Off-grid
- René den Haan

- 5 uur geleden
- 2 minuten om te lezen
Ik wacht nog steeds op die erfenis die nooit komt.
Je weet wel. Die waarmee ik een hypermodern, energieneutraal huis koop. Warmtepomp erin. Thuisbatterij ter grootte van een zeecontainer. Windmolens in de achtertuin. Dak vol zonnepanelen. Van het gas af.
En natuurlijk een elektrische SUV die zo zwaar is dat hij meer bandenstof produceert dan mijn hele benzineautootje aan uitlaatgassen.
Dat zou mooi zijn.
In de tussentijd woon ik gewoon in een jaren tachtig woning.
Ik krijg ondertussen dagelijks nieuwe woorden naar mijn hoofd geslingerd.
Congestie. Dynamische energiecontracten. Salderen. Terugleverboetes. Netbalancering. Slim laden. Slim ontladen. Slim wassen. Slim drogen.
Ik werk in de zorg.
Van negen tot vijf.
Of eigenlijk: wanneer de zorg daarom vraagt.
Ik kan moeilijk tegen een cliënt zeggen: "Sorry mevrouw Jansen, ik kom vanmiddag niet. Mijn energieleverancier heeft tussen 13.17 en 13.42 een aantrekkelijk uurtarief."
Mijn wasmachine schijnt slimmer te zijn dan ik.
Mijn energieleverancier ook.
En de overheid al helemaal.
Tenminste... dat hoop ik.
Want iedere paar maanden verandert de spelregel weer. Eerst krijg je subsidie. Dan vervalt de subsidie. Eerst moet iedereen zonnepanelen. Daarna zijn zonnepanelen ineens een probleem. Eerst moet je stroom terugleveren. Daarna moet je betalen als je stroom teruglevert.
Ik begin bijna nostalgisch te worden van een simpel stopcontact.
Ondertussen hoor ik dat huishoudens vanaf 2028 waarschijnlijk óók gaan betalen voor hun CO₂-uitstoot.
Het Planbureau waarschuwt dat juist kwetsbare huishoudens daardoor in de knel kunnen komen.
Dat voelt een beetje alsof je tegen iemand zegt:
"Gefeliciteerd, u kunt de duurzame trein nemen... als u eerst even een eerste klas kaartje koopt."
Begrijp me niet verkeerd. Ik bén voor duurzaamheid.
Ik zet lampen uit.
Ik douche niet alsof ik een tropische waterval bezit.
Ik rijd in een klein, zuinig benzineautootje dat minder weegt dan sommige elektrische accu's.
Maar de grootste winst zit misschien niet altijd in de duurste oplossing.
Soms is de duurzaamste auto gewoon de auto die je al hebt.
Soms is de duurzaamste woning de woning die je stap voor stap verbetert.
En soms is de duurzaamste investering gewoon een warme trui of een extra dekentje.
Dus hoe ga ik off-grid?
Heel eenvoudig.
Ik maak mijn schoorsteen weer bruikbaar.
Ik koop een paar extra dekens.
Ik doe het licht uit als ik een kamer verlaat.
En ik probeer vooral onafhankelijk te blijven van steeds ingewikkelder regels die zelfs de mensen die ze bedenken nauwelijks lijken te begrijpen.
Misschien is dát wel de meest duurzame vorm van energie.
Gezond verstand.






Opmerkingen