top of page

De stekker in de zorg?

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 7 mei
  • 3 minuten om te lezen

Over de lust én last van domotica en e-zorg in de ouderenzorg


Er was een tijd dat een zorgverlener gewoon op de deur klopte.

Nu krijg je eerst een melding op je telefoon: “Bewoner beweegt ongebruikelijk.” Welkom in de ouderenzorg van nu.


Waar de slimme sok detecteert dat mevrouw De Vries uit bed stapt, de zorgrobot “goedemorgen!” zegt, en een digitale kat spint zodra iemand verdrietig kijkt.


Soms is dat fantastisch. Want laten we ophouden met doen alsof technologie alleen maar kil en onmenselijk is.

Dankzij domotica kunnen ouderen langer zelfstandig wonen. Mantelzorgers slapen beter wanneer er een sensor meekijkt. Een spreek-luisterverbinding voorkomt eindeloos wachten op hulp. Een robotdier kan rust geven aan iemand met dementie die al uren angstig is.


Dat is geen sciencefiction meer. Dat is gewoon dinsdagmiddag in het verpleeghuis.


Maar ergens tussen de slimme matrassen, dwaaldetectie en AI-maatjes ontstaat ook een ongemakkelijke vraag:


Wanneer wordt slimme zorg stiekem schrale zorg?


Want technologie heeft een bijzondere eigenschap: ze begint vaak als ondersteuning… en eindigt soms als vervanging.


“Geen looprondes meer nodig!” klinkt efficiënt. Maar het hangt er wel vanaf wat daarvoor terugkomt.


Want een loopronde is niet alleen controle. Het is ook:

-even een hand op een schouder

zien dat iemand stiller is dan normaal

-een grapje maken

-een blik herkennen

voelen dat er iets niet klopt terwijl iemand zegt dat alles goed gaat


Daar bestaat nog geen app voor.

De robot zegt: “Ik begrijp hoe u zich voelt.”


Nee. Dat doet hij niet.

Ai kan taal nabootsen. Empathie niet. Een AI-gezel kan best waardevol zijn: tegen eenzaamheid, voor mentale stimulatie, voor structuur of een praatje in de nacht.

Maar laten we alsjeblieft niet doen alsof een chatbot écht geraakt wordt door verdriet van een oudere.


Een verpleegkundige die stil gaat zitten naast iemand die net zijn partner verloor - dát is zorg.


Een robot kan veel. Maar hij voelt niets. En misschien moeten we juist dát beschermen in een tijd waarin alles slimmer wordt.


Privacy of veiligheid? Ja.

De discussie over domotica loopt vaak vast in een soort zorgkundige spagaat:

“Willen we vrijheid of veiligheid?”


Nou… allebei graag. Want natuurlijk voelt het veilig als een sensor meldt dat iemand gevallen is.


Maar tegelijkertijd is het nogal wat dat je eigen woonkamer langzaam verandert in een soort mini-controlekamer.


Ouderen zeggen niet voor niets:

“Ik woon thuis, niet in een luchthavenbeveiliging.”


Zorgverleners voelen die spanning ook. Ze zien de voordelen, maar worstelen met waardigheid, autonomie en privacy.


Want wanneer wordt observeren eigenlijk bespioneren? En misschien nog belangrijker: wie bepaalt dat?


Domotica voorkomt trouwens helemaal niet zoveel

Dat klinkt onaardig, maar het klopt. Veel technologie signaleert vooral achteraf.


De sensor meldt:

dat iemand gevallen ís

dat iemand dwaalt

dat iemand uit bed kwam

dat iemand roept


Maar voorkomen? Dat is iets anders.

Een camera vangt geen paniek op. Een sensor geeft geen geborgenheid. En een alarmknop troost niemand.


Bij complexe gedragsproblemen, angst, onrust of dementie blijft menselijke nabijheid vaak de enige échte interventie.


“Maar technologie bespaart toch personeel?” Dat wordt vaak geroepen. Alsof ergens een manager met glimmende ogen denkt: “Yes! Eindelijk een robot die de avonddienst draait!”


Maar zo simpel is het niet.

De zorg kampt niet met een tekort aan technologie. De zorg kampt met een tekort aan mensen. En juist daarom kan domotica enorm helpen.


Als technologie saaie, administratieve of controlerende taken vermindert, ontstaat er misschien eindelijk tijd voor wat we al jaren zeggen belangrijk te vinden:

aandacht

echte gesprekken

rust

nabijheid

menselijkheid


Ironisch genoeg kan technologie dus helpen om de zorg weer menselijker te maken.


Tenminste… als organisaties die vrijgekomen tijd niet meteen opnieuw dichtplannen met Excel-sheets en productienormen.


Beeldbellen: handig, maar niemand wil ermee knuffelen

Ook e-zorg blijft een bijzondere wereld.


Voor sommige behandelingen werkt digitaal contact uitstekend. Denk aan sterk gestructureerde therapieën of korte consulten.


Maar beeldbellen heeft ook iets vermoeiends.

Iedereen praat door elkaar.

De helft staat op mute.

Iemand kijkt de hele sessie naar zijn eigen voorhoofd.

En non-verbale communicatie? Die verdwijnt grotendeels.


Juist in de ouderenzorg gebeurt het echte gesprek vaak:

in stiltes

in lichaamstaal

in een zucht

in vochtige ogen

in hoe iemand koffie vasthoudt

Dat vang je niet in pixels.

Niet voor niets zegt bijna niemand: “Doe mij voortaan maar volledig digitale zorg.”


Dus wat moeten we dan?

Misschien is de echte vraag niet:

“Hoeveel technologie willen we?”

Maar: “Welke menselijkheid willen we behouden?”


Want technologie is geen vijand.

Maar het is ook geen wondermiddel.

Een robotkat kan troost geven.

Een sensor kan veiligheid vergroten. Een AI-assistent kan structuur bieden.


Maar hart-tot-hartcontact blijft analoog. Gelukkig maar.

Want uiteindelijk onthouden mensen in de zorg zelden:

welke sensor er hing

welk systeem gebruikt werd

hoeveel meldingen er waren.


Ze onthouden:

wie er naast hen zat

wie écht luisterde

wie hen zag als mens

En precies dát mogen we nooit automatiseren.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page