En nu?
- René den Haan

- 4 apr
- 3 minuten om te lezen
Oftewel: het spannende vervolg waarin niemand vraagt hoe het écht gaat...
Follow-up in de positieve gezondheidszorg – met een knipoog en een lichte allergie voor “hoe gaat het?”
Er zijn van die momenten in de zorg waarop alles op het spel staat.
Het tweede gesprek bijvoorbeeld. Of, zoals veel professionals het stiekem noemen: de aflevering waarin je hoopt dat er iets is gebeurd sinds de vorige keer.
En dan komt-ie. De klassieke vraag.
“Hoe is het gegaan de afgelopen week?”
…Waarop de cliënt zegt: “Ja, wel oké.”
En jij denkt: Fantastisch. Hier kan ik precies niks mee.
Gelukkig is er een alternatief. Een vraag die subtiel, hoopvol en een tikje brutaal is:
“Wat gaat er beter?”
Ja, je leest het goed. Niet of er iets beter gaat. Gewoon aannemen dat het zo is. Licht manipulatief? Misschien. Effectief? Absoluut.
De magie van een brutale vraag
Deze ene vraag doet iets bijzonders. Hij stuurt het brein van je cliënt als een Google Maps zonder file-informatie: richting vooruitgang.
In plaats van eindeloos graven in problemen (“vertel nog eens precies hoe ellendig het was dinsdag om 14:00 uur”), ga je op zoek naar mini-wondertjes:
Die ene ochtend waarop het nét iets minder zwaar voelde...
Dat gesprek dat niet escaleerde (halleluja)...
Of het feit dat iemand überhaupt uit bed is gekomen (onderschat dat niet)
En ja, soms zegt iemand: “Niks.”
Prima. Dat is geen doodlopende weg, maar een uitnodiging voor detectivewerk.
Want zoals oplossingsgerichte denkers geloven: als je goed genoeg zoekt, is er altijd een uitzondering. Al is het maar vijf minuten. Of drie. Of anderhalve. We zijn niet moeilijk.
EARS: luisteren met sterkte- oren (en een beetje lef)
In vervolggesprekken kun je het handige ezelsbruggetje EARS gebruiken. Klinkt vriendelijk. Is het ook.
Eliciting – vragen stellen (“Wat gaat er beter?”)
Amplifying – uitvergroten (“Vertel! Hoe zag dat eruit? Met details, graag!”)
Reinforcing – complimenteren (“Kijk jou eens even…”)
Start again – nog een rondje (“En wat nog meer?”)
Het lijkt een beetje op een goed gesprek voeren met je beste vriend(in), maar dan zonder wijn en met iets meer structuur.
Vier soorten cliënten (of: vier manieren om je plan om te gooien)
En dan… het antwoord. Want hoe je verder gaat, hangt volledig af van wat je terugkrijgt. Er zijn grofweg vier smaken:
1. “Het gaat beter”
Gefeliciteerd. Dit is het moment waarop je niet bescheiden moet zijn. Vraag door. Vier het. Maak het groot.
“Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?!”
“Wie mag er op je overwinningsfeest komen?”
Ja, echt. Feestjes zijn toegestaan in de zorg.
Huiswerksuggestie: doe meer van wat werkt. (Simpel. Bijna verdacht simpel.)
2. “Wij zien dat anders” (aka: relationele chaos light)
Twee cliënten, drie meningen. Klassiek.
Normaliseer het: verandering is geen rechte lijn. Het is meer een soort dronken wandelpad.
Focus alsnog op wat wél beter gaat (al is het minuscuul) en laat mensen elkaar observeren:
“Let deze week eens op wat de ander goed doet.”
(Spoiler: dit voelt eerst ongemakkelijk en daarna verrassend effectief.)
3. “Het is hetzelfde gebleven”
Klinkt saai. Is het niet.
Stabiliteit is soms een topprestatie. Echt.
Vraag bijvoorbeeld:
“Hoe is het je gelukt om het niet erger te laten worden?”
“Wat helpt daarbij?”
Want hé: niet achteruitgaan is soms pure winst.
4. “Het gaat slechter”
Hier moet je even je innerlijke cheerleader temperen.
Dit is geen moment voor: “Maar kijk eens hoe mooi de zon schijnt!”
Nee. Hier is ruimte nodig voor het verhaal.
En dan… een onverwachte draai:
Maak de cliënt expert.
“Wat hebben eerdere hulpverleners gemist?”
“Hoe zou ík het beter kunnen doen?”
Ineens zit je niet tegenover een ‘probleem’, maar naast een consultant. En dat verandert alles.
Het geheim dat niemand je vertelt
Als je elke keer begint met
“Wat gaat er beter?”, gebeurt er iets magisch.
Mensen gaan zich voorbereiden.
Serieus. Ze komen binnen en denken al:
'Oké… wat ging er eigenlijk beter deze week?'
En BAM — daar is je eerste stukje verandering al begonnen vóórdat je überhaupt “goedemorgen” hebt gezegd.
Tot slot (of: wanneer stop je eigenlijk?)
De mooiste vraag aan het eind van een vervolggesprek is misschien wel:
“Is het nog nodig om terug te komen?”
Niet omdat je van je cliënt af wilt (hoop ik), maar omdat je vertrouwen uitspreekt.
En soms is het antwoord:
“Nee, eigenlijk gaat het wel.”
En dan zit je daar.
Met je goede bedoelingen.
En een cliënt die verder kan.
Dat is geen verlies. Dat is precies de bedoeling.
Kortom:
Stop met vragen hoe het gaat.
Begin met zoeken naar wat beter gaat.
Vergroot het. Vier het.
Herhaal het.
En voor je het weet…
ben je niet meer bezig met problemen oplossen,
maar met gezondheid laten groeien.





Opmerkingen