Groen geweten op 4 wielen
- René den Haan

- 29 mei
- 3 minuten om te lezen
De elektrische auto is misschien wel het grootste succes van de moderne marketing.
Neem een auto van twee ton. Stop er een accu in waar een klein dorp een week op kan draaien. Laat hem bouwen met grondstoffen uit drie continenten. Vervoer hem duizenden kilometers over zee.
Geef hem een app, een touchscreen ter grootte van een flatscreen-tv en noem hem vervolgens: duurzaam. En miljoenen mensen knikken instemmend.
De wonderlijke wereld van de elektrische auto waar een SUV van 2.500 kilo ineens voelt als een milieubewuste keuze omdat er geen uitlaat onder hangt.
De heilige stekker
Vanaf 2035 mogen er binnen de Europese Unie geen nieuwe benzine- en dieselauto's meer worden verkocht. Het idee daarachter is helder: minder uitstoot, schonere lucht en minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Prima doel.
Maar de discussie lijkt soms op een religieus debat. De elektrische auto is niet langer een vervoermiddel, maar een geloofsovertuiging geworden.
Twijfel je aan de haalbaarheid?
Klimaatontkenner.
Vraag je waar alle grondstoffen vandaan moeten komen?
Vooruitgangshater.
Vraag je of iedereen straks een elektrische auto van vijftigduizend euro kan betalen?
Dan ben je blijkbaar tegen de toekomst.
De groene olifant in de showroom
Het mooie van een elektrische auto is dat je de vervuiling niet ziet.
Geen zwarte rook. Geen benzinelucht. Geen ronkende motor. Alles voelt lekker schoon.
De grootste milieubelasting van een elektrische auto zit niet in wat eruit komt.
Die zit in wat erin gaat.
Lithium. Kobalt. Nikkel. Grafiet. Zeldzame aardmetalen.
De gemiddelde Europese automobilist ziet een glimmende auto op de oprit. Maar ergens anders op aarde ziet iemand een mijn die steeds groter wordt.
Wij laden onze accu's op met groene stroom. Anderen leveren de grondstoffen onder omstandigheden die zelden in de reclamefolder staan. Alsof je je woonkamer stofzuigt door het vuil onder het tapijt van de buren te schuiven.
Obesitas op wielen
Nog een opvallende ontwikkeling.
Auto's worden steeds zwaarder.
Niet een beetje zwaarder.
Honderden kilo's zwaarder!
Vroeger was een auto vooral een vervoermiddel. Tegenwoordig lijkt het soms een rijdende woonkamer met een batterijcentrale eronder.
De ironie: We proberen energie te besparen door voertuigen te bouwen die steeds meer energie nodig hebben. Dat is ongeveer hetzelfde als een dieet beginnen door een extra grote koelkast te kopen.
Onderzoekers wijzen er al jaren op dat gewicht één van de belangrijkste factoren is voor energieverbruik, grondstoffengebruik en milieu-impact. Maar ... fabrikanten verdienen meer aan grote SUV's.
En consumenten blijken dol op auto's die eruitzien alsof ze een bergexpeditie naar Nepal gaan leiden, terwijl ze vooral worden gebruikt voor de rit naar de supermarkt.
Het asfalt huilt zachtjes
Er is nog een slachtoffer van onze groene revolutie. Het asfalt.
Elektrische auto's zijn vaak honderden kilo's zwaarder dan vergelijkbare benzineauto's.
Dat extra gewicht moet ergens heen. Meestal recht naar beneden.
Dus terwijl we trots vertellen dat we emissievrij rijden, krijgt het wegdek een soort dagelijkse CrossFit-training. Meer slijtage. Meer onderhoud. Meer grondstoffen.
Maar geen zorgen! Dat lossen we vast op met een subsidie.
Voor iedereen betaalbaar. Toch?
Politici vertellen ons graag dat elektrisch rijden de toekomst is.
Dat kan best waar zijn.
Alleen ... vergeten ze soms te vertellen dat de toekomst een behoorlijk prijskaartje heeft.
Jarenlang kostte een elektrische auto gemiddeld aanzienlijk meer dan een vergelijkbare benzineauto. Gelukkig kreeg de burger subsidie. Alsof iemand eerst de prijs van een brood verdubbelt en daarna trots een kortingsbon van vijftig cent uitdeelt.
"Kijk eens hoe we helpen."
Voor veel gezinnen blijft een nieuwe elektrische auto simpelweg buiten bereik.
Wat gebeurt er als autorijden langzaam verandert van een algemeen bezit naar een luxeproduct?
Het echte probleem
We doen alsof de oplossing voor mobiliteit bestaat uit het vervangen van 8 miljoen benzineauto's door 8 miljoen elektrische auto's.
Zelfde files. Zelfde parkeerproblemen. Zelfde ruimtebeslag. Zelfde consumptiegedrag.
Alleen een andere aandrijving.
Alsof je een all-you-can-eat buffet gezonder probeert te maken door de frituurpan te vervangen, terwijl iedereen nog steeds drie keer opschept.
De folder en de werkelijkheid
Een elektrische auto is over zijn hele levensduur meestal schoner dan een benzineauto.
Dat is inmiddels behoorlijk goed onderbouwd.
Maar "schoner" is dus niet hetzelfde als "schoon". En "beter" is niet hetzelfde als "duurzaam".
Waarom onze oplossing voor bijna elk maatschappelijk probleem bestaat uit het kopen van een nieuw product?
En dan niet een product dat vetter, zwaarder en groter is. Nee.
De toekomst ligt juist in kleiner.
Lichter. Slimmer. Minder.
Maar ja. Daar verdient niemand een fortuin aan.
En een elektrische stadsauto van 900 kilo verkoopt natuurlijk een stuk minder lekker dan een rijdende batterijbunker van 2.500 kilo met sfeerverlichting in de bekerhouders.
Dus voorlopig blijven we vooral doen alsof we de planeet redden.
Met een voertuig dat zwaarder is dan ooit. Groener dan ooit.
En ... duurder dan ooit.
Dat noemen we vooruitgang.





Opmerkingen