals iedere winkel dat doet.
Niet alleen: "Zijn de klachten afgenomen?"
Maar ook:
"Voelde u zich welkom?"
"Had u het gevoel dat iemand u werkelijk begreep?"
"Zou u deze behandelaar aanbevelen aan iemand die u lief is?"
Natuurlijk gaat die vergelijking niet helemaal op. Niemand loopt vrijwillig een psychose binnen zoals je een bakker binnenloopt. Sommige mensen krijgen hulp opgelegd. Dat maakt de zorg anders.
Maar juist daarom is er iets anders nodig. Een beetje minder vertrouwen in het systeem. En een beetje meer vertrouwen in de professional die tegenover de cliënt zit.
En in de verwijzer die dacht: deze persoon heeft nu geen perfect protocol nodig.
Maar een mens.





Opmerkingen