Gedragsoverleg in het verpleeghuis
- René den Haan

- 4 apr
- 3 minuten om te lezen
Met minder zuchten, meer snappen (en ja, dat scheelt echt)
Of: hoe je stopt met brandjes blussen en begint met slimmer kijken
“Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results.”
– Albert Einstein (en elke verzorgende na een nachtdienst)
Het herkenbare tafereel
Het is dinsdag. 14:00 uur.
De koffie is lauw, de agenda kort en de zucht diep.
“Mevrouw De Vries…”
Iedereen weet genoeg:
Ze slaat tijdens de zorg
Roept ’s nachts
Wil niet douchen
En gisteren probeerde ze iemand te bijten (bonuspunten)
We praten. We analyseren. We knikken.
En de volgende dag?
Precies hetzelfde gedrag.
Gefeliciteerd. Je hebt zojuist een klassiek verpleeghuis-overleg meegemaakt.
Het ongemakkelijke nieuws
Wat wij “probleemgedrag” noemen, is in het verpleeghuis vaak:
overlevingsgedrag in een brein dat het niet meer snapt
Dementie, delier, hersenschade…
Het brein is geen betrouwbare collega meer.
Maar wij blijven reageren alsof iemand:
“even moet meewerken”
“het best begrijpt”
“gewoon lastig doet”
En daar gaat het mis.
Enter: het mediatief gedragsoverleg (klinkt ingewikkeld, is het niet)
In plaats van:
“Hoe fixen we mevrouw?”
Ga je naar:
“Wat kunnen wij anders doen, zodat het voor haar (en ons) beter wordt?”
Dat is mediatief werken.
Of omgangsoverleg.
Of psychosociaal overleg.
Of gewoon:
“We stoppen met trekken aan de cliënt en gaan naar onszelf kijken.”
Even slikken. Maar wel effectief.
Waarom dit juist in het verpleeghuis werkt
Want laten we eerlijk zijn:
Jullie zien de cliënt 24/7
Jullie gedrag heeft direct effect
Jullie zijn geen “uitvoerders” maar game changers
(ja, dat klinkt groot, maar het is waar)
Als jij iets anders doet…verandert de reactie van de cliënt vaak direct mee
De grootste denkfout (die we allemaal maken)
We focussen op wat fout gaat:
“Ze is agressief”
“Hij dwaalt”
“Ze weigert zorg”
Maar bijna nooit vragen we:
“Wanneer ging het wél goed?”
En geloof me:
Dat moment is er altijd.
Al is het maar 3 minuten om 10:12 uur op een dinsdag.
De shift: van probleem naar patroon
In een goed gedragsoverleg stel je andere vragen:
Niet: “Waarom doet ze dit?”
Maar: “Wanneer doet ze dit níet?”
“Wat deden wij toen anders?”
“Wie krijgt het wél voor elkaar?” (ja, die ene collega… ga ernaast zitten)
Praktijk (recht uit de afdeling)
Situatie: Mevrouw slaat tijdens het wassen.
Klassieke aanpak:
Steviger vasthouden
Sneller werken
Meer uitleg geven (die ze niet meer begrijpt)
Resultaat:
Ronde 2 begint
Mediatieve aanpak:
Je ontdekt: Ze slaat niet als je eerst met haar praat over vroeger
Ze ontspant als je rustig begint met handen wassen
Collega Karin krijgt het bijna altijd voor elkaar
Dus je doet:
Eerst 3 minuten contact
Zelfde volgorde aanhouden
Karin ondervragen als een detective (“WAT DOE JIJ?!”)
Resultaat:
Minder slaan, Minder stress, Minder blauwe plekken (ook fijn)
Dus,,, Meer ontspanning, rust en werkplezier.
De 6 stappen van een overleg dat wél iets oplevert
1. Begin met trots (ja echt)
“Waar zijn jullie goed in als team?”
(awkward silence inbegrepen)
2. Maak het doel klein en concreet
Niet: “minder agressie”
Maar: “ochtendzorg zonder slaan bij 2 van de 5 momenten”
3. Zoek uitzonderingen
Wanneer ging het beter? Wie was erbij? Wat gebeurde er anders?
4. Gebruik schaalvragen
“Waar zitten we nu?”
En belangrijker: “Wat maakt dat dit niet lager is?”
5. Geef complimenten alsof het kerst is.
Want dit werk is zwaar. En mensen doen al veel goed.
6. Test kleine experimenten
Niet: groot plan
Wel: “Morgen proberen we dit anders”
Wat dit doet met je team
En dit is misschien nog wel het mooiste:
Minder frustratie
Minder “wij tegen de cliënt”
Meer samenwerking
Meer gevoel van invloed
Oftewel: Je gaat van overleven naar werken met plezier
(oké, meestal dan 😉)
En ja, dit ís positieve gezondheidszorg
Want je kijkt naar:
wat nog wél kan, wat nog wél lukt
En wat iemand nodig heeft
En dat is precies waar het om draait.
Tot slot (voor bij de koffieautomaat)
De volgende keer dat iemand zegt:
“We hebben echt alles al geprobeerd…”
Zeg dan rustig: “Mooi. Dan is het tijd om iets anders te doen.”
Kijk ze vriendelijk aan.
Neem een slok koffie.
En stel één vraag:
“Wanneer ging het voor het laatst een beetje beter?”
Daar begint het.





Opmerkingen