Gedrag van slag!
- René den Haan

- 30 jan
- 4 minuten om te lezen
Gedrag van slag
De werkzaamheden voor een psycholoog of gedragsdeskundige in de ouderenzorg gaan vaak over het ondersteunen van zorgteams voor bewoners waarbij er sprake is van dementie en gedragsproblematiek. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van ontremd gedrag, een bewoners die gilt, bijt of de zorg knijpt, wegloopt en naar huis wil gaan, of zich juist helemaal terugtrekt. De familie van de client, of het betrokken zorgteam in het verpleeghuis merkt dan meestal op dat het gedrag ‘anders dan anders’ is. Het gedrag is van slag!
Signaleren
Het signaleren van veranderd gedrag is een belangrijke taak van het zorgteam. Dit signaal wordt -via het zorgteam of de persoonlijk begeleider van de client- aan de specialist ouderengeneeskunde, de verpleegkundig specialist of de kwaliteitsverpleegkundige doorgegeven. En vervolgens komt deze vraag bij de psycholoog of gedragsdeskundige terecht. Het zorgteam wil meestal handvatten voor de begeleiding, bejegening en benadering, bijvoorbeeld tijdens zorgmomenten. Maar hoe pak je dit aan?
Medische zaken
Als het gedrag van slag is, is het goed om eerst zorgvuldig te onderzoeken of er medische zaken kunnen spelen die zorgen voor een ontregeling van het gedrag. Bijvoorbeeld als er sprake is van pijn of discomfort, of als er ongewenste neven-effecten zijn van psychofarmaca, of wanneer er sprake is van een delier, of als de toiletgang op een één of ander manier is verstoord. Na het uitsluiten en eventueel behandelen van onderliggende medische oorzaken kunnen we verschillende factoren uit de omgeving rondom de client onderzoeken.
Onvervulde behoefte
Het is belangrijk om te beseffen dat gedrag nooit een op zichzelf staand ‘ding’ is. De client of de bewoner zal zijn eigen gedrag niet snel afwijkend of complex noemen. Meestal komt het ‘probleemgedrag’ voor in de interacties met zorgverleners, medebewoners of naasten. Aangezien de client zijn eigen gedrag meestal niet meer kan reguleren en veranderen door zijn haperende brein, is het een probleem geworden van de zorgverlener. Het gaat vaak over ingewikkelde reacties over en weer, waarbij er onvoldoende aansluiting is tussen wat de client wil, wenst of nodig heeft, en wat het zorgteam op dat moment kan bieden. De term ‘onbegrepen gedrag’ zegt eigenlijk al voldoende: er is sprake van een onvervulde behoefte bij de client of bewoner. Het idee is dat als zorgverleners eenduidig en consequent bejegenen en handelen, dat dit houvast geeft voor de client en dat het gedrag hierdoor ‘afneemt’
Multidisciplinair onderzoek
Cliëntfactoren
Een volgende stap is een onderzoek naar de verschillende factoren die kunnen meespelen of bijdragen aan het veranderende gedrag. Bij voorkeur gaat dit multidisciplinair. We kijken naar factoren bij de client zelf, zoals de stemming, gevoelens van rouw, verlies, mogelijkheden om te communiceren, de slaap hygiëne, karaktertrekken, sterke kanten en coping, et cetera.
Interacties met anderen
Hierna onderzoeken we de interacties tussen de client en diens directe omgeving, zoals medebewoners, zorgverleners en naasten van de client. Op elke momenten zijn er positieve interacties en kunnen we deze stimuleren?
De fysieke leefruimte
Daarna volgt een onderzoek naar de factoren in de fysieke leefomgeving die kunnen bijdragen aan veranderd gedrag, zoals een gezamenlijke leefruimte, de hoeveelheid prikkels in een bepaalde leefruimte, licht en geluid in de ruimte, valgevaar. Maar ook: wat zijn positieve factoren die bijdragen aan een goed leefklimaat en een prettige leefomgeving? Hoe kunnen we deze positieve zaken uitbreiden?
Factoren in de organisatie
En tenslotte onderzoeken we factoren in de organisatie: is er bijvoorbeeld voldoende continuïteit van zorgpersoneel? Zijn medewerkers voldoende geschoold? Hoe gaan we om met de inzet van vrijheden zoals open deuren en met de inzet van middelen en maatregelen? Is er een loopcircuit aanwezig en worden er voldoende maatgerichte activiteiten aangeboden? Ook hier is de vraag naar positieve zaken belangrijk. Wat hebben medewerkers al in huis? Wat brengt werkplezier met zich mee? Wat zijn zaken die al goed gaan en hoe kunnen we hier meer van doen? Wat kunnen we eventueel leren vanuit andere locaties of zorgorganisaties? Niet alles hoeft anders en vaak is het goed om ook stil te staan bij wat er al werkt en is eerder is bereikt!
Interventies
Uit de analyse volgen interventies, in samenhang met het onderzoek naar de verschillende factoren: op welke manier kunnen we als zorg- en hulpverleners bijdragen aan het gevoel van welzijn voor de client of bewoner? Als het bijvoorbeeld gaat om gevoelens van rouw of moeite met aanpassing, kunnen we denken aan ondersteunende gesprekken met psycholoog, gedragsdeskundige, maatschappelijk werk of pastoraat. Of in het geval van pijn, de medicatie bijstellen, of bijvoorbeeld aandacht hebben voor een goede mondzorg.
Als het gaat om interacties en het zoeken naar de juiste omgang of bejegening vanuit het zorgteam kunnen we een mediatief gedrags- of omgangsoverleg inzetten. het idee hiervan is dat we samen op een lijn in de benadering komen, zodat de client beter weet – of voelt- waar hij aan toe is. Maar als het gaat het veranderen van de leefomgeving kan de ergotherapeut of fysiotherapeut een rol spelen.
Welzijnsdoel van de client
Het is belangrijk om altijd het doel van de client in de gaten te houden en voorop te stellen in het plan. Wat is voor de client of bewoner belangrijk in deze fase van zijn leven, gegeven de omstandigheden die we niet kunnen veranderen; en hoe kunnen we als zorgverleners hier zo goed mogelijk aan bijdragen? Op welke momenten komt het doel of de waarde van de client dichterbij en komt hij beter in zijn vel te zitten? Hoe komt of gaat dit precies? Hoe kunnen we – als zorgteam en behandelaren- deze positieve uitzondering laten toenemen?
Het werk als psycholoog of gedragsdeskundige is dus een uitdagend vak, waarbij je nauw samenwerkt met de client, zijn naasten en met de zorgomgeving aan creatieve out-of-the-box oplossingen.





Opmerkingen