#fail. Afbouwen van psychofarmaca is duurder dan doorgaan?
- René den Haan

- 10 mei
- 3 minuten om te lezen
Lang leve marktwerking in de zorg! Er zijn hotels waar uitchecken lastig is. En dan heb je de wereld van psychofarmaca.
Instappen? Geen probleem. “Hier heeft u uw antidepressivum, succes ermee.”
Uitstappen? “Ho ho ho… dat valt helaas niet binnen het zorgpad.”
Welkom in het Bates Motel van de psychiatrie: je komt er makkelijk in, maar eruit raken blijkt ineens een administratief horrorverhaal.
Jaarlijks gebruiken in Nederland zo’n 1,2 miljoen mensen antidepressiva en 350.000 mensen antipsychotica. Voor een grote groep is dat tijdelijk bedoeld. Zodra je begint staat er duidelijk in de richtlijn dat je moet denken aan afbouwen.
Alleen blijkt “tijdelijk” in de zorg opvallend vaak te betekenen: tot uw pensioen of overlijden. Want afbouwen? Dat is ingewikkeld, kost begeleiding, tijd, maatwerk en dus… geld.
En daar wordt het interessant.
Want de samenleving betaalt liever jarenlang voor pillen, bijwerkingen, extra zorg, uitval, vermoeidheid, gewichtstoename, emotionele afvlakking en soms volledige afhankelijkheid… dan voor goede begeleiding bij het stoppen.
Dat is ongeveer alsof je zegt: “We vergoeden wel jarenlang pleisters, maar het verwijderen van de splinter is financieel helaas niet haalbaar.”
De logica van het systeem: goedkoop is duur De ironie is prachtig. Of vooral tragisch. Dat hangt af van hoeveel koffie je hebt gehad.
We leven in een tijd waarin zorgverzekeraars, beleidsmakers en economen voortdurend praten over: preventie, eigen regie, positieve gezondheid
passende zorg en zelfredzaamheid.
Maar zodra iemand daadwerkelijk gezonder wil worden zónder medicatie, blijkt dat ineens verrassend en hopeloosingewikkeld.
Begeleide afbouw wordt vaak niet of nauwelijks vergoed (!!!)
Dus wat gebeurt er? Mensen blijven slikken. Niet altijd omdat het nog nodig is. Maar omdat stoppen zonder begeleiding risico’s geeft:
onttrekkingsverschijnselen, angst, slapeloosheid, paniek,
terugval. verwarring tussen afkickklachten en “zie je wel, je hebt de pillen nodig”. En zo wint het systeem altijd van de cliënt.
Marktwerking: waar chronische klanten beter zijn dan herstelde mensen
De zorg noemt mensen graag “cliënten”. Dat klinkt warmer dan “langdurige afnemers”.
Want: in een marktmodel is een stabiele, levenslange gebruiker financieel voorspelbaarder dan iemand die herstelt en vertrekt.
Een cliënt die afbouwt: kost tijd
M, vraagt begeleiding, levert minder medicatiegebruik op
past slecht in productieprikkels.
Een cliënt die blijft slikken:
stabiel, voorspelbaar, declarabel,
efficiënt.
Het systeem bedoelt het misschien niet slecht. Maar systemen hoeven geen slechte bedoelingen te hebben om slechte uitkomsten te produceren.
Positieve gezondheid… behalve als het echt iets oplevert
We zeggen tegenwoordig graag dat gezondheid meer is dan ziekte. Dat mensen regie moeten ervaren. Dat kwaliteit van leven centraal staat.
Prachtig. Alleen blijkt die regie opvallend vaak te stoppen bij: “Neem deze medicatie en we zien u over zes maanden terug.”
De vraag zou eigenlijk moeten zijn: Hoe helpen we mensen weer onafhankelijk worden? Hoe bouwen we veilig af? Hoe voorkomen we levenslange afhankelijkheid als het niet nodig is?
Maar dat gesprek krijgt opvallend weinig prioriteit.
Misschien omdat echte gezondheid economisch soms verrassend onhandig is. En farmaceuten verdien een centje mee (of twee). De rekening komt toch wel
En ondertussen betaalt de maatschappij dubbel:
via medicatiekosten, via extra zorg, via arbeidsuitval, via chronische klachten, via menselijk leed.
Dus nee, afbouwen niet vergoeden is geen besparing. Het is uitgestelde rekeningkunde met een stethoscoop erbij.
Misschien een radicale gedachte… Misschien moet zorg weer draaien om beter worden. Niet alleen om stabiel blijven binnen een financieel model.
Psychofarmaca kunnen levensreddend zijn. Absoluut.
Voor veel mensen zijn ze essentieel.
Maar een systeem zonder fatsoenlijke uitgang is geen behandeling meer - het is een abonnement waar je niet zomaar vanaf kunt. En een abonnement op gezondheid zou eigenlijk tijdelijk moeten zijn.





Opmerkingen