top of page

De jas die nooit meer uitgaat

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 20 jun
  • 3 minuten om te lezen

Vandaag is mijn moeder 2 jaar dood. Gek besef. Leeg. Herinneribfen drijven naar boven van de laatste dagen. Maar het finne gevoel als ik aan haar denk en wat ze betekent voor mij overheerst. Heimwee. Gemis. Dankbaarheid. De wereld draait door. Het leven gaat verder. Het is iets wat ik moet dragen. Als een jas.


Rouw heeft een slechte PR-afdeling. Als je de gemiddelde vacaturetekst van het leven mag geloven, dan hoort rouw een tijdelijk project te zijn. Een periode. Een fase. Iets wat je verwerkt, afrondt en vervolgens netjes archiveert tussen de belastingpapieren van 2018 en die ene gebruiksaanwijzing van een apparaat dat allang kapot is.


Maar zo werkt het niet.

Rouw is geen project.

Rouw is een jas.

Soms een loodzware winterjas waarvan de zakken gevuld lijken met bakstenen. Soms een versleten spijkerjasje dat nog vaag naar vroeger ruikt. En soms hangt hij dagenlang achteloos over een stoel, totdat je hem ineens weer aantrekt zonder dat je wist dat je hem had neergelegd.


"Grief is love in a heavy coat."


Ik denk dat daar iets wezenlijks in schuilt. Verdriet is niet het tegenovergestelde van liefde.


Het is liefde die nergens meer naartoe kan. Liefde die haar bestemming kwijt is geraakt maar weigert te verdwijnen.


De eerste dagen na een verlies lijken vaak op een vreemd georganiseerd circus. Er moeten bloemen komen. Kaarten worden geschreven. Mensen zetten koffie. Er wordt gehuild. Er wordt gelachen om een herinnering die eigenlijk niet grappig hoort te zijn. Er worden broodjes gegeten terwijl niemand trek heeft.

En wonderlijk genoeg werkt dat.

Omdat verdriet zich in het begin graag verstopt tussen andere mensen.


Pas later wordt het stil.

De telefoon gaat minder vaak.

De kaarten stoppen.

De wereld hervat haar gebruikelijke snelheid alsof er niets gebeurd is.

Maandagochtend om negen uur verwacht de agenda weer gewoon jouw aanwezigheid.


Alsof een mensenhart een lichtschakelaar is.

Klik.

Rouwen klaar.

Volgende afspraak.


Het blijft een fascinerende gedachte dat we voor een verhuizing soms meer vrije dagen krijgen dan voor het verlies van iemand die ons leven mede vormgaf. Alsof een sterfgeval administratief gezien vooral een logistieke uitdaging is.


Twee dagen.

Misschien drie.

Succes verder.


Het leven bedoelt het niet kwaad. Het weet gewoon niet goed wat het met verdriet aan moet. Dat geldt trouwens voor mensen ook.


Vraag iemand hoe het gaat en je krijgt vaak een sociaal acceptabel antwoord.


"Best goed."

"Het gaat wel."

"Druk."


Maar vraag iemand die rouwt hoe het vandaag gaat, en je komt dichter bij de waarheid.


Vandaag kan een goede dag zijn.

Vandaag kan een ramp zijn.

Vandaag kan beginnen met zonlicht en eindigen met tranen bij het zien van een oude voicemail.


Rouw leeft namelijk niet op een kalender. Ze woont in geur. In muziek. In een lege stoel. In een verjaardag. Of een datum. In een supermarkt waar ineens dat ene favoriete koekje in het schap ligt.


Verdriet heeft een uitstekend geheugen en een dramatisch gevoel voor timing.


En dan is er nog dat andere verlies. Het verlies waarbij niemand overlijdt.


De scheiding.

De diagnose.

Het lichaam dat niet meer doet wat het vroeger deed.

Het kind dat niet kwam.

De toekomst die anders liep dan gepland.


Levend verlies noemen we dat.

Een merkwaardige term. Alsof het verlies nog ademhaalt.

En misschien is dat precies wat het doet.


Ook daar trek je een jas voor aan.

Niemand ziet hem altijd.

Maar jij voelt hem wel.


Op dagen waarop anderen zeggen: "Je ziet er goed uit."

Terwijl jij denkt: als jullie eens wisten.


Misschien is dat wel het moeilijkste van rouw.

Niet het huilen. Niet de leegte.

Maar het feit dat de wereld op een gegeven moment vergeet dat jij iemand mist. Terwijl jij dat geen seconde doet.


Gelukkig blijkt de mens een wonderlijk wezen. We kunnen verdriet dragen zonder eraan onderdoor te gaan.

We kunnen lachen terwijl we missen. We kunnen genieten terwijl we verlangen. We kunnen iemand verliezen zonder hem werkelijk kwijt te raken.


Want uiteindelijk is liefde koppig.

Ze laat zich niet begraven.

Ze verhuist. Uit de dagelijkse werkelijkheid naar herinneringen.

Naar verhalen. Naar gewoontes.

Naar die ene zin die je jezelf hoort zeggen en waarvan je plotseling beseft dat hij rechtstreeks van degene komt die je mist.


We hoeven onze dierbaren daarom niet los te laten. Maar we leren hoe we ze anders vast te houden. Niet met onze handen.

Maar met ons leven.


En ergens vind ik dat een troostrijke gedachte. Dat van alle dingen die eindig zijn, liefde misschien wel het langst blijft rondhangen.


Soms zwaar als een winterjas.

Soms licht als een zomerbries.

Maar altijd dichtbij.


Alsof iemand zachtjes naast je blijft meelopen.

Onzichtbaar.

En toch aanwezig.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page