top of page

De versnipperaar van de Gemakscultuur

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 31 mei
  • 3 minuten om te lezen

Ik moet bekennen: sommige nieuwsberichten bezorgen me een gevoel van verbazing. En tegelijkertijd ook weer helemaal niet.


Tijdens mijn studententijd werkte ik in een herenmodezaak. Dat was nog in de glorieuze jaren negentig, toen online winkelen iets was wat je alleen in sciencefictionfilms zag. Mannen waren toen eigenlijk ideale klanten. Ze kwamen binnen, liepen doelgericht naar een rek, pakten een broek of overhemd, pasten het, rekenden af en verdwenen weer uit beeld.


Tenminste... meestal.

Want soms kwam een overhemd terug uit het pashokje alsof iemand er een halve marathon in had gelopen. Kraag nat van het zweet. Deodorantstrepen onder de oksels. Verpakking opengetrokken alsof er een wild dier aan had geknaagd. Kreukels alsof het shirt een weekend in een sporttas had doorgebracht.

En dan mocht je als winkel bedenken wat je ermee deed.

Soms werd zo'n overhemd gewassen en gestreken. Maar dat kostte meer tijd en geld dan het waard was. Bovendien wil niemand een "nieuw" overhemd kopen waarvan je vermoedt dat een onbekende voorganger er al een complete sollicitatieprocedure in heeft doorlopen.


Dat was toen.

Nu hebben we online shoppen.

En blijkbaar hebben we besloten dat de hele wereld ons persoonlijke pashokje is geworden.


Het nationale pashokje

Vandaag bestellen we zonder blikken of blozen hetzelfde jurkje of t-shirt in vier kleuren en zes maten.

We klikken op "bestellen" met dezelfde moeite waarmee we vroeger een lichtschakelaar gebruikten. Even passen. Even kijken.


Niet goed?

Retour.


In Nederland gaat ongeveer 40% van alle online bestelde kleding weer terug naar de afzender.


Veertig procent. Dat betekent dat bijna de helft van alle kleding die door busjes, distributiecentra, sorteermachines en magazijnen reist, uiteindelijk een soort zinloze rondreis heeft gemaakt.


En dan komt het schokkende deel.

Van de jaarlijks 51 miljoen kledingstukken die in Nederland niet worden verkocht, verdwijnen er ongeveer 1,2 miljoen rechtstreeks richting vernietiging. De versnipperaar in. Verbrand. Of verwerkt tot vulmateriaal voor bijvoorbeeld autostoelen.


Lees die zin nog eens rustig.

Gloednieuwe kleding.

Nooit gedragen.

Nooit verkocht.

Rechtstreeks de shredder in.


Fast fashion ontmoet fast destruction

Het bizarre is dat we tegenwoordig eindeloos discussiëren over vliegschaamte, CO₂-uitstoot, plastic rietjes en of de dop vast moet zitten aan een flesje.


Ondertussen produceren we miljoenen kledingstukken die na een kort uitstapje langs onze voordeur direct eindigen als afval.


Een katoenplant heeft liters water nodig.

De stof wordt geproduceerd.

De kleding wordt genaaid.

Verpakt.

Per schip vervoerd.

Met vrachtwagens verspreid.

Door pakketdiensten bezorgd.

Teruggestuurd.

Gesorteerd.


En vervolgens...


BRRRRRRRRR.


De versnipperaar.


Als een soort industriële houtversnipperaar voor ons koopgedrag.


Het rookgordijn

Wat mij misschien nog wel het meest verbaast, is hoe weinig we eigenlijk weten. Waar wordt kleding precies gemaakt? Kinderhandjes? Wie verdient eraan? Wat krijgt de maker betaald? Wat gebeurt er exact met retouren? Hoeveel wordt vernietigd?


Niemand weet het echt.

Of beter gezegd: heel weinig mensen weten het.


En dat lijkt geen ongeluk.

Want hoe minder zichtbaar de achterkant van het systeem is, hoe makkelijker wij blijven klikken.


"Gratis verzending."

"Gratis retour."

"Morgen in huis."


Drie magische zinnen die doen alsof er geen enkele prijskaart aan gemak hangt. Maar die prijs bestaat wel degelijk.Alleen staat hij niet op onze rekening.


Gratis bestaat niet

Misschien is dat wel de grootste illusie van onze tijd. Gratis retourneren bestaat niet.


Iemand betaalt.

De chauffeur.

Het magazijn.

De extra verpakking.

De controle.

De verwerking.

De vernietiging.

En uiteindelijk ... ook het milieu.


Dat iets goedkoop is, betekent niet dat het weinig kost. Het betekent vaak dat de rekening ergens anders terechtkomt.


Bij een kledingarbeider.

Bij een rivier vol verfstoffen.

Bij een afvalberg.

Als PFAS of microplastics in je eten, drinkwater en in je cellen.

Of bij toekomstige generaties.


Misschien toch weer eens naar de winkel?


Tja. Online winkelen is handig.

Ik maak me er zelf soms ook schuldig aan. Maar misschien zijn we een beetje doorgeslagen?


Misschien hoeven we niet zes maten van hetzelfde kledingstuk te bestellen om vervolgens vijf dozen terug te sturen.

Misschien hoeven we niet elk impulsaankoopje direct af te rekenen omdat retourneren toch gratis is.


Misschien is het zelfs helemaal niet zo'n gek idee om af en toe weer een echte winkel binnen te lopen.


Een plek waar je kunt passen voordat een bestelbusje drie keer door het land heeft gereden.

Waar een medewerker eerlijk zegt: "Die kleur staat je niet."

En waar een overhemd dat je koopt ook daadwerkelijk wordt gedragen in plaats van versnipperd.


Wanneer het gesprek over klimaat, duurzaamheid en milieu weer losbarst, hebben we het vaak over grote bedrijven, overheden en industrieën.


Terecht.

Maar misschien moeten we ook af en toe naar onszelf kijken.

Naar die digitale winkelwagen.

Naar die bestelling in vier maten.

Naar die gedachte: "Ik stuur wel terug wat ik niet nodig heb."


Want uiteindelijk is de versnipperaar niet het probleem.

Die doet alleen wat wij hem vragen.


De echte vraag is veel ongemakkelijker: Hoeveel gemak vinden wij eigenlijk normaal voordat we accepteren dat complete nieuwe kledingstukken worden vernietigd om dat gemak mogelijk te maken?



Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page