Je binnenkant vergelijken met de buitenkant van een ander
- René den Haan

- 19 mei
- 3 minuten om te lezen
Op sociale media rent de ene helft van de mensheid marathons, bakt zuurdesembrood, doet aan ijsbaden, heeft een perfect huwelijk én een woonkamer waar zelfs IKEA onzeker van wordt. De andere helft zit ondertussen huilend op de wc te googelen: “Ben ik een mislukking?”
Welkom in de moderne samenleving: waar we massaal onze binnenkant vergelijken met de zorgvuldig gefilterde buitenkant van anderen.
De Belgische psychoanalyticus Paul Verhaeghe zegt het scherp:
"Nooit had de westerse mens het zo goed, nooit voelde hij zich zo slecht."
Hij heeft een punt. We zijn namelijk veranderd in wandelende CV’s met een burn-out.
Alles moet meetbaar zijn. Productiviteit. Succes. Geluk. Stappen. Slaapscore. Hartslag. Aantal likes. Zelfs ontspanning is tegenwoordig een projectmanagementtool geworden.
“Hoe was je weekend?”
“Druk. Maar wel lekker druk.”
Zelfs onze rust moet rendement opleveren.
De aangeklede aap met existentiële paniek
Mensen zijn eigenlijk heel rare dieren. Een goudvis denkt niet: "Die andere goudvis heeft wel een strakkere vinnenpartij." Een labrador ligt niet wakker omdat de buurhond al drie keer een TED-talk heeft gegeven over persoonlijke groei.
Maar wij? Wij vergelijken ons kapot.
Dat deden we vroeger trouwens ook al. Alleen vergeleek je jezelf toen met twaalf mensen uit het dorp. Nu vergelijk je jezelf met acht miljard mensen én een yogadocent uit Bali die om 05:00 glimlachend op een berg zit terwijl jij al trots bent als je zonder rugpijn uit bed komt.
We zijn groepsdieren. Dat zit diep ingebakken.
Vanaf onze geboorte leren we wie we zijn via anderen.
Door spiegelen. Nabootsen. Verbinding. Erbij horen.
Een baby overleeft niet alleen. Een puber zonder groepsgevoel kan binnen drie dagen veranderen in een wandelende crisis (met een vape en existentiële songteksten).
Identiteit ontstaat dus niet in isolatie. Je wordt gevormd door opvoeding, ervaringen, relaties, cultuur en de mensen die naar je kijken. Zelfs de irritante collega die altijd “even sparren” zegt, heeft invloed op wie jij bent.
Alleen gaat het ergens mis. Want we zien tegenwoordig vooral elkaars etalage. Niet het magazijn erachter. We zien: de promotie, de gespierde buik, de lachende gezinsfoto en de perfect opgemaakte smoothie bowl
Maar niet: de paniekaanvallen, de ruzies, de slapeloze nachten en de antidepressiva naast die smoothie. We vergelijken onze ongefilterde binnenwereld met de marketingcampagne van een ander. Dat is alsof je backstage in je onderbroek staat te stressen en denkt: "Waarom ziet iedereen er op het podium zo ontspannen uit?".
Omdat je hun backstage niet ziet.
We willen helemaal niet alleen succesvol zijn. Het fascinerende is: als je mensen vraagt waar ze écht gelukkig van worden, komen zelden antwoorden als: “een kwartaalbonus”, “meer Excel”.
Mensen worden gelukkig van betekenis. Van verbinding. Van ergens bij horen. Van iets kunnen betekenen voor een ander.
Daarom zie je steeds meer mensen afhaken van het eeuwige presteren. Jongeren onderhandelen vaker over vrije tijd dan over salaris. Professionals verlaten verstikkende organisaties om weer mens te kunnen zijn. Mensen zoeken nieuwe woonvormen, samenwerking, gemeenschap.
Niet terug naar een commune met geitenwollen sokken en panfluiten. Maar wel naar een gezonder evenwicht tussen samen en alleen.
Want diep vanbinnen willen we helemaal niet de beste zijn.
We willen gezien worden. Misschien is dát wel de echte identiteit
Niet de perfecte versie van jezelf bouwen alsof je een personal branding-project bent.
Maar ontdekken: bij wie je jezelf kunt zijn, waar je rust voelt, welke mensen je energie geven, welke waarden echt van jou zijn in plaats van geleend van Instagram of LinkedIn.
Misschien is identiteit niet iets wat je bezit. Maar iets wat ontstaat in verbinding.
En misschien moeten we stoppen met onszelf voortdurend langs de meetlat van anderen te leggen.
Want de waarheid is simpel: Iedereen stuntelt. Iedereen twijfelt.
Iedereen voelt zich soms een buitenstaander.





Opmerkingen