' Het zit tussen je oren' - of zit het misschien tussen ons in?
- René den Haan

- 3 apr
- 3 minuten om te lezen
Er zijn zinnen die je als patiënt (of liever spreken we over cliënt) met aanhoudende klachten liever niet hoort.
“We kunnen niets vinden.”
Of nog erger: “Het zit waarschijnlijk tussen de oren.”
En ergens, aan de andere kant van het bureau, zit een professional die denkt: “Ik wil echt helpen… maar ik weet niet meer hoe.”
Welkom in de wereld van onbegrepen, aanhoudende lichamelijke klachten.
Of, iets vriendelijker gezegd: klachten en sensaties waar het lichaam en de wetenschap elkaar (nog) niet helemaal begrijpen.
De ongemakkelijke waarheid: dit komt vaak voor
Wat veel mensen niet weten: 30 tot 60% van de lichamelijke klachten die bij artsen terechtkomen, blijft medisch onverklaard. Geen afwijkingen op scans of tests, geen duidelijke diagnose, geen sluitend verhaal.
Maar laten we één ding helder houden: onverklaard is niet hetzelfde als ingebeeld.
De pijn is echt. De vermoeidheid is echt. Het gevoel is echt. De frustratie is zéker echt.
De klassieke dans: cliënt vs. professional
Er ontstaat vaak een soort dans - en niet per se een elegante.
De cliënt voelt zich niet gehoord en gaat harder zoeken: meer onderzoeken, meer specialisten, meer antwoorden.
De professional voelt zich onder druk gezet en denkt: we hebben toch alles al bekeken? Dan toch meer weer een doorverwijzing...
En zo ontstaat iets wat we “somatische fixatie” noemen:
een gezamenlijke tunnelvisie waarin iedereen blijft zoeken naar dé oorzaak, terwijl de oplossing steeds verder uit beeld raakt.
Een beetje alsof je je sleutels zoekt onder een lantaarnpaal… omdat daar licht is, niet omdat je ze daar kwijt bent.
Het probleem van het medische model
Onze gezondheidszorg is fantastisch in het vinden van duidelijke ziektes.
Maar minder goed in omgaan met complexe klachten zonder duidelijke oorzaak (en waarbij er dus vele factoren en interacties spelen).
Denk aan diagnoses zoals:
fibromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom, tinnitus, whiplash, burn-out, functionele neurologische klachten, etcetera.
Ook veel psychische klachten vallen in dit rijtje.
Ze geven een naam - en soms opluchting - maar zelden een pasklare oplossing.
En ondertussen speelt er vaak méér: stress, angst, somberheid
levensomstandigheden, medicatiegebruik. Zelfs 'pillen tegen de bijwerkingen van pillen'.
Allemaal factoren die invloed hebben op hoe je lichaam voelt.
Wat werkt dan wél?
Gelukkig weten we ook iets belangrijks: wat helpt in deze situaties is verrassend menselijk.
Cliënten én professionals noemen steeds dezelfde dingen:
-Echt luisteren (ja, dat is iets anders dan knikken terwijl je typt)
-Erkenning van het lijden
-Continuïteit (niet elke keer opnieuw je verhaal doen)
-Tijd (het wondermiddel dat vaak ontbreekt)
-Samen zoeken naar betekenis
En misschien wel het belangrijkste: een uitleg die klopt voor de cliënt. Niet alleen medisch, maar ook persoonlijk.
Positieve gezondheid: van “wat is er mis?” naar “wat helpt?”
Hier komt positieve gezondheid om de hoek kijken.
In plaats van alleen te vragen: “Wat is er kapot?”
Verschuift de vraag naar:
“Wat maakt jouw leven, ondanks deze klachten, de moeite waard?”. "Hoe kun je -ondanks de klachten- toch iets doen wat belangrijk voor je is?"
Dat betekent niet dat we klachten bagatelliseren.
Het betekent dat we het leven eromheen serieus nemen.
Andere vragen, andere beweging
Probeer eens deze vragen (voor jezelf of in gesprek):
' Stel dat je klachten morgen minder zijn… wat zou je anders doen?'
'Wat lukt er nog wél, ondanks alles?'
'Wat heb jij nodig om hier beter mee om te gaan?'
'Wat geeft jouw dag wat kleur?'
Het zijn geen simpele vragen.
Maar ze openen vaak deuren
waar scans dat niet doen.
De echte uitdaging
De grootste uitdaging zit misschien niet in het vinden van een diagnose.
Maar in het verdragen van onzekerheid — samen.
Voor de cliënt:
leven met klachten zonder duidelijke verklaring.
Voor de professional:
helpen zonder alles te kunnen oplossen.
En voor beiden:
elkaar blijven vinden, ondanks frustratie.
Tot slot
Misschien zit het niet “tussen de oren”. Misschien zit het tussen lichaam, hoofd én leven in.
En misschien… zit de sleutel niet in nóg harder zoeken naar wat er mis is, maar in samen ontdekken wat er nog mogelijk is.
Zelfs als het antwoord (nog) niet in een bloedtest past.





Opmerkingen