top of page

De mens achter de milieunorm

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 31 mei
  • 4 minuten om te lezen

Mijn ouders hadden vroeger geen auto. Niet omdat ze arm waren of omdat ze tegen techniek waren. Maar omdat ze uit een generatie kwamen die nog wist dat je benen gratis waren en een fiets nauwelijks onderhoud nodig had.

Hardwerkende mensen, links georiënteerd, milieubewust - voordat dat een marketingterm werd.


Pas toen de mobiliteit echt afnam, kwam er tenslotte een klein autootje. Geen SUV ter grootte van een rijtjeshuis. Gewoon een bescheiden koekblikje op vier wielen.


Mijn eerste auto verscheen rond het jaar 2000. Een Opel Corsa Swing uit 1986. Kenteken TH-65-RD. Aanschafprijs: 250 euro.

Dat bedrag betaal je tegenwoordig ongeveer voor een parkeermiddag in Amsterdam.


De versnellingspook zat losser dan sommige politieke beloftes, de handchoke was mijn redding in de winter- en de kilometerteller was al een keer over zijn eigen tellerstand heen gegaan. Maar dat ding was onverwoestbaar. Van de Alpen tot Pyreneeën...

En als er dan iets stuk ging, reed ik naar een garage in Amsterdam waar ze onderdelen van de sloop haalden. Voor een paar tientjes kon je weer een half jaar vooruit.

Dat heette toen repareren. Tegenwoordig heet hetzelfde waarschijnlijk circulaire duurzaamheidstransitie.


Ik werk al 25 jaar fulltime als psycholoog in de ouderenzorg. Nog steeds. Mooi werk, maar het betekent ook veel kilometers maken. Natuurlijk krijg je daar een vergoeding voor. Een vergoeding die ongeveer even hard stijgt als het zelfvertrouwen van een goudvis. Je auto slijt. Hoewel marktwerking in de zorg de norm is, zit een bedrijfsauto(tje) er echt niet in. Mensen helpen levert nog altijd minder op dan systemen voeden en beheren. Maar.. voldoening geeft het zeker wel!


Ondertussen zie ik reclames voorbij komen voor elektrische auto's van zestigduizend euro. "Nu vanaf slechts €59.995."

Dat bedrag voelt voor mij ongeveer net zo werkelijk als de schatkist van Dagobert Duck.


Ik mag absoluut niet klagen.

We hebben een koopwoning uit de jaren tachtig. Meubeltjes van mijn overleden ouders. We kunnen een weekje op zomervakantie met de kinderen. Er staat eten op tafel. Er is warm water en we koken op gas. 5 minuten douchen is genoeg- en een klein, licht en dus zuinig benzine autootje om van A naar B -en naar het werk te kunnen komen.


Maar een warmtepomp? Niet haalbaar. Een volledig isolatiepakket? Niet haalbaar. Van het gas af? Dertigduizend euro investeren in een woning die technisch nauwelijks verder te verduurzamen is? Een groene stekker SUV? Ook niet haalbaar (en onzinnig in Nederland natuurlijk).


In de winter zetten we de thermostaat op zestien graden.

Een dekentje kost aanzienlijk minder dan een warmtepomp. Kaarsjes aan. En eerlijk gezegd werkt het verrassend goed.


Toch lijkt het alsof de boodschap vanuit beleidsland steeds vaker luidt:


"Gefeliciteerd dat u al zuinig leeft. Nu gaan we u extra belasten omdat u niet nóg zuiniger leeft."


Extra heffingen.

CO₂-belastingen.

Duurdere brandstof.

Duurdere boodschappen.

Duurdere energie.

Duurdere mobiliteit.

Belasting over belasting.


Maar de middelen om aan alle nieuwe normen te voldoen blijven voor veel mensen buiten bereik. Zelfs met een (net boven) gemiddeld inkomen. Hoe dan?


Het voelt soms alsof duurzaamheid een wedstrijd is geworden waarbij de hoofdprijs alleen bereikbaar is voor mensen die al gewonnen hebben.


De ironie wordt nog groter wanneer je kijkt naar de regels rondom samenleven. Een goede vriend van ons raakte na een ernstig ongeluk arbeidsongeschikt door hersenletsel. We onderzochten of samen een woning delen mogelijk was. Je zou denken dat de overheid blij is als mensen elkaar helpen.


Minder eenzaamheid.

Minder woningtekort.

Meer sociale steun.

Minder druk op voorzieningen.

Maar nee.

De rekenmachine van de overheid en van hypotheekverstrekkers zag vooral een risico.


Want:

Toeslagen verdwijnen.

Uitkeringen veranderen.

Regels stapelen zich op.

Papieren vliegen je om de oren.

Dus.

Streep door het plan.


Het systeem lijkt soms te zeggen:

"Zelfredzaamheid vinden we belangrijk, zolang u het maar niet samen doet." En daar zit misschien wel de echte frustratie.


Niet dat we moeten verduurzamen. Niet dat we zuinig moeten omgaan met onze planeet. Niet dat we verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar dat beleid steeds vaker lijkt te worden gemaakt voor spreadsheets in plaats van voor mensen. Voor modellen. Voor gemiddelden.


Voor theoretische burgers die allemaal een Tesla rijden, een warmtepomp hebben, zonnepanelen op het dak leggen en nog even twintigduizend euro spaargeld achter de hand hebben.


De werkelijkheid ziet er anders uit. De werkelijkheid bestaat uit gezinnen met kinderen. Uit mensen die gewoon hun werk doen. Geen grote erfenis hebben gehad (dus geen 'oud geld' achter de hand). Uit mantelzorgers. Uit ouderen.

Uit mensen die hun best doen.

Uit mensen die al zuinig leven omdat ze nooit anders hebben geleerd.


Het zou wenselijk zijn dat duurzaamheid niet langer wordt afgemeten aan wat iemand kan kopen, maar aan wat iemand daadwerkelijk doet.


Want de meest duurzame generatie was misschien wel de generatie die spullen repareerde, een jas droeg als het koud was, tweedehands onderdelen gebruikte en niet voor elk probleem een nieuwe aankoop nodig had.


De menselijke maat verdwijnt -niet in één keer. Die verdwijnt stukje bij beetje. Met formulieren.

Met uitzonderingen. Met regels.

Met goede bedoelingen.

Tot gewone mensen zich afvragen of er nog iemand beleid maakt die weet hoe het is om gewoon mens te zijn.


En dat is misschien wel de belangrijkste milieuvraag van deze tijd. Niet hoe we de planeet leefbaar houden. Maar hoe we voorkomen dat het leven voor gewone mensen onleefbaar wordt.




Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page