top of page

Positief-gezondheidspsycholoog

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 13 mei
  • 4 minuten om te lezen

Bestaan er dan ook negatieve gezondheidspsychologen?


“Dus jij bent een positief-gezondheidspsycholoog?”Ja.

En steevast volgt dan die blik. Zo’n blik van: Bestaan er dan ook negatieve gezondheidspsychologen?


Nee natuurlijk niet. Er loopt nergens een psycholoog rond die bij binnenkomst zegt:“Goedemiddag, ik ben gespecialiseerd in uitzichtloosheid, hopeloosheid en het zorgvuldig uitvergroten van uw tekortkomingen.”


Hoewel… soms komt de geestelijke gezondheidszorg daar akelig dicht bij in de buurt.

Want ons hele zorgsysteem is nog steeds gebouwd op en doordrenkt met problemen. Gericht op stoornissen. Op classificaties. Valkuilen. Bedreigingen. Op labels. Op DSM-hoofdstukken dikker dan een gemiddelde IKEA-handleiding.


De moderne hulpverlening is buitengewoon goed geworden in het analyseren van wat er mis is met mensen. Maar opvallend slecht in het ontdekken van wat er nog wél werkt.


Welkom in de diagnosefabriek

Iemand loopt vast in het leven. Wat doen we?

We openen een protocol. We scannen symptomen. We turven klachten. We plakken een diagnose. En daarna volgt een behandeling uit het standaardmenu.


Alsof mensen een kapotte wasmachine zijn. “U heeft somberheid type 3B. Daar hoort behandelprogramma 7 bij. Wilt u daar cognitieve therapie of mindfulnesssaus bij?”


Natuurlijk: diagnoses kunnen helpend zijn. Medicatie kan levens redden. Het medische model heeft ongelooflijk veel betekend. Daar hoeven we niet cynisch over te doen.


Maar het probleem ontstaat wanneer de diagnose belangrijker wordt dan de mens zelf. Wanneer iemand langzaam verandert van:

“een mens met mogelijkheden”

naar:

“een verzameling symptomen met een dossiernummer.”

One size fits ... nobody

De klassieke zorg denkt vaak aanbodgericht:

“Wij hebben deze behandeling, dus u zult wel in deze behandeling passen.”

Maar mensen zitten niet zo in elkaar.

Mensen zijn geen IKEA-kasten.

Je kunt er niet één handleiding bij doen en verwachten dat iedereen hetzelfde eindresultaat oplevert. De één groeit door structuur. De ander door verbinding. De één heeft baat bij inzicht. De ander bij beweging, hoop, humor of betekenis.

En precies daar komt de positieve psychologie binnen.


Positieve psychologie is geen “denk gewoon positief”

Veel mensen horen “positieve psychologie” en denken aan:

  • tegeltjeswijsheden,

  • coachgoeroes op blote voeten,

  • of iemand die roept:

“Heb je al geprobeerd dankbaar te zijn?”

Maar positieve psychologie is allang geen zweverige hobbyhoek meer. Het is een serieuze wetenschappelijke stroming binnen de psychologie.


Onder invloed van onder andere Martin Seligman verschoof de focus van:

“Hoe behandelen we ziekte?”

naar:

“Hoe versterken we welzijn, veerkracht en betekenis?”

Dat is een fundamenteel andere vraag.

Niet: Wat mankeert je?

Maar:

  • Wat helpt je?

  • Waar krijg je energie van?

  • Wanneer lukt het wél?

  • Wat zijn jouw sterke kanten?

  • Wat maakt jouw leven de moeite waard?


Dat klinkt simpel. Maar in veel behandelkamers is het nog revolutionair.


De vergeten schatkamer van sterke punten

We hebben jarenlang mensen geleerd om vooral hun zwakke punten te repareren.

Kinderen krijgen bijles in vakken waar ze slecht in zijn. Medewerkers krijgen functioneringsgesprekken over wat beter moet. Cliënten krijgen behandelplannen gebaseerd op tekorten.


Maar stel je eens voor dat een voetbaltrainer zegt:

“Messi, leuk dat je kunt voetballen, maar we gaan nu eerst drie jaar intensief werken aan je boekhouding.”

Dat doen we dus voortdurend in de zorg. Terwijl onderzoek laat zien dat het herkennen en inzetten van sterke punten:

  • depressieve klachten kan verminderen,

  • welzijn verhoogt,

  • veerkracht versterkt,

  • en mensen letterlijk meer zichzelf laat voelen.


Sterke punten zijn namelijk geen hobby’s. Ze vormen de kern van identiteit.

Mensen bloeien op wanneer ze ervaren:

“Ik ben meer dan mijn probleem.”

Van hulpverlener naar hoopverlener

En misschien zit daar wel de grootste verschuiving.

Niet langer de professional als reparateur, expert, allesweter, protocolbewaker.

Maar als: facilitator, bondgenoot en hoopverlener.


Iemand die niet vóór de cliënt leeft, maar naast hem loopt.

Positieve gezondheid sluit daar prachtig bij aan. Die visie zegt eigenlijk iets radicaals eenvoudigs:

Mensen zijn niet hun aandoening.

Dus waarom praten we dan nog alsof ze dat wél zijn?

Waarom reduceren we iemand tot:

  • “een borderliner,”

  • “een schizofreen,”

  • “een depressieve cliënt of patiënt”?


Niemand zegt:

“Daar loopt een gebroken-enkelaar.”

Maar in de GGZ doen we dit dagelijks.


Oplossingsgericht werken: het vergeten “hoe”

Veel organisaties hangen inmiddels posters op over:

  • eigen regie,

  • veerkracht,

  • positieve gezondheid,

  • herstelgericht werken.


Prachtig. Maar vervolgens zitten cliënten nog steeds in gesprekken van een uur over:

  • problemen,

  • oorzaken,

  • analyses,

  • weerstand,

  • en trauma’s uit 1997.


Dat is alsof je een sportschool opent die alleen praat over obesitas, maar waar niemand ooit mag bewegen. Daarom is oplossingsgericht werken zo belangrijk. Het is het praktische “hoe” achter de visie.


De centrale vraag wordt:

“Wat werkt al een beetje?”

Niet:

“Waarom gaat alles mis?”

En ja, soms zijn de stappen klein. Maar kleine stappen zijn nog steeds beweging. En beweging creëert hoop.


De universiteit loopt achter

En hier wordt het pijnlijk. Want ondanks alle mooie woorden over herstel en positieve gezondheid draait een groot deel van (post)universitaire opleidingen nog steeds om:

  • stoornissen,

  • psychopathologie,

  • classificaties,

  • ziekteleer.


Artsen, psychiaters en psychologen worden nog altijd vooral opgeleid tot experts in afwijkingen.


Niet in menselijkheid. Niet in krachtgericht werken. Niet in hoop. Niet in veerkracht.

Positieve psychologie, oplossingsgericht werken en herstelgericht werken krijgen vaak ergens een bijvakje van twee uur op vrijdagmiddag — vlak voor de borrel.

Terwijl de maatschappij allang verder beweegt.


Maar mensen willen geen wandelende DSM-code meer zijn. Ze willen gezien worden als mens.


Misschien is dát pas echte gezondheidszorg

Laten we stoppen met de vraag:

“Wat is er met jou aan de hand?”

En vaker vragen:

“Wat wil jij weer terug in je leven?”

Misschien moeten we minder tijd besteden aan het eindeloos analyseren van ellende…

…en meer aan het bouwen van mogelijkheden.


Want uiteindelijk willen mensen niet alleen minder klachten.

Ze willen: betekenis, verbinding, autonomie, plezier, hoop, en het gevoel dat ze ertoe doen.


Dát is de kern van positieve gezondheid.

Niet doen alsof alles leuk is. Niet toxisch positief zijn. Niet problemen ontkennen.

Maar blijven zoeken naar wat iemand, ondanks alles, nog mens maakt.

Dat is geen soft gedoe. Dat is misschien wel het moedigste wat de zorg kan doen.



Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page