De groenste blokkendoos van Nederland
- René den Haan

- 27 mei
- 3 minuten om te lezen
Over datacenters, digitale rommel en de kunst van gesubsidieerd stroom vreten
Nederland anno 2026 is een fascinerend land geworden. Je mag gerust twintig minuten douchen, zolang je daarna maar schuldbewust naar een Postbus 51-spotje kijkt waarin een vriendelijke voice-over zegt dat je je wasmachine vooral moet aanzetten “tussen 11.00 en 15.00 uur”. Want dan is er 'genoeg' stroom.
Precies op het moment dat iedereen op kantoor zit. Briljant systeem.
Je ziet het al voor je: “Sorry baas, ik kom wat later. De overheid zei dat ik nú mijn vaatwasser moet draaien.”
Intussen krijgen mensen subsidie voor een “groene laadpaal”, terwijl het stroomnet zó vol zit dat sommige laadpleinen inmiddels draaien op een dieselgenerator achter een bouwhek. Dat is ongeveer alsof je een vegan restaurant opent met een houtskoolbarbecue van autobanden. Maar goed: wel duurzaam als boodschap op je socials.
En terwijl gewone burgers te horen krijgen dat ze korter moeten douchen, minder moeten vliegen en hun telefoonoplader uit het stopcontact moeten halen, verrijzen er overal in Nederland gigantische datacenters. Kolossale blokkendozen die dag en nacht stroom slurpen alsof ze een persoonlijke vete hebben met het elektriciteitsnet.
Voor wie het gemist heeft: het nieuwe hyperscale-datacenter van Microsoft in Amsterdam gaat ongeveer evenveel stroom gebruiken als alle huishoudens van Haarlem samen.
Haarlem. Da's een complete stad met 168.946 inwoners...
Voor servers die voornamelijk bezig zijn met: dubbele back-ups, vergeten Teams-opnames, screenshots van katten, 14 versies van “DEFinitief_v3_LAATSTE.xlsx” en AI-gegenereerde motivational quotes.
We bouwen tegenwoordig geen kenniscentra meer.
We bouwen opslagloodsen voor digitale rommel.
De grote data-mythe
De IT-sector spreekt over een data uitbarsting. Alsof we collectief bezig zijn de nieuwe Einstein uit te vinden. Maar wat blijkt? Negentig procent van alle opgeslagen data bestaat uit kopieën. Kopieën van kopieën van kopieën. Digitale inteelt.
We bouwen dus megadatacenters voor informatie die maatschappelijk ongeveer dezelfde waarde heeft als een oude supermarkt-folder in een regenplas.
En het mooiste is: bijna alles wat we opslaan, verdwijnt ook weer. Streams worden bekeken en vergeten. Caches worden overschreven. Logs verdwijnen. Back-ups van back-ups verdwijnen in nieuwe back-ups. Het is alsof iemand elke dag duizend verhuisdozen opslaat om ze een week later ongezien weg te gooien. Maar dan met kerncentrale-achtig energieverbruik.
De moderne factuur: nu met 4000% meer ballast
Vroeger had je een factuur. Een vel papier. Wie. Wat. Wanneer. Hoeveel. Klaar.
Nu bestaat diezelfde factuur: in vijf clouds, drie back-ups, een auditlog, twee synchronisatieservers, een SharePoint-map, een mailbox, een pdf-export, een scan van de pdf, metadata, versiebeheer en waarschijnlijk ook nog in een PowerPointpresentatie van een consultant.
We hebben duizenden keren meer bits nodig om één euro te factureren dan dertig jaar geleden. Omdat digitale bureaucratie zichzelf voortplant als konijnen op energiedrank.
AI: de nieuwe goudkoorts
En nu is er AI. De perfecte rechtvaardiging voor nóg meer datacenters. Want AI heeft data nodig, horen we. Heel veel data.
Maar onderzoekers ontdekken ondertussen iets heel bijzonders: juist AI presteert beter op schone, gestructureerde en ontdubbelde data. Niet op bergen digitale troep. Sterker nog: modellen die trainen op teveel rommel worden slechter. Onderzoekers noemen dat “model collapse”. Een prachtige term. Eigenlijk gewoon:
“De computer wordt dom van internet.”
Herkenbaar. En ondertussen pompen AI-systemen nóg meer inhoud het web op inspiratieteksten zonder inspiratie, nepnieuws, automatische samenvattingen van automatische samenvattingen. De hoeveelheid unieke kennis groeit nauwelijks. Alleen de digitale schuimlaag groeit.
Maar iemand verdient eraan
En daar zit natuurlijk de echte motor. Niet kennis, innovatie of maatschappelijk nut. Maar omzet. Elke extra kopie levert namelijk geld op. Elke synchronisatie kost rekenkracht. Elke extra server betekent: meer vastgoed, meer hardware, meer abonnementen, meer cloudverbruik en ... (tadaa.. ) meer aandeelhouderswaarde.
Slimmere systemen zouden juist mínder opslag nodig hebben. Maar dat verkoopt natuurlijk beroerd.
De groene paradox
En dus leven we in een land waar burgers hun energieverbruik moeten timen, boeren moeten verdwijnen voor stikstof, huizenbouw stilvalt door netcongestie en beginnende ondernemers geen aansluiting krijgen, …maar een hyperscale-datacenter van een buitenslandse techgigant wél gewoon een aansluiting krijgt ter grootte van een middelgrote stad. Omdat we blijkbaar héél dringend nog 600 miljard selfies, vergaderopnames en TikTok-reactievideo’s moeten bewaren.
De ironie is bijna artistiek.
Stel dus deze vraag
“Welke informatie is écht waardevol genoeg om energie voor te gebruiken?”
Want opslag is niet gratis. “De cloud” is geen wolk. Het zijn enorme hallen vol stampende servers, dieselnoodaggregaten, koelinstallaties en transformatorstations die complete landschappen opslokken.
Elke byte die we níét opslaan hoeft niet gekoeld, niet gekopieerd, niet gesynchroniseerd, niet beveiligd en niet gevoed te worden met stroom waar de buurman geen warmtepomp meer op kan aansluiten.
De toekomst is niet: meer data.
Maar: minder onzin.
Da's pas echt duurzaam!





Opmerkingen