top of page

Kat is geen hond

  • Foto van schrijver: René den Haan
    René den Haan
  • 4 apr
  • 3 minuten om te lezen

Waarom mijn kat denkt dat de hond gek is (en andersom)


“Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.”


Het is misschien wel de meest ongeschikte slogan ooit voor de moderne zorg. Want: normaal bestaat vooral in vergaderstukken en Excelbestanden.


In het echte leven heb je… katten. En honden. En mensen. Allemaal met hun eigen gebruiksaanwijzing.


Sinds kort hebben wij een puppy. Rakker. Enthousiast, vrolijk, lichtelijk ongeleid projectiel.

En dan zijn onze drie katten. Nala, Flow en Tijger. Elegant, bedachtzaam en bovenal: totaal niet onder de indruk.

Over de kippen wil ik het liever niet hebben.


De hond kwispelt → “Kom spelen!”

De kat ziet het → “PANIEK. EVACUEREN.”


De hond beukt overal doorheen → “Leven!”

De kat beweegt zich als een ninja → “Overleven.”


De hond eet alles wat los en vast zit, inclusief sokken, denk ik.

De kat ruikt, kijkt, twijfelt… en loopt weg alsof het Michelin-niveau niet gehaald wordt.


Kortom: ze spreken elkaars taal niet. Sterker nog, ze denken waarschijnlijk dat de ander een beetje… afwijkend is.

En dat is precies wat er in de zorg (en samenleving) ook gebeurt.


Welkom in de dierentuin die zorg heet

In de positieve gezondheidszorg zeggen we: iedereen is welkom, wees jezelf. Iedereen is uniek.


Prachtig. Echt. Maar ondertussen staan we soms toch met een denkbeeldig stempelapparaat:


“Oh, jij bent een kat.”

“Jij duidelijk een hond.”

“En jij… tja… een ingewikkelde kruizing.


Neurodiversiteit leert ons juist dat verschillen geen probleem zijn dat opgelost moet worden. Het zijn variaties die begrepen mogen worden.

De ene hersenbedrading is zeker de andere niet. De ene cliënt wil rennen, de ander wil eerst snuffelen. De een zoekt contact, de ander veiligheid.


En toch proberen we soms iedereen hetzelfde te benaderen.

Alsof je tegen een kat zegt:

“Kom hier! Kwispel eens even gezellig!”


Succes.


Waar gaat het mis?

Niet omdat we het niet goed bedoelen. Integendeel.

Maar omdat we te snel invullen.

We denken dat we de taal van de ander spreken.


We interpreteren gedrag vanuit onze eigen bril. We noemen iets ‘weerstand’, terwijl het misschien gewoon ‘kat’ is.


En eerlijk: sommige mensen zijn gewoon… geen honden.


De kunst van het ontmoeten

Wat fascinerend is: in de psychologie bestaan talloze methodieken, stromingen en interventies. Evidence-based, practice-based, buikgevoel-based — noem het maar op.


Maar weet je wat keer op keer het verschil maakt?


De aspecifieke factoren.

Oftewel: alles wat niet in je protocol staat. Aandacht Afstemming Vertrouwen

De klik (of het ontbreken daarvan)


Of simpel gezegd: hoe goed spreek jij katten én honden?


Mijn hond en katten zijn nog geen vrienden Ze liggen nog niet lepeltje-lepeltje in de mand.

Er wordt nog geblazen. Er wordt nog gerend. Er wordt nog totaal langs elkaar heen geleefd.


Maar…heel af en toe is er een moment. De kat die nét blijft zitten. De hond die nét iets rustiger doet.

Een blik van: “Oké… jij bent dus zo.” En dat is het begin.


En in de zorg?

Daar is het precies hetzelfde.

Niet roepen: “Mijn methode is beter!”


Maar vragen: “Werkt dit voor jou?”


Niet doorduwen:

Maar afstemmen.


Niet labelen:

Maar ontmoeten.


Want als iets werkt — wat het ook is — doe er meer van.


Tot slot

Stel je voor dat we echt zouden stoppen met iedereen gelijk maken.


Dat we verschillen niet meer zien als probleem, maar als vertrekpunt.


Dan wordt zorg geen systeem…

maar een ontmoeting.


En misschien - heel misschien -

liggen hond en kat dan ooit samen in dezelfde mand.


Al is het maar voor even.



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

©2022 door Positieve Focus
KvK 71266895 (René den Haan)

bottom of page