top of page

De reddende pil of 5 minuten slaap voor de mantelzorger?

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 11 mei
  • 2 minuten om te lezen

We zijn een fascinerend land geworden.


Een oudere met dementie dwaalt ’s nachts drie keer de straat op, een mantelzorger draait al maanden dubbele diensten zonder vakantie, de wijkverpleegkundige rent van stopwatch naar stopwatch…

maar gelukkig zijn er ergens in een laboratorium mensen heel hard naar plakkerige eiwitten aan het kijken.


Prioriteiten.

Al tientallen jaren pompen we miljoenen in biochemisch onderzoek naar dementie. Amyloidplaques, tau-eiwitten, hersenscans, moleculaire routes - het klinkt indrukwekkend genoeg om subsidiecommissies spontaan te laten applaudisseren.

Alleen is er één klein detailletje:

Er is nog steeds geen genezing.

Niet een beetje.

Niet bijna.

Gewoon niet.


Maar geen nood. We krijgen wel steeds mooiere folders, nettere diagnoses en ingewikkeldere woorden. “U heeft een neurodegeneratieve aandoening met progressieve cognitieve achteruitgang.”

Vroeger noemden we dat gewoon: “iemand raakt langzaam zichzelf kwijt.”


De zorg wacht ondertussen buiten het laboratorium

Terwijl onderzoekers diep in de hersenen graven naar de heilige graal, speelt het echte leven zich ergens anders af.

Aan de keukentafel van een echtpaar van 78.

Bij een zoon die zijn vader niet meer alleen durft te laten.

Bij de thuiszorgmedewerker die eigenlijk twintig minuten nodig heeft, maar er zeven krijgt.

Bij de overbelaste mantelzorger die zegt: “Het gaat wel hoor.” Nederlands voor: “Ik sta op omvallen.”


En toch blijft dáár het geld opvallend vaak weg.

Want praktische hulp is blijkbaar minder sexy dan een futuristische hersenscan.


Een extra wijkverpleegkundige haalt de voorpagina niet.

Een doorbraak in een laboratorium wel — zelfs als die doorbraak uiteindelijk net zoveel effect heeft als een vitaminepil en een goed gesprek.


Wij zijn verslaafd aan ingewikkelde oplossingen

Dat is misschien wel het echte probleem. We geloven massaal dat elk menselijk probleem uiteindelijk opgelost wordt door technologie, data, AI, moleculen.


Maar dementie is niet alleen een biologisch probleem. Het is ook een sociaal, menselijk en existentieel vraagstuk. De belangrijkste voorspeller van dementie is nog altijd leeftijd (maar veel mensen halen hun genetisch geprogrammeerde leeftijd niet).

Iets met genen en houdbaarheid., en steeds ouder worden door innovaties.


Mensen met dementie hebben niet alleen behoefte aan een pil.

Ze hebben behoefte aan rust, herkenning, veiligheid, aandacht, nabijheid en tijd. En laat dat nou precies de dingen zijn waar ons systeem structureel op bezuinigt!


Misschien een radicale gedachte…

Wat als we een deel van die miljoenen eens stoppen in iets revolutionairs:

Meer handen aan het bed.

Meer ondersteuning thuis.

Meer respijtzorg voor mantelzorgers.

Meer tijd in de wijk.

Meer ontmoetingsplekken.

Meer menselijkheid.


Stel je voor dat we dezelfde ambitie waarmee we moleculen bestuderen, zouden inzetten om het dagelijks leven van mensen draaglijker te maken.


Niet alleen vragen: “Hoe genezen we dementie?” Maar ook: “Hoe zorgen we dat mensen ondanks dementie nog mens kunnen blijven?”


Want hier komt de pijnlijke waarheid: de kans dat er morgen ineens een wonderpil verschijnt, is klein. Terwijl de kans dat een overbelaste mantelzorger vandaag geholpen kan worden, is enorm.


Alleen levert dat minder prestige op. Geen internationale congressen. Geen glimmende TED Talk. Geen wetenschappelijke doorbraak met ingewikkelde grafieken.

Gewoon een zorgmedewerker die tijd heeft om even te blijven zitten.


En misschien is dát uiteindelijk wel de grootste innovatie van allemaal.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page